Recensies

  • De droom van eb inkt diervoer

    Erik Bindervoet
    De droom van eb inkt diervoer

    De droom ontrafeld

    De droom: het perfecte speelveld voor een dichter. Een symbolisch spel waarin werkelijkheid en fantasie met elkaar verweven raken, ruimte laten voor vrije associaties, alledaagse situaties en diepgravende, metaforische betekenissen.

    Het is die plek die Erik Bindervoet onderzoekt in De droom van eb inkt diervoer – een titel die klinkt als een kleedje waarop de dichter zijn waar alvast voor ons uitspreidt. Kijk, lijkt hij direct te willen zeggen, dit is wat poëzie allemaal vermag. Een eb laten dromen (of: een droom uit eb laten ontstaan?), een droom laten inkten; in de wereld van het gedicht – én die van de droom – kan het allemaal.

    Voor het vormgeven van die wereld leent de taal van Bindervoet zich uitstekend, weten we inmiddels dankzij de talrijke bundels en vertalingen die hij, al dan niet samen met partner in crime Robbert-Jan Henkes, ter wereld bracht. Ogenschijnlijk onaanraakbare goden als Bob Dylan, The Beatles en James Joyce voorzag hij daarmee van zijn eigen smeuïge, humoristische jus.

    Het is die blijdschap die we terugzien in De droom van eb inkt diervoer: Bindervoet schotelt ons ontsporende situaties voor, dagdromen, nachtmerries en alles wat zich nog meer binnen én buiten ons hoofd kan afspelen. Dat de scheidslijn daartussen soms dun is, past alleen maar beter bij het karakter van zowel de droom als het gedicht.

    Toch lijkt Bindervoet de poëzie in het begin van de bundel een weinig eerbare rol toe te dichten: wanneer zijn collega K. Schippers in het openingsgedicht wordt gekroond tot burgemeester van Nieuwegein, voert hij als eerst een poëzieloze zondag in, ‘zodat de kinderen weer kunnen rolschaatsen/ op de snelwegen van de taal’. Het vervolg is niet minder sceptisch; de dichter wordt in een langgerekte opsomming aangeprezen in bijna ironische reclametaal, als een mysterieuze hofnar op een clichématig feestje.

    Bindervoet brengt meer carnavaleske odes aan de fantasie. Een tentoonstelling over het werk van Belgisch expressionist Edgard Tytgat in het Stedelijk Museum Schiedam vormt de aanleiding om een eindeloze reeks beelden als in een slinger aan elkaar te rijgen. Ook de beeldende kunst kan ons toegang verschaffen tot een droomwereld, wil de dichter maar zeggen.

    Extra losbandig wordt de bundel door het spel met de vormgeving: dikgedrukte, grootgedrukte, schuingedrukte woorden versterken het gevoel dat we ons in een parmantige festivalomgeving bevinden. Ook de blik van een kind geeft gemakkelijk toegang tot het dromerige: de angst voor het donker, bijvoorbeeld, komt uit niets anders voort dan op hol geslagen associaties, die zich perfect in een gedicht laten verpakken. Hetzelfde geldt voor het sprookje dat Bindervoet vertelt in ‘Hoe ik in Parijs verdwaalde’, en waarin de lyrische ik de vrouw van zijn dromen achternaloopt, maar hun ontmoeting geen enkel vervolg krijgt. En zo verschaffen Bindervoets gedichten ook regelmatig toegang tot wetten die net zo goed in het ware leven gelden: een betekenisvolle gebeurtenis hoeft niet noodzakelijk ook tot een levensverandering te leiden.

    Toch is het die moraal die soms achterblijft. De droom van eb inkt diervoer tilt de lezer op met een tornado aan sfeerbeelden – een tornado die juist in z’n overdaad vaak perfect gedoseerd is, maar die Bindervoet heel af en toe laat uitschieten. Soms zijn zijn rijmsels bovendien wat flauw: ‘Monica’ schijnrijmt met ‘Mohicanen’, komma wordt ‘kom maar’, ‘zeewie?’ wordt beantwoord met ‘zeewier’.

    De kern van de bundel vinden we wellicht in Bindervoets ‘Recept voor een droom’, waarin hij niet alleen de logica en onlogica van onze nachtelijke fantasieën tracht bloot te leggen, maar zo en passant ook een definitie van zijn eigen dichterschap formuleert. Je begint ‘met een gegeven/ dat je moeiteloos accepteert’ en laat het ontsporen. ‘De rest volgt vanzelf –/ je komt ergens waar je/ oorspronkelijk/ niet heen wilde’. Daaronder vind je een ander verhaal – het verhaal dat Bindervoet in deze bundel vertelt.

    UitgeverHarmonie
    Jaartal2020
    RecensentAnne van den Dool
    Editie2020-2