Recensies

  • Vormen van gekte

    Judith Herzberg
    Vormen van gekte

    Radicaal alledaags

    De eerste bundel van Judith Herzberg sinds 111 Hopla’s (2014) heet Vormen van gekte en is relatief dun. Dat is bij een dichter als Herzberg natuurlijkjammer, ook al omdat een niet gering aantal van het geringe aantal pagina’s wordt bezet door korte gedichten die een beetje niemendallerig overkomen. Ter illustratie citeer ik het gedicht ‘Juli 2019’ in zijn geheel:

    Ik dank god
    op mijn natte knietjes
    dat het weer
    eens regent

     
    Tegelijk is Herzberg ook zo’n dichter waarbij er dikwijls in een enkele afbreking een hele wereld kan worden uitgedrukt. De jury van de Prijs der Nederlandse Letteren (die ze in 2018 won) vergeleek haar oeuvre (terecht, volgens mij) met dat van Nobelprijswinnares Wisława Szymborska: inderdaad ook een dichter die er om bekend stond ogenschijnlijk eenvoudige gedichten te schrijven, die onvermoedediepten aanboren. Met haar gedichten toont de Zestiger Herzberg bovendien dat die diepten zich dikwijls laten zien in het banale, het alledaagse.

    In dat verband is de titel van de bundel, Vormen van gekte, interessant, want gekte is per definitie niet alledaags. Hoewel… Het titelgedicht is een opsomming van de verschillende vormen van gekte, die eigenlijk niet zo erg ‘gek’ zijn:
     

    rijden is een vorm van gekte
    stilstaan ook
     
    liefde is een vorm van gekte
    een verzameling beginnen is een vorm van
    gekte
     
    praten tegen poezen is een vorm van gekte
    tegen leguanen ook
     
    trouwen is een vorm van gekte
    wantrouw ook


    Als dat allemaal gekte is, kun je je afvragen wat dan ‘normaal’ is. Het gedicht staat niet voor niets bijna aan het slot van de bundel, zo fungeert het feitelijkals een conclusie. De gedichten, veelal geschreven vanuit een personage, drukken van zichzelf ‘vormen van gekte’ uit. Vaak doen die gektes radicaal alledaags aan, zoals bijvoorbeeld ‘Juli 2019’, of hetopeningsgedicht ‘Terwijl’ (‘Terwijl je doen doet/ stapeltzich/ genadeloos/ het ongedane’). Maar door haar vakmanschap, de inzet van haast onmerkbare stijlelementen, weet Herzberg de regels bijna ongemerkt uit het lood te slaan. Ze wekken wel deindruk langs de neus weg te zijn opgeschreven, of(als ‘ready-mades’) te zijn overgeschreven, maar zezijn vaak bij nadere beschouwing veel geraffineerderdan die eerste indruk deed vermoeden. Zo worden er woorden uit de ‘alledaagse’ zin weggelaten,er worden onverwachte gedachtesprongen gemaakt,er wordt in één beweging van observatie naar uitroep overgeschakeld, etc. Herzberg versterkt op deze manier feitelijk de ‘alledaagsheid’ van haar poëzie, wantjuist daar, in die alledaagse uitingen, is de coherentie vaak ver te zoeken.

    Maar juist als je denkt de formule van Vormen van gekte te doorzien, zit er ineens een ‘echt’ waanzinnige stem tussen: die van ‘De vrouw die een voor een haar baby’tjes ombracht’. Het valt nauwelijks op, want de toon verschilt niet zo veelvan bijvoorbeeld de vrouw die iets in haar rugzak zoekt. Hetis een volkomen coherent relaas, waarbij de vrouw weliswaargeen reden geeft voor haar gruweldaden, maar wel onder woorden brengt welke sensatie haar bewoog. Ze gooit er zelfs een bijna filosofische bespiegeling tegenaan:

     

    Er ging steeds wel een tijdje
    overheen maar mij lijkt het
    nu ik er nog eens goed bij stilsta
    eigenlijk steeds één. Eén
    en dezelfde elke keer.

     

    Vergelijk dat eens met de vrouw die iets in haar rugzak zoekt:

     

    Waar is —
    O nee dat heb
    hé daar
    maar wacht —
    o die
    die was
    verdomme dat
    o hier nee, toch
    wat stom

     

    Wie van de twee is ‘gek’?

    In veel opzichten is Vormen van gekte de bundel van Judith Herzberg ‘die je wist dat zou komen’. Liefhebbers van haar werk kunnen hun hart aan deze bundel ophalen,want hij bevat alle kwaliteiten van haar eerdere werk: het parlando, het raffinement, de filosofie, de humor. Maar hetis ook, veel méér dan haar eerdere bundels,een geheel. Daarmeebedoel ik dat er veel gedichten in staan die alleen werkenin de context van de rest. Ik heb me het hoofd gebroken over de vraag wat een volkomen banaal zinnetje als het aanhet begin van deze recensie geciteerde ‘Juli 2019’ doet ineen bundel van een winnares van de P.C. Hooftprijs. Is heteen soort statement over klimaatverandering?

    Het antwoord is volgens mij dat het zinnetje lading krijgt als ‘vorm van gekte’. Het gedicht met die titel is een opsomming van gektes die in het dagelijks leven niet als zodanigworden beschouwd. Het leven van alledag is een vorm vangekte. De bundel als geheel doet hetzelfde, en de respectievelijke gektes worden een glijdende schaal. Er loopt kortomeen directe lijn van het korte gedicht over het weer afgelopen zomer naar het gedicht over de gevaarlijke gek die haar baby’s doodt. Daarmee is Vormen van gekte, bij allehumor, een huiveringwekkend pessimistische bundel.

    UitgeverHarmonie
    Jaartal2019
    RecensentEdwin Fagel
    Editie2020-1