Recensies

  • Dit is geen slaapkamer meer nu

    Christophe Vekeman
    Dit is geen slaapkamer meer nu

    Niet willen leven in een wereld zonder rijm

    Wat als Baudelaire vooral op blanke jon
gens was gevallen? Of als Franz Kafka in
de sociale omgang een vlotte babbel had
gehad? Virginia Woolf domweg gelukkig
was? Je moet er niet aan denken; alle eigenaardigheden van een historisch
schrijver en dichter lijken juist evenzo
vele wegen naar het fonkelen van zijn genie. Soms doemt uit een bundel ook een dichter op die je ziet zwoegen met iets waarzonder hij juist wel beter uit de verf zou komen. Vekeman is zo iemand. Wat doet Vekeman nu in zijn bundel, Dit is geen slaapkamer meer nu? Hij viert de geilheid en het grote leven in een soms carnavaleske setting. Hij is als dichter op zoek naar het grote gebaar, de grote gevoelens. Aansprekende thema’s dus.

    Na een dag vol nachtelijks, terwijl de avond viel

    Zat Ludovic te schreien op de bodem van zijn ziel

    Het was zo koud, als mensen spuwden brak daarna meteen

    Hun speeksel op de straatstenen in ijsscherven uiteen

    Ook Ludo’s tranen dropen kort slechts en bereikten nooit zijn mond
    En op zijn beide wangen schaatsten mieren in het rond

    Zijn oren en ogen bevroren, we mogen gerust stellen dat hij waarlijk stierf van de kou

    Zo was het lot van Ludovic, zo is de wereld zonder jou.

     

    Dit is het openingscouplet van ‘Vegas’, een van de betere gedichten in deze bundel. In tien van dergelijke strofen met steeds een variant op de laatste regel laat Vekeman een aantal personages de revue passeren die voor het volle leven willen gaan, en ook zo componeert hij een ode aan die ene, zonder wie wij in deze wereld niet leven willen.

    Vekeman is echter niet bang voor een stoplapje. Rijmend dichten dwingt natuurlijk iets meer tot omwegen om bij het juiste rijmwoord uit te komen dan een vrijere vorm, maar soms maakt hij het toch wel bont.

     

    Soms zijn dingen spannend, vaker saai en toch gevaarlijk

    Enkel als mensen praten zijn ze waarlijk onbedaarlijk

    We zijn allemaal zondaars, dat is niet erg want

    Ik ben erg goed in haten, maar mijn liefde voor jou is mijn sterkste kant.

     

    We lezen light verse dat met een voordracht in het achterhoofd geschreven is. We zien een rijmend schrijver die – zacht uitgedrukt – metrisch niet zo sterk is. We nemen een groot hart waar, dat klopt voor de liefde en dat zich om het denken erover minder sappel maakt. Vekeman blijkt in Dit is geen slaapkamer meer nu een burleske dichter, die de kroegen tot onderwerp neemt, en de Liefde voor de Vrouw. Hij is het type dichter dat zijn lust tot liefde tot een pose maakt.

    Raymond van het Groenewoud, de Vlaamse bard die de liefde zo intens bezingt, deelt met Vekeman zijn decor en zijn grote hart, maar we missen de muziek bij Vekeman. Het werk heeft vaak iets van een liedtekst, inclusief refrein. De licht aangeschoten, intens eerlijke en boertige liefdeslyriek met een stevig seksuele ondertoon heeft een lange geschiedenis, die haar hoogtepunt internationaal misschien in het werk van Charles Bukowski vindt. Maar Bukowski heeft – net als Van het Groenewoud overigens regelmatig – lak aan het rijm.

     

    Dus lik ik je lippen en ik barst los in glossolalie

    Je bent niet zomaar een godin, jij bent nog steeds een religie
    En ik geef heel de wereldpoëzie in ruil voor één gebed van dank
    Omdat ik je beminnen mag, je hele lichaam lang.

     

    ‘Lank’ denk je dan, gewoon omdat je niet begrijpt waarom dit rammelrijm volgehouden moet worden. Omdat het dan pas poëzie is? Het rijm jaagt de verzen juist regelmatig weg van de poëzie. Light verse is geen gemakkelijk genre om te beoefenen, het is waanzinnig technisch, en Vekemans beperkingen verzetten zich daartegen. Waarom dan toch blijven rijmen? Het is een vraag die gaandeweg de bundel steeds prangender wordt, want de sfeer spreekt aan, maar een dwangmatig, niet al te fraai rijm met een metrum dat bonkt als een verkeerd ingepakte rolkoffer voorkomt dat het goed werkt.

    UitgeverArbeiderspers
    Jaartal2016
    RecensentMenno Hartman
    Editie2016-3