Recensies

  • Mijn soort muziek

    Bart Meuleman
    Mijn soort muziek

    Muziek zonder muze

    Als je voor een zaal staat om gedichten voor te lezen, voelt het soms alsof de poëzie het allerkleinste instrument op aarde is. Daar sta je dan. Met lege handen. Op het puntje van je tong je taal – the world’s smallest violin, playing just for the waitresses, zoals in een andere context ooit een personage uit een film van Tarantino zei. Dat schiet me te binnen nu de nieuwste bundel, Mijn soort muziek, van de Vlaamse dichter Bart Meuleman voor me ligt – een bundel uit drie delen, en na de pauze van een witte pagina het klinkende slotakkoord van toch wat somber gestemde lyriek.

    ‘ik weet niet hoe verlies eruitziet./ het plots aanwezige van een nieuw niets’, dicht Meuleman in kleine letters in het eerste deel van de bundel. In deze cyclus tekent de dichter in meanderende zinnen herinneringen aan zijn vader op. In diens nalatenschap wordt een langspeelplaat ontdekt. De ‘grimas van het geheugen’ staart de dichter aan. ‘ik zie je met een streng gezicht nog liggen, vader,/ in je dodenkamer, hoe je nooit bent geweest.’ Het opzichtig geëtaleerde geluk uit de titel van de schlagerplaat vormt het sluitstuk van het vers: Schön ist es auf der Welt zu sein.

    Hoewel de gedichten in het tweede deel meer op zichzelf staan, wordt de toon doorgezet. Meuleman dicht over weinig poëtische zaken als het Ministerie van Onderwijs. En bij het lezen van een magazine stelt hij vast dat er eigenlijk geen blijvend voordeel is om ‘met een zwaar gemoed in het onbekende af te dalen.’ Er klinkt weinig hoop door in Meulemans gedichten, maar in de pijn van het verlies vindt hij een schoonheid die het leed verzacht. In het laatste hoofdstuk schrijft Meuleman bijvoorbeeld over een verloren jeugdliefde en word je als lezer gegrepen door regels als: ‘ik reed nog terug die avond, met de trein naar/ mijn toekomst, een tunnel zo groot als het hol van een muis.’

    ‘dit is dan somberte’, klinkt het even verderop haarscherp: ‘melancholie zonder muziek.’ Zo eindigt deze sombere bundel met een kalm, indrukwekkend slotakkoord. De dingen liggen ‘in de baai van onze tijd’, gelaten of zoals Meuleman het, scherper nog, beschrijft: ‘plezierbootjes// maar dan zonder plezier.’

    UitgeverQuerido
    Jaartal2015
    RecensentPim te Bokkel
    Editie2015-3