Recensies

  • Wijk

    Jonathan Griffioen
    Wijk

    Vlekken in het asfalt

    Het motto van Wijk, de debuutbundel van Jonathan Griffioen, leest als de eerste pagina van een toneeltekst of de voortiteling van een film: ‘Cast: (ik), Mike, Erik, Herman, moeder en vader en Arie Verrips als zichzelf.’ Een belangrijk personage ontbreek echter in deze opsomming: ‘Wijk’, de personificatie die vanaf het eerste woord van het eerste gedicht de hoofdrol speelt in de gedichten over een groep jongeren ‘ergens in Nederland’. Als we het aangereikte theaterframe doortrekken kunnen we als decorstukken onder andere een frikandelbroodje, een discman, schoolhekjes, swastika’s, een elektrische gitaar en bushaltes onderscheiden. De soundtrack van de film of het theaterstuk bevat dan samples van Spinvis, Pixies, Frank Sinatra, Ramses Shaffy en marsmuziek.

    De combinatie van een grauwe thematiek (jeugd, verveling, stad, seks, drugs) en een banale stijl (droog, narratief, vol gaten) doet denken aan de poëzie van onder anderen Daniël Vis, Mischa Andriessen, Laura van der Haar en Dennis Gaens en zorgt voor een onheilspellende en vervreemdende sfeer. Als lezer lijk je te worden geacht de buurt en de mensen te kennen (velen worden enkel bij de voornaam genoemd), maar grote delen van de talige werkelijkheid blijven onbenoemd en onbesproken: belangrijke gebeurtenissen vinden vooral plaats buiten de randen van de gedichten.

    De ons-kent-ons-sfeer en de té vage implicaties beginnen op sommige plekken in de bundel te schuren en zorgen voor enkele idiosyncratische gedichten die wellicht niet bestand zijn tegen de tand des tijds. Daar is de dichter zich echter bewust van (‘onze muren, rituelen/ en inside jokes, blijven onze rituelen/ en inside jokes’). Bovendien zorgen de narratieve gaten ervoor dat de fantasie van de lezer de vrije loop kan krijgen; geweld schuilt om iedere hoek. Griffioen beheerst het spel van prikkelend impliceren (‘er zijn vlekken die je niet meer uit het asfalt krijgt’) en schept beelden die, net als tijdens zijn poëzieperformances, nog lang blijven nazingen (‘mensen zonder kinderen hebben geen karretjes,/ omarmen hun boodschappen’).

    UitgeverLebowski
    Jaartal2015
    RecensentKila van der Starre
    Editie2016-2