Recensies

  • Epitaaf

    Giorgio Bassani
    Epitaaf
    Ik leef nog


    In de gouden jaren van mijn
    jeugd
    geloofde ik in wat al niet voor glorieuze gulden zaken
    met helaas niet al teveel
    moed om erin te geloven!


    In een van de eerste gedichten uit de bundel Epitaaf van Giorgio Bassani verwijst de dichter naar de jaren van zijn jeugd. Het is een verwijzing die voor sommige lezers een onmiddellijke herkenning teweegbrengt. Wie immers heeft de jaren van zijn jeugd innemender, preciezer en prachtiger vormgegeven dan juist Giorgio Bassani in zijn wereldberoemde roman De tuin van de Finzi-Contini’s? De roman maakt deel uit van een groot boek dat Het verhaal van Ferrara heet. Het is het meesterwerk van Bassani die geboren in Bologna inderdaad een goed deel van zijn bestaan in het Noord-Italiaanse Ferrara doorbracht. En elke lezer van zijn werk bracht er eveneens gouden dagen door, in de door cipressen omzoomde lanen, op het privé-tennisbaantje bij het landhuis, met jonge mensen die het leven vieren terwijl de oorlog dreigt.

    Ook als je zonder deze context de bundel Epitaaf binnentreedt is er veel te beleven. De zeventig gedichten verschenen in 1974, toen Bassani 58 was en een leven achter de rug had. ‘Grafschrift’, de betekenis van ‘Epitaaf’ is wat ironisch aangezet, maar de bundel is wel een rijpe uiting van dichterschap waarin verleden en een leven van denken doorklinkt. Bijvoorbeeld in zijn licht ironische benadering vande fascisten waaronder de joodse Ferrara met zijn lotgenotengeleden heeft, na de rassenwetten van 1939, maar aande andere kant in prachtige uitingen van ‘Late liefde’. Ineen gedicht over fascisten beschrijft Ferrara laconiek hoe zehem om de hals vallen en koek-en-ei spelen, en zelfs halve‘rasgenoten? Jullie ook al? nagenoeg/ halve neven? Neerustig/ Hoe bliksem/ hoort het/ eerst/ lieverds/ sterven we’.

    Het is een koele benadering van de rassenwetten die Bassanieerst zijn afstuderen bemoeilijkte, later zijn debuteren bijkans onmogelijk maakte, maar meerdan dat: zijn familiewerd naar Buchenwald gedeporteerd. Bassani zat in het verzet, werd gearresteerd en weer vrij gelaten. Opvallend isdat zowel in het proza als in de poëzie niet zozeer haat doorklinkt, eerder een melancholieke geestige berusting.

    Bassani is overigens ook een getalenteerd schelder: ‘aaneen criticus/ heel graag verkocht ik je/ mijn waarde eenschop onder je/ hol/ maar zou die/ ook/aankomen?’ Vaak doet het werk denken aan de film La grande Bellezza van Paolo Sorrentino, met als hoofdpersoon een vermoeide oudere man, terend op oude faam (in Bassani’s geval terecht),en passant schoonheid tonend, die zo’n status in de kunstwereldheeft dat hij lak kan hebben aan regels, zijn thema’s breed kan nemen. Hij volgt geen regels, hij maakt ze.

     

    ik heb het al gezegd ja in mijn proza-
    werken maar dan indirect
    via dwarsstraten

     

    Onthecht is deze poëzie, de dichter heeft het verleden overleefd,verloor niet wat velen wel verloren. Leeft, en op een intense manier.

    Op bed aan tafel in de auto altijd
    wil ze me aan de linkerkant ze beweert dat het gezicht
    dat ik van rechts bied
    weergaloos boeiender blijkt
    knapper rustiger mannelijker en dus
    beter
    ik snap het o natuurlijk maar eerlijk gezegd
    wat een toestand om je eeuwig van maar een kant te tonen

     

    Bassani is veelzijdig; juist in zijn poëzie drukt hij dat uit. Waarnemer is hij, minnaar, geschiedsvorser, automobilist, sterveling, zoon van een moeder die onwel is. Of chroniqueurvan zijn familie, in het prachtige ‘Familiegeschiedenis’, geen dichter laat zoveel doorresoneren na zijn laatste regels, als waarnemer van landschap, hij die zich vragen stelt over hoe een ander hem ziet:


    vertrouw jezelf niet teveel als ik op dit punt
    van mijn leven
    je zou doen denken
    aan deze wijk van oude villa’s en burgerlijke
    rijtjeshuizen aan de oever van een zee
    die geen zee meer
    is
     
    draai je om kijk naar het ruige grondgebied
    dat erachter ligt compleet
    onbewoond
    vol donkere steeneikenbossen her en der
    bezaaid zoals altijd in mei met de dwaze
    pruiken van de bremstruiken
    en dat hoog hoog gaat tot aan het blauw

     

    Want hij blijkt meerduidig, deze dichter die in zijn poëzie een heel leven en een hele wereld meedraagt. Een schitterende rijke bundel is het, plezierig vlot vertaald, tweetaligals bonus zodat je je soms in het Italiaans kunt verlustigen. Misschien vat dit de bundel het sterkst samen: io vivoancora. Ik leef nog. In Epitaaf viert Bassani dat leven in al zijn schoonheid en lelijkheid en publiceerde een bundelmet weldadige afwisseling van korte, lichte gedichten en langere, meer duistere werk, die je door kunt blijven lezen tot… ja, zolang je leeft.

    UitgeverKoppernik
    Jaartal2019
    RecensentMenno Hartman
    Editie2020-1