Recensies

  • Zaailingen

    Anne-Fleur van der Heiden
    Zaailingen

    Ontluiken

    Anne-Fleur van der Heiden snijdt een wereld aan onderwerpen aan in haar debuutbundel Zaailingen. Zorgvuldig beweegt ze van het ene naar het andere, waarbij ze geen enkel thema schuwt. Nostalgie en verlangen, opgroeien, seksualiteit en angst, de samenkomst van dieren- en mensenwerelden, tradities en culturen – alles komt aan bod.

    Het merendeel van de gedichten staat aan het begin van een verandering of metamorfose, zoals ook ‘Groeilagen’.

    Opa liet vroeger spinnenpootjes
    over mijn rug lopen, op mistige dagen
    gooide hij een regen vol herfstbladeren
    dwarrelend langs mijn hoofd
    hoe ouder ik word, hoe beter ik zie
    dat jaren langzaam van zijn lichaam rafelen



    Zaailingen
    is lente in al haar aspecten. De titel lijkt te suggereren dat de gedachten in deze bundel nog niet volgroeid zijn, maar misschien doet dat er niet toe: ze zijn prachtig, in hun eigen kleine, individuele vorm. Soms zijn de gedichten haast prozaïsch of essayistisch (‘Wij zijn fractalen’), dan weer bestaan ze slechts uit twee regels: ‘Doen wat de dag van je vraagt, niet te veel/ er zijn nog zoveel doden te gaan’. Juist deze ‘kleinschalige’ gedichten, waar Van der Heiden geen woord te veel gebruikt, leveren het bewijs van haar poëtische kracht.

    Waar Van der Heiden van het ene onderwerp naar het andere raast, leidt dat tot een veelzijdigheid die zowel in het voordeel als het nadeel van de bundel werkt. De thematiek van de bundel als geheel is daardoor haast ongrijpbaar. Toch past deze grootsheid, verscholen in elk klein zaadje, misschien wel precies bij die zaailingen: de veelheid van gedachtes die ontspruiten aan de lente, de belofte van alles wat nog komen gaat. Het is nogal veel, hier en daar, maar Van der Heiden geeft deze stortvloed op indrukwekkende wijze vorm: dicht op de huid en persoonlijk.

    UitgeverNieuw Amsterdam
    Jaartal2020
    RecensentNora van Arkel
    Editie2020-2