Recensies

  • De taiga zwijntjes

    Astrid Lampe
    De taiga zwijntjes

    Niet meer vechten om aandacht

    De poëzie van Astrid Lampe is pure liefdespoëzie. Ze be-oot en bejaat alleen wat het waard is om te worden be oot en bejaat. Ze spreekt de lezer niet zomaar aan, maar doet een beroep op hem/haar. Lampe wil echte betrokkenheid, en dat impliceert dat je risico neemt. Er geldt een eenvoudige formule: liefde = aandacht. In haar nieuwe bundel De taiga zwijntjes neemt Lampe dan ook stelling tegen alles wat die aandacht opslokt. Poëzie die leunt op effectbejag bijvoorbeeld (‘ATTENTION: zo blazen we je/ van de sokken met onze po-eemen’) en vooral bedoeld lijkt om, met een behaagzieke snik, de vochthuishouding op peil te houden. Maar ook poëzie die mooi maar steriel en afstandelijk ligt opgemaakt. De bundel opent zo:

            nog steeds hangt de camera van het kunstinstituut
            boven de bedreigde diersoort

            maar je bent er niet

            het is lastig schrijven

    Terwijl de poëzie die het van effecten moet hebben de aandacht grijpt door de toehoorder te overweldigen, creëert de poëzie van het 'kunstinstituut' vooral een ambiance verstrooide aandacht is: je bent er niet. Beide maken passief. Lampe wil met haar poëzie juist activeren. Niet vreemd dus dat haar werk niet beperkt blijft tot poëzie op de pagina alleen, tot ‘gedichtjes’ of ‘po-eemen’, maar zich over de ruimte uitbreidt, in live media als performance, videokunst en installatie. Tegelijkertijd plaatst Lampe haar gedichten zo in een omgeving – een schreeuwerige actualiteit van clicks en hits – waar ze om aandacht moeten vechten. Het tweede gedicht uit De taiga zwijntjes begint dan ook met een probleem: how to impress Fontana with a slash.

    De herkomst van deze regel is aanwijsbaar: het is de titel van een installatie van Lampe die vorig voorjaar kort te zien was in een galerie in Middelburg, en met name bestond uit gevonden, gerecyclede materialen. De betekenis ervan is minder eenduidig. Op het eerste gezicht schrijft Lampe zich er opzichtig mee in in een artistieke traditie. Fontana is Lucio Fontana, een van de mannen achter arte povera, een stroming in de beeldende kunst waar Lampe door gefascineerd is. Arte povera maakte gebruik van restproducten en vierde het tijdelijke, het afgedankte, het alledaagse. Het bekendste voorbeeld is misschien wel Piero Manzoni, die zijn eigen uitwerpselen inblikte en tentoonstelde onder de noemer merda d’artista. Arte povera is verwant aan Zero of Nulkunst, in Nederland door Armando beoefend. Lucio Fontana zelf is vooral beroemd geworden door werken, ‘ruimtelijke concepten’ noemde hij ze zelf, die ontstonden door een houw– een slash – te maken in monochrome schilderijen. Zo maakte hij van een tweedimensionaal vlak een driedimensionale ruimte en gaf hij beweging terug aan het doek. Voor hem was dat geen vernietiging, maar een scheppend moment.

    Ook Lampe wil het toneel leeg hebben en scheppen. Niet voor niets schrijft ze in De taiga zwijntjes dat haar ‘installatie moest worden ontmanteld’. De poëzie in deze bundel lijkt de talige rest van de tentoongestelde objecten, en constellaties daarvan, uit de Zeeuwse galerie. Het probleem van die expositie, zo maak ik uit deze bundel op, was precies dat het de aandacht niet wist te vangen maar versnipperde. Het probleem van de slash is dan ook niet alleen artistiek. Het is ook politiek. Hoe zorg ik ervoor dat mijn werk een indruk achterlaat? In een wereld waarin we constant ‘aan’ staan (‘vierentwintig SLASH zeven’, noemt Lampe dat) is misschien niets zo radicaal als werkelijke betrokkenheid, zo lijkt Lampe te zeggen. Dit tweede gedicht eindigt ingetogen, maar je moet het maar durven opschrijven:

    het maakt niet uit op welke bladzijde je me oppikt

    zolang de interesse in elkaar politiek en geslachtelijk overloopt
    tot in het poëtische veld


    Dit politieke en geslachtelijke verkeer op de pagina vind je op elke pagina in deze bundel terug. Lampe zoekt in een verarmde omgeving naar verbondenheid en intimiteit en vindt die in aandacht voor elkaar, in poëzie en daarbuiten. In haar vorige bundel Rouw met diertjes stond rouwverwerking centraal. In deze bundel bouwt ze opnieuw op. Dat zie je terug in de structuur. Het format van De taiga zwijntjes is geënt op The Waste Land van T.S. Eliot. De bundel telt evenveel hoofdstukken en evenveel regels als het klassieke gedicht. De koude, uitgestrekte taiga staat niet ver af van het barre land van Eliot, of van het monochrome schilderij waarop Fontana zijn ingreep pleegt. Lampe wil verlevendigen. Enter de zwijntjes. Die worden in het eerste deel als volgt aangekondigd:

    je hebt de taiga het engelenkoor stort neer lost op in een troep zwijntjes wij
    komen als eerste op geharde hoefjes in vaste cadans door de waas

    van boomnaalden je geur ophalen blazend en wroetend de overprikkelde snuit
    roeten tot we als één pneumatische boor diep in de schoot van moedertje
    aarde kloppen tot de beer ik herhaal de hele beer kosmisch bedaart dit is 
    ver van je kapotte straat

    Wat gebeurt er als je de deur van de galerie achter je dichttrekt en je niet meer hoeft te vechten om aandacht? Je komt tot rust en kunt gaan lezen.

    UitgeverQuerido
    Jaartal2015
    RecensentFrank Keizer
    Editie2016-1