Recensies

  • Een heel nieuw orgel

    Ad Zuiderent
    Een heel nieuw orgel

    Alsof de dichter alle mogelijkheden wegrelativeert

    Ad Zuiderent werd geboren in 1944 in ’s Gravendeel en moest dus tot voorjaar 1945 op de bevrijding van de Duitsers wachten. In Een heel nieuw orgel wordt een leeftijdgenoot met vergelijkbare ervaringen opgevoerd in de cyclus ‘De Ligthart-gedichten’, prozaïsche gedichten met nogal veel woorden. Die cyclus begint met ‘Ligthart vraagt zich af’:

    Hij was geboren in de oorlog, Ligthart, hij werd een kind
    van de bevrijding. Oorlog kwam bij hem alleen nog binnen
    als vage kennis, oude foto’s van zijn vader met een kepie (...)

    Ligthart zoekt naar antwoorden op vragen over de oorlog. Welke vragen wordt niet duidelijk, maar antwoorden vindt hij niet. Schetsmatig komt langs wat er is gebeurd, in een chaotische opeenvolging van zinsdelen die iets van een verhaal vormen. Uiteindelijk erft hij alleen een ‘lege, vaak gepoetste huls van koper’.

    Kan het zijn dat de chaos van de vertelling iets wil overbrengen van de onduidelijkheid en, aanvankelijk, de onsamenhangendheid van oorlogsverhalen, van het ontduiken van schuld en bezwarende gebeurtenissen omdat de oorlog zo al erg genoeg was? Dat blijft in het midden.

    Het gedicht ís de beschrijving van het niet vinden van antwoorden, inclusief flauwe zinspelingen: ‘Toen Ligthart later onderdook in een nagelaten envelop’. Het tweede gedicht, ‘Ligthart neemt waar’, is een nog bontere vertelling van een “waarnemingsmissie”: Ligthart en vrienden fietsen langs oorlogen, ‘van monument/ naar monument, langs strijdend voorwaarts, maar/ met de bajonet voorlopig naar de grond gericht.’ In het derde gedicht draagt Ligthart zichzelf op: ‘Zie af van de oorlog, Ligthart, dat thema/ is voor jou geen doen’.

    Of dat oorlogsverleden echt zo aan de verteller hangt, valt moeilijk op te maken. Dit thema lijkt, zoals veel in deze bundel, door de vingers weg te glijden voor het substantieel kan worden. ‘De Ligthart-gedichten’ is een van de vele, allemaal korte afdelingen uit de bundel, die elk hun eigen kant op willen gaan. Dat maakt Een heel nieuw orgel een stuurloze bundel waarin de poëzie veel vormen aanneemt en veel thema’s opzoekt, maar geen ervan goed uitwerkt. Alsof de dichter alle mogelijkheden weg relativeert, fladdert de tekst alle kanten uit. De bundel lijkt te bestaan uit een stuk of drie dunnere, half aangezette bundels die zijn samengevoegd.

    Ook per gedicht lijkt zoiets aan de hand: de eerste paar zinnen lijken een mooi begin, kunnen benieuwd maken naar het vervolg, maar vervolgens verzandt het in herhalingen, terzijdes of ander overbodigs. ‘Ik dacht dat in de bergen wij/ voldoende afstand tot het water/ jij en ik’, maar daarna herneemt de verteller letterlijk alles wat hij gezegd heeft. Zo is de berg een terp bij Nederhorst. ‘Matinee’ begint: ‘Het was zaterdag, de stad hoefde niet doodstil te wachten/ op een vreemdeling; die was er namelijk al’, de vreemdeling banjert rond en ‘gaf zich zonder omweg over aan luide horeca’. Of de verteller mee wil doen? Wat volgt is iets van een beschrijving, in heel veel woorden, van een beweging door en over de chaotische drukte van stedelijke straten, pleinen en terrassen. Dat is hooguit een of twee keer interessant, daarna begint het te vervelen.

    Toch zijn er mooie momenten in de bundel te ontdekken, zoals enkele passages in de vijf berceuses, vrij aan het begin. Een ervan eindigt met een voor de bundel zeldzame speelsheid:

    Tot je na een kanaal

    dat uitmondt in zee,

    je waagt op een pier,

    hoofd in de zee,

    surft op een golf in de zee,
    durft in een kolk van de zee,
    in het diepe, de diept
    en nergens meer zee.


    En ook het gedicht ‘In het rond’ is een interessant, talig scherp gedicht dat, net als het bovenstaande, de potentie heeft om mooie, quasi-hermetische poëzie op te leveren.

    Helaas nemen de gedichten in Een heel nieuw orgel wat te vaak te weinig afstand van het dagelijks leven, van gedachten en beslommeringen, die onbewerkt niet voor niets zelden goede poëzie opleveren. Er had mogelijk veel meer ingezeten.

    UitgeverQuerido
    Jaartal2015
    RecensentRoel Weerheijm
    Editie2016-1