Recensies

  • Lijfrente

    Vrouwkje Tuinman
    Lijfrente

    Jouw ring en een platte kikker

    ‘(..) ik ging/ naar Brussel om je kut te zien. Jouw kut is mijn huis,’ dichtte F. Starik in Rode vlam (2005). Waarop Vrouwkje Tuinman, de rode vlam in kwestie,in ‘Ik ben volkomen naakt vandaag’ (Vitrineuit 2005) repliceert: ‘In Brussel laat je me je kut zien,/ schrijf je. Lees ik in mijn veilig bed.’ Bij ieder bezoek aan Brussel schieten de dichtregels als dialoog door mijn hoofd. De twee deelden hun liefde voor en in de poëzie tot Starik overleed

    De bedscène in Tuinmans nieuwe bundel Lijfrenteis dan ook van geheel andere aard. Tuinman beschrijft een platgereden kikker die ze ooit vond op de weg. Tot haar spijt had ze die niet meegenomen. Maar gelukkig vond ze twintig jaar later nog een platgereden kikker. Ze vervolgt: ‘De volgende keer dat ik iemand dood vond/ met zijn handen omhoog was jijhet.’ Ze besluit met: ‘Nu bezit ik jouw ring en eenplatte kikker,/ ik rijd ondienstig door de straten.’

    De dode man in bed ligt er een beetje hetzelfde bijals die platgereden kikker. Een sterk beeld. Er hoevengeen dode kikkers meer gezocht, er hoeft geenman meer bezocht: De verteller dwaalt ‘ondienstig’ en alleen door de straten. De bundel begint met het gedicht ‘Maart’ (Starikoverleed 18 maart 2018). Ze dicht, in dit verband onheilspellend: ‘er staat iets te gebeuren’. In Lijfrente doet ze verslag van de dood en de daaropvolgende rouw, die vele facetten kent: van groot verdriet en kleine herinneringen, de begrafenis en grafbezoek,tot huishoudelijke hindernissen (‘dat deed mijnman altijd’) en administratieve lasten en lusten,zoals in het titelgedicht Lijfrente, waarin de verteller de voorwaarden van de te ontvangen lijfrente tehoren krijgt. Cynisch besluit ze met de woorden: ‘ik ben geslaagd/ er komen vijf vruchtbare jaren aan.’

    Tuinman laveert tussen een (grimmig) gevoel voor humor en een voorzichtig gebracht immens groot verdriet. Dat doet ze in onderkoelde metaforen(‘de doden zijn net huisdieren’) en met omtrekkende bewegingen in korte en langere (proza)gedichten, die soms een soort spraakwatervallen zijn tegen het vergeten in. En dan is er een jaar voorbij en ligt er een openhartige bundel waarin de liefde zegeviert.

    UitgeverCossee
    Jaartal2019
    RecensentDieuwertje Mertens
    Editie2020-1