Recensies

  • Vrachtbrief

    Koenraad Goudeseune
    Vrachtbrief

    De enige dichter met een groot rijbewijs

    Het huis van de poëzie heeft vele kamers. Koenraad Goudeseune, naar eigen zeggen mogelijk de enige Vlaamse dichter met een groot rijbewijs, hoort niet duidelijk in één kamer thuis. Hij zou voor een weekendje prima kunnen optrekken met dichters als Rob Schouten en Luuk Gruwez, maar waarschijnlijk zou hij toch ook even een paar deuren verder gaan aankloppen bij wijlen Nico Slothouwer, Jan Arends en Eli Scheen (want in het huis van de poëzie is de dood slechts een gerucht). De kans is groot dat hij uiteindelijk toch het liefst een beetje op eigen houtje door de gangen scharrelt, op zoek naar de nooduitgang.

    Goudeseune schrijft zulke gewone gedichten, dat hij alleen al daardoor vanzelf een outsider wordt. Ook Vrachtbrief, qua dikte bijna twee bundels voor de prijs van één, bevat geen onverstaanbare zin, maar staat stijf van de Reviaanse weemoed. Goudeseune is altijd op een zwaar melancholische manier grappig geweest, zonder dat je het gevoel krijgt dat hij daarop uit is – het is een natuurlijke eigenschap van zijn gedichten, die lezen als het doorlopend verslag van een worsteling door een leven vol drank, uitzendwerk of iets dat daarop lijkt, en vrouwen waar het ook niet goed mee afloopt. Er is actualiteit voor zover passend in het dichtersleven. Elk uitgedrukt verlangen lijkt ook een angst, en vice versa. Dichterschap en frustratie gaan hand in hand – er staan veel poëticale gedichten in deze bundel, met hier en daar een hekeldicht jegens een literaire collega of mandarijn die het volgens hem verkeerd doet.

    Koenraad Goudeseune is al een van mijn favoriete dichters sinds zijn eerste bundels Dat zij mij leest en Zen uit eigen werk. Zijn werk wordt zwarter, maar niet slechter. Een enfant terrible kan hij niet zijn, wel een gramstorige vijftiger die zichzelf van de wereld lijkt te willen isoleren. Daar ga ik niet in mee. Ik zal hem altijd willen lezen, en ik kan u van harte aanraden om dat ook te doen.

    UitgeverDouane
    Jaartal2019
    RecensentIngmar Heytze
    Editie2020-1