Recensies

  • Insect Redux

    Daniël Vis
    Insect Redux

    Brein in vat zoekt uitweg

    Insect Redux, de tweede van Daniël Vis, is een bundel die enig doorzettingsvermogen van de lezer vraagt, een ‘montage’ van fragmenten, ready-mades en eigentijdse beelden. In deze faustische vertelling raakt een alwetend orerende ik-figuur in zijn hoofd de weg kwijt. Het is een vertelling die van talent getuigt, maar door de afstandelijke vertelwijze toch eerder overkomt als knap bedacht dan diep doorleefd.

    Zichzelf verliezend in obsessieve analyses komt de ‘ik’ voor de lezer amper tot leven. Hij beschrijft zichzelf en zijn aandoeningen op wetenschappelijke wijze: ‘m’n cellen maken nieuwe cellen op basis van eerder gebruikte informatie.’ Enkele verzen verderop loopt hij de apotheek uit met een doosje vol diazepam. De rammelende tabletten worden sterk beschreven: ‘het tikt binnenin’.

    Om de mogelijkheid van kennis over de buitenwereld in twijfel te trekken gebruiken sceptische filosofen de beeldspraak van een brein in een vat dat kunstmatig gevoerd wordt met sensorische informatie; men kan niet met zekerheid zeggen dat men geen brein in een vat is, argumenteren ze – een beeld dat ook terugkomt in de sciencefictionfilm The Matrix. Opgesloten in deze rationale raakt ook de ‘ik’ in Insect Redux de grip op zichzelf en de werkelijkheid kwijt. Tot het einde toe blijft de ‘ik’ een peinzend brein dat sensorische input tot tekst verwerkt – grenzen tussen hem en personages vervagen. Toch gloort er tegen het einde van de bundel een uitweg, als het menselijke even door de objectieve vertelling schijnt: ‘soms blijft de bovenlip kort aan de tanden plakken. het voelt menselijk’. Het klinkt bijna onhygiënisch, dat menselijke, als de psychiatrische ‘ik’ het benoemt. Veel menselijker wordt het in Insect Redux dan ook niet.

    er is iemand in mij aanwezig.
     
    700 milligram aan antipsychotica in mijn bloed
    en in m’n weefsels probeert hem te verwijde-
    ren.
     
    ik kijk naar iemand die tegenover me in een
    kamer staat.
     
    1 van ons is een kopie.
     
    ik ben een levenloos ding.

    UitgeverPrometheus
    Jaartal2018
    RecensentPim te Bokkel
    Editie2018-2