Recensies

  • Nu

    Elvis Peeter
    Nu

    Vandaag de nachtegaal

    Elvis Peeters is het duo-pseudoniem waaronder Jos Verlooy en Nicole van Bael samen proza en theaterstukken schrijven. Poëzie schrijft Verlooy voornamelijk alleen. Voor zijn debuut als schrijver was hij zanger van de band Aroma di Amore (die al sinds 1982 bestaat), maar omdat het schrijven van rocksongs hem niet meer bevredigde, ging hij hoorspelen, theaterstukken, verhalen en romans schrijven. Hij schreef enkele geruchtmakende romans; het shockerende Wij, over een groepje tieners dat uit verveling de grenzen van seks en geweld opzoekt, en De ontelbaren, over de vluchtelingenthematiek, dat op de shortlist van de Librisprijs belandde. Nu is zijn tweede dichtbundel, na zijn poëziedebuut Dichter uit 2008, dat is verschenen in de reeks Eigentijdse poëzie van uitgeverij Voetnoot, onder redactie van schrijfster en vertaalster Andrea Voigt.

    De nieuwe bundel Nu lijkt qua toon en ‘setting’ het tegendeel van de roerige tieners uit Wij. Het is verstilde poëzie van observaties, vooral in het eerste deel, ‘Naar de natuur’. (De tweede afdeling heet ‘Naar het leven’, en gaat vooral over contact met de wereld, de slotafdeling heet ‘Naar de dood’.) De subtitel ‘Naar de natuur’ is dubbelzinnig op te vatten: zowel een letterlijke richting, als een figuurlijke gerichtheid, zoals iemand ‘naar de natuur’ schildert. Het is als een benadering: de natuur volgend. Dat is ook wat de dichter doet, hij volgt de natuur heel nauw, hij omringt zich er letterlijk mee, is erdoor geboeid en doet daar zonder veel opsmuk verslag van, in rustige, op het eerste gezicht niet opzienbarende mededelingen, zoals: ‘Sneeuw op de velden, magere zwaarte’, ‘De voetsporen in het veld zijn wit’.

    De dichter heeft de behoefte dicht bij deze indrukken te blijven, ze vast te houden, of in ieder geval vast te leggen: ‘Straks is al dat wit weg, moet ik het uit mijn herinnering putten’. Het bewustzijn van het vastleggen, de wil om het te vangen in woorden is heel nadrukkelijk aanwezig: ‘terwijl ik dit opteken’, ‘ooit moet je komen kijken/ hoe slecht ik dit allemaal beschrijf’. Dat verlangen verklaart ongetwijfeld ook de titel van de bundel, Nu: de drang om ín de ervaring te blijven, het steeds weer als ‘nu’ te beleven.

    In haar eenvoud en in de rust waarmee de natuur – land- schappen, maar ook een veelheid aan vogels – opgetekend wordt, doet deze poëzie denken aan Chinese landschapspoëzie, of Japanse haiku’s. De subtiel opgemerkte gebeurtenissen: ‘Geen zuchtje wind/ De takken stil aan de bomen’ hebben een universele uitstraling, staan geheel buiten de tijd en los van de jachtige maatschappij. Tegelijkertijd is er allerlei leven en dood aan het werk in deze schijnbare rust. Zo wordt over een zwaar gehavende kat genoteerd: ‘waarschijnlijk sloop ze weg om te sterven. Ik ging aardappels schillen.’

    Mooi is ook in sommige gedichten het tijdsverloop binnen de tekst, zoals in het gedicht waarin twee pagina’s lang observaties over gras, gedrag en gedaanten worden beschreven, en dat als het ware in een loop is geschreven, met dezelfde begin- en eindregel: ‘Het gras buigt, gaat liggen, zwijgt’. Door het gebruiken van dezelfde elementen in wisselende toestanden, voel je al lezende de tijd verstrijken, en word je in de tekst getrokken. Hetzelfde en toch anders, wat het tijdloze effect oplevert van het luisteren naar muziekvariaties op een thema, zoals die van Bach.

    Tussen het concrete benoemen staan vaak regels die ongrijpbaar, haast cryptisch zijn, zoals: ‘Onze bronnen raakten uitgeput’ of: ‘Ik gooi het uit, het/ keert naar me terug/ alsof ik er altijd ben geweest.’ Deze afwisseling geeft de teksten een aangename raadselachtigheid: ‘Het was iets heel ouds en toch was het ook gisteren, zoals vandaag de nachtegaal.’

    UitgeverVoetnoot
    Jaartal2015
    RecensentKiki Coumans
    Editie2015-3