Recensies

  • Verloop van jaren

    Remco Campert
    Verloop van jaren

    Verspringende memoires

    ‘Wees niet bang,’ schrijft Remco Campert in zijn dichtbundel Verloop van jaren, ‘dit gaat niet over liefde’. Liefde, daar raak je maar aan gewend en kan bovendien zo erg zijn dat het je pijn doet, is de boodschap. De geadresseerde van het gedicht lijkt geen antwoord te willen geven. Even wordt er op antwoord gewacht, maar niet lang: ‘wees een echoput die zwijgt/ als dat je beter bevalt’. Het doet denken aan het magistrale boek Zoo of brieven niet over de liefde van Viktor Sjklovski, waarin de brievenschrijver zijn liefde niet mag bekennen aan een vrouw en over van alles begint uit te wijden, hoe de motor van een auto werkt bijvoorbeeld.

    Remco Campert schrijft in veertig korte gedichten over zijn leven. Daartoe splitst hij zich in tweeën: de schrijver genaamd Walter achter zijn typemachine, en de pratende, mijmerende en denkende ik-figuur.

    Walter beziet hij met lichte spot en zelf vervalt hij in melancholie bij de gedachte aan dode vrienden en terloopse liefdes, aan een vader die uit naam van Hitler werd omgebracht. Over zijn alter ego schrijft hij meewarig: ‘Walter groet je/ hij heeft je goed gekend/ al zag hij je toen/ voor een ander aan.’ Degene die hij toespreekt, wordt al snel verlaten of vergeten tijdens het gemijmer en in de herinneringen aan diverse geliefden. Gaandeweg de bundel treedt ook Walter op de achtergrond. Voorin staat deze intrigerende regel: ‘herinnering restte even’.

    Campert is een minimalistisch dichter die ingehouden en ogenschijnlijk lichte gedachten tegen het licht houdt. Dat maakt hem verwant aan Miriam Van hee en Martin Reints, beiden dichters van weinig woorden die in hun werk een hoge mate van verstilling toelaten. Die lichtheid kan bedrieglijk zijn en dat is het aantrekkelijke van dit werk. Door gedachten heel kort te benoemen en weinig uit te schrijven, klinkt er emotie door de woorden. Soms is het alleen maar het voor Campert kenmerkende gevoel voor vergankelijkheid. Op andere momenten breekt hij daar doorheen en verrast hij met zijn onontkoombare manier van zeggen. In ieder gedicht hoor je zijn stem.

    Walters zwakheid is, schrijft Campert, ‘dat hij altijd aardig wil overkomen’. Dat lijkt vooral een commentaar op een type dat hij nou eenmaal schrijvend ten tonele heeft gevoerd en waar hij niet meer los van komt. Tegelijk verzet de dichter zich tegen Vadertje Drees die hem in Indonesië wil hebben en tegen zoveel meer wat er van het leven verwacht wordt: ‘toen begon het dus/ op de middelbare school/ die ik als een gevangenis ervoer/ woorden hielpen me ontsnappen/ vogelvrij uit mijn kooi.’

    En zo wordt Walter geboren, over wie hij dan wel met de nodige distantie schrijft hoeveel tijd hij bijvoorbeeld besteedt aan het afhouden van afspraken met fotografen en hoe blij hij is als een meisje hem herkent en hem om een handtekening vraagt. ‘Woorden woeien het papier op.’ Schrijven lijkt

    hem met andere woorden makkelijk af te gaan, het staat er gewoon meteen. De huid van de schrijver zit hem als gegoten, ook al geeft het schrijven hem een dubbelrol: ‘ik dacht voornamelijk aan mezelf/ nog niet wetend wie ik zelf was’.

    Verloop van jaren bestaat uit verspringende memoires. Is Campert in het ene gedicht vijfentwintig, in het volgende is hij vijf. Zoals zijn huid met de jaren verschilfert en van zilver lijkt te worden, zo verschilferen ook zijn herinneringen, of preciezer gezegd, de herinnering aan het verleden. En wat dan overblijft is een gouden heden. Voor een bundel waarin zo eerlijk in het gezicht van de dood wordt gekeken als in Verloop van jaren, is dat een opmerkelijk opgewekte constatering.

    UitgeverDe Bezige Bij
    Jaartal2015
    RecensentErik Lindner
    Editie2016-1