Recensies

  • Gedichten voor de kleine reus

    Peter Holvoet-Hanssen
    Gedichten voor de kleine reus

    Zingen en kreveren

    Met Gedichten voor de kleine reus slaat Peter Holvoet-Hanssen een nieuwe, boeiende weg in: die van de dichter-troubadour. Hij zingt tegen de vergankelijkheid. Een deel van de bundel, meer bepaald meerdere gedichten in de afdeling ‘Het land van Music-Hall’, verscheen al in het boek Miavoye, waaraan Holvoet-Hanssen in 2014 bijdroeg: een boeiende viermansbedevaart naar het gehucht in de provincie Namen waar Paul van Ostaijen in 1928 op amper tweeëndertigjarige leeftijd stierf. Die tocht was geïnspireerd door dichter Richard Minne, die de herinnering aan Van Ostaijen wou bewaren ‘als zinnebeeld van wat de dichter is in de maatschappij. Zingen en kreveren.’

    Zingen en kreveren (synoniem aan ‘creperen’) vormen ook de grondthema’s van Gedichten voor de kleine reus. De vergankelijkheid zit sterk in deze bundel, maar ze wordt zingend, sprookjesachtig bezworen. In het slotgedicht heet dat welluidend: ‘minnemeiend tegen de vluchtstroom in/ gewapend met weerloze muziekdoosjes/ door het rattenkasteel naar de kolos Goleman’. Of neem deze versregels, als een herinnering van Holvoet-Hanssen aan de kamer en de rode beuk waarop Van Ostaijen uitzicht had toen hij stierf:

     

    Moeder de Gans kan elk moment gaan
    slapen in het bed van de dood
    
alles versnelt en zij vertraagt

    doffer, het leven is een draaikolk
    je komt alsmaar dichter bij de kern
    en als je sterft, valt de bodem weg

     

    Peter Holvoet-Hanssen is een dichter-troubadour die zich op allerlei manieren engageert en zich betrokken toont bij mensen. Zo valt hier het gedicht ‘Springtime’ te lezen, een referentie aan de tijd dat hij stadsdichter was. Het is tegelijk een hommage aan de overleden schrijver Kamiel Vanhole: ‘matroos, jij klimt het want in/ de reus springt op het strand/ ons lied doet zeilen bollen/ en zat Gods blazersband’. Prachtig zijn de Van Ostaijense ‘Rodica spreekt walvis’ en ‘Dodica zingt walvis’, twee gedichten die de leefwereld van een meisje met een verstandelijke ‘beperking’ oproepen. Want wat is dat: een beperking?

    Zoals bijvoorbeeld in Van Ostaijens ‘Alpenjagerslied’, is de poëzie van Holvoet-Hanssen tastbaar en toch ongrijpbaar door de unieke vermenging van ernst en speelsheid, diepgaande inhoud en bedrieglijke lichtheid, omwille van de muzikaliteit. Dit is poëzie over de wind die komt opzetten, ‘een voorbode van de storm’ zoals we in het motto van Lautréamont kunnen lezen. Peter Holvoet-Hanssen heeft met Gedichten voor de kleine reus een wonderlijke muziekdoos op het schap met poëzie in de boekhandel gezet. Druk uw oor aandachtig tegen de pagina’s, lees en luister.

    UitgeverPolis
    Jaartal2016
    RecensentPaul Demets
    Editie2016-3