Recensies

  • Hier woon je

    Jeroen Theunissen
    Hier woon je

    Gids van het universum

    Dat dichters huismussen zijn, is een bekend gegeven. Nieuw is dat de dichters daar zelf de nadruk op zijn beginnen te leggen. Neem een bundeltitel als Thuis van Geert Buelens. Of Waar we wonen van Thomas Möhlmann. De Vlaamse schrijver en dichter Jeroen Theunissen sluit mooi aan in dit rijtje met zijn dichtbundel Hier woon je. Wat is dat toch met die plaatsbepaling van het eigen huis?

    En net als veel andere dichters van zijn generatie is Theunissen toe aan een bundel die draait om de geboorte van een kind. Zijn insteek is die van de vader die wanhopig probeert contact te leggen met zijn boreling. Hoe kun je wezenlijk contact krijgen met een pasgeboren baby?

    De bundel opent met een motto waarin Richard Dawkins wijst op het zelfstandige leven van de jongste generatie: ‘The young make their own living, as specialists in a totally different way of life from their parents.’ Theunissen is zich er dus terdege van bewust dat wat hij wil eigenlijk onmogelijk is. Dat weerhoudt hem er niet van om in 99 gedichten (de regels onderaan de pagina’s, die samen ook een aantal gedichten vormen, niet meegerekend) zijn zoon aan te spreken, of beter gezegd: hem uit te leggen in wat voor wereld hij terecht is gekomen. Hij neemt hier in breed uitwaaierende gedichten flink de ruimte voor, Theunissen is duidelijk geen dichter van de beknopte, treffende regels.

    Stikstof hebben we ingeademd,
    jij en ik,
    tienduizend keer per dag,
    stikstof zullen we uitademen,
    stikstof waaruit de atmosfeer
    voor meer dan driekwart bestaat.

    Hier woon je: de dichter stelt zich op als de gids die zijn zoon laat kennismaken met zijn huis, het universum. Deze ambitie, en de compromisloosheid waarmee deze wordt uitgewerkt, siert Theunissen. Inherent aan die insteek is echter dat de toon van veel gedichten nogal docerend is, en dat wordt snel nogal vermoeiend. Je zou de zoon bijna toewensen dat hij voorlopig nog niet leert lezen, want er worden wel erg veel Wikipedia-weetjes over het arme kind uitgestort. Over de anatomie van de mens, het ontstaan van het heelal, de zwaartekracht, enzovoorts. Vermoeiender nog is dat dit soms gepaard gaat met een soort slimheid die na verloop van tijd gaat vervelen. Neem bijvoorbeeld de wat overdreven ‘krokodillentranen’ uit het volgende citaat, die ervoor zorgen dat de mythologie, die kennelijk wordt gezocht, niet echt uit de verf komt:

    Want de zeeën, toen zij waren ontstaan, vulden zich met zout
    van jouw krokodillentranen, zo worden zeeën zouter en zouter.

    De docerende toon en de vaak wat al te gezochte verbanden maken dat Hier woon je een beetje zwaar op de maag ligt. Naast het contact leggen met zijn zoon, en het hem laten zien van de wereld, beoogt Theunissen in deze bundel ook een portret te schetsen van zichzelf en zijn relatie met zijn zoon. Op verschillende plaatsen wordt een wat intiemere beschrijving gegeven, maar de lezer wordt – bewust of onbewust – op afstand gehouden. Dat is, gezien de thematiek van deze bundel, opvallend.

    Zoals het contact tussen de vader en zijn pasgeboren baby problematisch is, zo is het contact tussen de dichter en zijn lezer dat ook. Theunissens talent schemert op verschillende plaatsen in de bundel door, zoals bijvoorbeeld in dit eenvoudige, maar raak geformuleerde miniatuurtje:

    Hier hangt een wolk,
    vergelijkbaar in vorm
    met het lichaam van een verloren geliefde.
    Herinnering hevig
    maar de wolk verdwijnt.

    Maar het is al met al niet genoeg om echt van de bundel te genieten. De gedichten kraken onder de torenhoge ambitie van de dichter, en kunnen die uiteindelijk niet waarmaken.

    UitgeverDe Bezige Bij
    Jaartal2015
    RecensentEdwin Fagel
    Editie2015-3