Recensies

  • Van groot belang

    Nachoem M. Wijnberg
    Van groot belang

    Dwalen door het landschap van Wijnberg

    Vroeger las ik Nachoem Wijnberg heel anders dan nu. Ik had al zijn bundels, ik las en herlas ze. Het waren er ook nog niet zo veel en ze waren dun. Elk gedicht was als een diamant van een raadselachtige schittering, gewonnen uit een andere wereld. Er was een bundel, Alvast, waarin enkele gedichten voorkwamen die maar uit een paar regels bestonden en me toch dagenlang konden bezighouden.

    Wijnberg schrijft stevig door. Zo goed als jaarlijks verschijnt er nieuw werk en de bundels worden ook omvangrijker. Hij won een paar prijzen, zoals de VSB Poëzieprijs voor Het leven van, en het moet gek lopen wil hij niet een keer de P.C. Hooft-prijs in de wacht slepen. Van dat kaliber is hij.

    Ondanks dat kaliber krijgt hij zijn werk niet zomaar uitgegeven. Zijn geweldige roman Alle collega’s dood heb ik nog een zetje in de rug mogen geven door hem aan mijn eigen uitgever door te sturen: die zag er wel wat in. Ik zeg het maar even voor de full disclosure.

    Er zit iets ondoorgrondelijks in Wijnbergs poëzie. Sommigen denken dat zijn gedichten niets anders betekenen dan er staat en dat je er niets achter moet zoeken, anderen bespeuren symboliek en ideeën, maar uiteindelijk blijf je waarschijnlijk achter met het gevoel dat je iets nog niet weet en zelfs nog niet helemaal goed aanvoelt. Dat is ook de magie van dit werk.

    Wijnbergs nieuwe bundel heet Van groot belang en is weer omvangrijk: 250 bladzijden. De gedichten gaan over grote belangen in handel en politiek. Ze gaan over regeren en macht, misdaad en recht, rijkdom en armoede. Alles wat de poëzie van Wijnberg zo eigen maakt komt erin terug: lange redeneringen, de illusie van kennis, reizende personages, de namen van grote denkers en dichters enzovoorts. Maar het is vooral de toon van de gedichten die je meteen herkent als vintage Wijnberg. 

     

    In de straten van elke hoofdstad lopen ambassadeurs
    van andere staten die meer willen weten

    over de geheime verdragen die de regering

    van die staat afgesloten heeft, ook als zij niet eens weten
    van de geheime verdragen tussen hun regering
    en de regering van die staat, behalve als een ambassadeur
    van weer een ander land hun daarover verteld heeft.

     

    De volzin is – typerend voor Wijnberg – tegelijkertijd complex en glashelder geformuleerd. De dichter klinkt een beetje verbaasd: waarom zou je iets over een andere staat willen weten als je niet eens alles weet van je eigen staat? Waarom zou je verwachten dat die kennis van een ander land iets oplevert, als je nog zoveel níet weet over je eigen land? De zin is ook komisch: die ambassadeur uit ‘weer een ander land’ maakt er haast een slapstick van. Op een vreemde manier is het beeld ook mooi: al die ambassadeurs in de straten van hoofdsteden, je ziet ze lopen.

    Het is een tamelijk willekeurig gekozen fragment uit de bundel. Je zou talloze andere fragmenten eruit kunnen plukken. Overal in de bundel vlechten Wijnbergs intelligentie en waanzin van die kalme volzinnen. Anders dan vroeger vormen Wijnbergs gedichten intussen een soort landschap waar je eindeloos door kunt dwalen, zoals je door de duinen kunt lopen en ze mooi kunt vinden zonder dat één bepaald duin nog mooier is dan het volgende duin.

    Zelf heb ik een zwak voor de gedichten waarin Wijnberg, behalve dichter ook hoogleraar economie, het over handel, rijkdom en armoede heeft. Daar zijn ook weer genoeg voorbeelden van, maar neem ‘Zakenman voor een dag’:

     

    Een groot zakenman koopt en verkoopt
    van een markt naar een andere,

    en zelfs als ze jou elke dag

    op dezelfde markt zien staan,
    zonder hoed op je hoofd als het regent,
    
heb je misschien geld geleend op een andere markt
    
om hier ’s ochtends meer te kunnen kopen
    
en aan het einde van de middag te verkopen,
    
en dan verkoop je op die markt ook het geld van die andere markt.

     

    De abstracte financiële markt valt in dit gedicht, dankzij die hoed en de regen, zo elegant samen met gewone markten. En zo heeft hij nog veel meer economische en politieke ideeën verbeeld, met dezelfde elegantie. Ik moest tijdens het lezen toch steeds even aan de titel van de bundel denken: Van groot belang. Die krijgt door de overvloed aan gedichten iets ironisch. Het dichterschap van Wijnberg is inderdaad van groot belang, dat staat buiten kijf, maar voor de afzonderlijke gedichten geldt dat toch iets minder. Eén meer of minder maakt eigenlijk niet meer uit op zo’n omvangrijk boek. Het stemt me melancholisch dat ik niet meer omval van één schitterend nieuw Wijnberggedicht, maar ik ben ook blij dat hij doorschrijft: liever één bundel meer dan één minder.

    UitgeverAtlas Contact
    Jaartal2015
    RecensentBas Belleman
    Editie2016-2