Recensies

  • Kom

    Erik Jan Harmens
    Kom

    Verdwijnen in de erkenning vande geliefde

    Kom is een geconcentreerde, rauwe, jachtige opeenvolgingvan ervaringen, gedachten en constateringen – zo kort van stof dat het vaak om losse, korte zinnenen kreten gaat, vrijwel zonder momenten van bespiegeling. Soms zijn woorden spreektaal (‘me’ inplaats van ‘mijn’, ‘fakkin’) en ook duiken opvallende en vaak goed gevonden neologismen op (glowinthedarkpracht,tongbekkendiep, poststolichnayasediment, vermooi me).

    Vooral de opbouw van zeer korte regels en directtaalgebruik doen denken aan zowel Jan Arends als Jules Deelder: ‘STROP OM/ heb ik zelfstandig/leren ademen/ vanuit me/ middenrif// strop af/ vrat ik/ met lange tanden/ je appjes op/ als ingewanden’,of: ‘JE LAG OP ME/ als een gebouw// niet gek dan/ dat ik niet/ van me/ plek kwam’, bijvoorbeeld.Ook inhoudelijk wandelen de gedichten ergens tussen de rauwe, psychologische verwarring van Arends en de geestige directheid van Deelder.

    De basis onder de gedichten is te stabiel en rustigom je echt in het gezicht te slaan of te ontregelen, zoals vooral Arends dat deed, ook al lijken sommigeregels nog zo direct: ‘EEN HOER/ verwekte mij// een hoer/ baarde mij// en ik zet die/ hoerentraditievoort’. Ondanks confronterende verwoordingen cirkelt Harmens’ taalgebruik rondom een vrij hechte,kloppende kern, die telkens net ontweken wordt. Dat is geen tekortkoming: die kern formuleren zoudeze poëzie te banaal maken. Het begin van een van de gedichten luidt bijvoorbeeld: ‘ALS JE ME/ aanraakt/kijk ik/ hoe je me/ aanraakt// in die zin/ zit ik r/ nooit echt/ helemaal in’ – een kwetsbaar beelddat werkt omdat het de essentie net ontwijkt. Een ander gedicht begint: ‘ALS IK/ al kom/ is t vaak/maar half// me andere helft/ telt t tafelzilver/ likt de slabak uit’. Die momenten zijn de fraaiste, hoewel ze niet overlopen van originaliteit.

    Elders lezen we: ‘MET HEEL/ me niets/ heb ik/jou lief// schrijf ik/ met vinger/ in totaal/ wittebrief’. Ik betwijfel of Harmens wilde verwijzen naar Kouwenaars schrijnende ‘totaal witte kamer’, maar net als in dat meesterwerk is Harmens in zijn bijna murmelend geformuleerde passages op z’n sterkst. Alsof hij door zich klein te maken wil verdwijnen in de erkenning van zijn geliefde.

    UitgeverLebowski
    Jaartal2019
    RecensentRoel Weerheijm
    Editie2020-1