Recensies

  • Geef me nu ik wil

    Anne van Amstel
    Geef me nu ik wil

    Dit abc tot de zevende macht

    Poëzie wordt vaak als een nutteloos, escapistisch middel gezien, maar sinds mensenheugenis gebruikt men gedichten om geschiedenissen en culturele waarden over te brengen. Bovendien wordt de vaak afgemeten versvorm bij veelvuldig gekozen om het goddelijke tot luisteren te dwingen, al lijkt vooralsnog alleen de ongelukkige Orpheus erin geslaagd enig effect te sorteren.

    Ondanks de geringe slaagkans lijkt Anne van Amstel in het eerste deel van het sterke Geef me nu ik wil op een dergelijke bijstand uit te zijn, al zou de hulpvraag ook gericht kunnen zijn aan het grotere, andere of een nog slapend ‘ik’. In het poëticale openingsgedicht ‘Spin’ wil ze creëren uit orde:







    Geef me een spin onder invloed nu
    ik chaos wil leren scheppen uit orde
    de draden desnoods uit mijn hol trek
    álles geef voor een doolhof

    kann nicht anders dwarsverbanden
    mijn ’s nachts geweven web alleen
    zichtbaar voor wie dauw ziet in parels

    kom maar en beef maar je leeft
    maar eens

     

    Met haar dionysische verlangen chaos te leren scheppen, komt het risico op verdwalen. Daar lijkt Van Amstel niet op uit, want er is niet alleen een grote behoefte aan chaos en creatie, maar ook een minstens even grote zucht naar ordening en berusting. In het gedicht ‘Punt’ wordt bijvoorbeeld gevraagd een landmeter te brengen, die met een theodoliet uit bekende punten (a en b) een nieuw punt (c) kan berekenen. Van Amstel schrijft:

     

    geef dat ik me neer leg

    bij a en b hoezo
    
al door een collega gemeten

     

    De verteller zoekt troost in de wetenschap dat een vast punt alleen zijn relatieve plaats bezit in samenhang met de andere punten.

     

    laat de aardbol zich geen
    gevangene voelen van dit abc
    tot de zevende macht

     

    Van Amstels afgemeten ‘abc’ is klankrijk. Ook in het tweede deel van Geef me nu ik wil, waarin een reeks mensen haast levensecht en zeer menselijk met hun behoeften en kwetsuren is geportretteerd, is er wat haar zorgvuldige poëzie betreft geen reden om een grotere, andere of nog wakker te kussen instantie te vragen om bijstand. Ligt er alweer een volgende bundel op de plank? Je hoopt het vurig.

    UitgeverNieuw Amsterdam
    Jaartal2016
    RecensentMerijn Schipper
    Editie2016-2