Recensies

  • Club Brancuzzi

    Maarten Buser
    Club Brancuzzi

    Een eigen geluid in de achtergrondruis

    Er staat iets te gebeuren, zoveel is duidelijk: iets met een avond in Club Brancuzzien Kendrick Lamar staat al op, als we op het motto van de bundel af mogen gaan. In het openingsgedicht wordt de driehoeksverhouding tussen hoofdpersonages neergezet: kunstenaar Claude, zijn model Sybille en de aan het verhaal deelnemende verteller. Je volgt dit drietal van de uitnodiging voor het feest, tot de aankomst bij de club en de after party – het hoofdstuk met de voor Buser typische titel ‘Na het feestje’.

    Maarten Buser heeft met dit debuut een buitengewoon coherente bundel afgeleverd: de verhaallijn doorwasemt alle gedichten. Het risico van deze opzet is wel dat de gedichten zelf aan zeggingskracht kunnen inboeten – dat ze het grotere verhaal stutten in plaats van de kleine rijkdom in zichzelf te ontsluiten. Dit is ook het geval in Club Brancuzzi. Met name in het begin missen de gedichten, hoe goed geschreven ook, soms spanning.

    De gedichten zelf zijn in begrijpelijk taal geschreven en het gebruik van personages doet denken aan de bundels van Dennis Gaens. Bovendien bevat de bundel ook gedichten die wel op zichzelf staan én bijdragen aan het grote verhaal. Neem het gedicht ‘Muisje’. Hierin wordt de wankele verhouding tussen de verlangende verteller en Sybille neergezet. ‘Er zijn meisjes die de kamer innemen door/ er te zijn, maar nooit zoals Sybille dat doet’, schrijft Buser. In enkele welgekozen woorden vertelt hij over het verwijderen van een splinter uit de nek van Sybille: ‘Ik plaats mijn vingers eromheen; ze rilt// als een beekje en de splinter komt los’, klinkt het dan. Het hele moment is zeer zorgvuldig beschreven, als een ritueel. ‘Ik hou hem in mijn handen/ alsof ik communie heb gedaan’.

    Ik heb Buser vaker gedichten horen voorlezen met dit soort frisse dichtregels die je van te voren in de verste verte niet zag aankomen. Eigenlijk had ik daarom meer verwacht van Club Brancuzzi. Wellicht dat in een volgende bundel de gedichten minder ondergeschikt zijn aan de compositie en meer, in al hun rijkdom, op zichzelf mogen staan.

    UitgeverKoppernik
    Jaartal2016
    RecensentPim te Bokkel
    Editie2016-2