Recensies

  • Finisterre

    Eugenio Montale
    Finisterre

    Een dikke laag commentaar

    Poëzie is zowel communicatie als verduistering. Elk gedicht bevindt zich ergens op een schaal van ‘kristalhelder’ naar ‘heel hermetisch’. De gedichten van de Italiaanse Nobelprijswinnaar Eugenio Montale staan bekend zich aan de wat duisterder zijde van dit spectrum te bevinden. Men krijgt dan de neiging veel commentaar te leveren om ervoor te zorgen dat de lezer beter in het werk kan doordringen. In de uitgave van Koppernik van de reeks Finisterre is dat behoorlijk ver doorgeslagen. De 15 gedichten van elk minder dan een bladzijde zitten in een schil van commentaar, inleiding, voorwoord en toelichting van tienmaal de omvang van het werk. Montale heeft ook zelf een lang leven lang commentaar op zijn poëzie kunnen geven. Onder meer op deze befaamde reeks die in de oorlog ontstond: ‘Uiteindelijk hebben het fascisme en de oorlog aan mijn isolement het alibi gegeven dat ik misschien nodig had. Mijn poëzie van die tijd kon alleen maar geslotener, geconcentreerder (om niet te zeggen: duisterder worden).’

    Gelukkig is alle goede poëzie op heel veel niveaus te lezen:




     

    Zoals toen
    jij je omdraaide en met je hand, vrij
    het voorhoofd van de wolk van je haren,
     
    mij groette – om het duister in te gaan.


    De bundel is een fraai uitgewerkte allegorie van liefde en oorlog. De aangesproken ‘je’ is Clizia, biografisch te duiden als Montale’s vriendin Irma Brandeis, die kort voor de oorlog naar Amerika vluchtte.

    Montales grote voorvechter Joseph Brodsky schrijft: ‘door onvermijdelijk in een andere toonaard te vervallen, blijft een vertaling, die immers uitleg geeft – toch bij het oorspronkelijk werk in de pas, door te verhelderen wat door de schrijver vanzelfsprekend werd gevonden, en zijn taalgenoten is ontgaan.’

    Met die gedachte laat deze vertaling van Liesje Schreuders zich ook heel plezierig lezen.

    UitgeverKoppernik
    Jaartal2017
    RecensentMenno Hartman
    Editie2018-1