Recensies

  • Wu wei eet een ei

    Lucas Hirsch
    Wu wei eet een ei

    Zoeken en verliezen

    De vijfde bundel van Lucas Hirsch bij de Arbeiderspers trekt onmiddellijk de aandacht met de raadselachtige titel Wu wei eet een ei. Wie of wat is wu wei en waarom eet het (of hij /zij) een ei? Een kleine waarschuwing voor wie er liever blanco in gaat: begin gewoon vooraan met lezen en niet, zoals ik, bij de aantekeningen achterin. Daar staat namelijk precies uitgelegd dat wu wei ‘een grondstelling in het taoïsme [is] dat een begrip inhoudt van weten wanneer wel te handelen en wanneer niet te handelen’ gevolgd door een korte samenvatting van het taoïstische scheppingsverhaal van oergod Pan Gu die uit een enorm ei tevoorschijn kroop en uit hetzelfde ei de wereld vormgaf. Dit stevige filosofische en mythologische kader – dat voor veel contemporaine poëzie de nekslag kan betekenen – roept New Age-associaties op maar wordt door Hirsch’ spreektaal, contrasterende alledaagse beelden en ironische inzet gered van een al te lichte spiritualiteit. Zo zien we in het titelgedicht een relaxte en tevreden maar misschien wat lakse schepper (of scheppend principe): ‘Wat altijd was, is en zal/ slaat een ei/ op de rand/ van de koekenpan/ kapot (...) Zit achterovergeleund/ in een stoel/ op de waranda/ van een huis/ in een land/ onder de wolken/ te kijken/ naar de voorbijdrijvende schepping’. Je ziet het zo zitten, met een bierbuikje en een mouwloos, wat morsig hemd. De berusting die uit het gedicht spreekt, vindt zijn weerslag in het vele wit op de pagina en de korte strofen waarmee het gedicht een rituele toon en ritme krijgt. Het is één manier waarop Hirsch het register en de geest van het gedicht ondersteunt door middel van taal, toon, interpunctie en bladspiegel. Een ander voorbeeld is ‘Gentrificatie-pacificatie’ waar het boze lyrisch subject ‘Moegestreden een satirische aanklacht in de vorm van een gedicht tegen de heersende klasse geformuleerd’ heeft in ramvolle uitgevulde regels die anderhalve pagina beslaan. Deze vermomde aanklacht moet het hebben van krachttermen en gemakkelijke stereotypen als ‘de blanke, blonde bikramyogabakfietsmoeder’.

    De bundel, die uit vijf afdelingen bestaat, wil ondanks de filosofische inkadering door deze variatie in registers en thema’s niet echt een geheel worden. Het drijvend principe wu wei zien we wel terug in een verlorenheid en existentieel zoeken. Uit de gedichten spreekt een worsteling om grip te krijgen op Zijn en op Hoe te Zijn, en hoe een Dichter te Zijn: ‘Sliep diep, sliep niet, sliep naakt/ Ik heb alles geprobeerd maar niets hield stand/ Verzonk mijn hart, mijn lijf, mijn leger’, en uiteindelijk: ‘Ik concludeer dat ik niet/ uit emoties van anderen besta/ uit tijd en handelen’. Maar tussen opening en slot zitten zoeken, vragen en verliezen.

    In de tweede afdeling zijn deze verliezen ondergebracht in Hirsch’ dodenstad ‘Necropolis’. Het opent met ‘Lamento’ voor jeugdvriend Derk Wiersum. De bundel is ook opgedragen aan de geliquideerde advocaat. Hierna de twaalfdelige cyclus ‘Duivelskermis’, het hoogtepunt van de bundel. In deze reeks wordt de begrafenis van een vader verhaald. De gedichten voelen ongedwongen en ongekunsteld, ontdaan van pretentie en opgeblazen taal waar het onderwerp zich makkelijk voor leent: ‘natuurlijk was er een dichter met een gedicht’. In treffende woorden worden de onderlinge verhoudingen neergezet: ‘Er stond een kudde/ paraplu’s te wachten tot de weduwe en wij in sferen zouden raken/ Waar zij met velen waren, bestonden wij uit last. We torsten een verleden en/ bogen als regen gebladerte, de tijd’. Het ongemak van zo’n dag is voelbaar in de ‘rillerige in panty’s gestoken vrouwenbenen’. In het afsluitende gedicht treffen we een ander soort dood, namelijk die van het huwelijk. Maar in al dit verliezen is er toch nog houvast: ‘Hoeveel doden voor je iets een leven noemt?/ Gemis is een anker. (...) Altijd schonen, wars van regelmaat en vol van twijfel/ de sijpelende poëzie, het slippende leven’.

    UitgeverArbeiderspers
    Jaartal2020
    RecensentAnne ter Beek
    Editie2020-2