Recensies

  • New Romantics

    Michaël Vandebril
    New Romantics

    Poseren in een antiekwinkel

    Na een goed ontvangen debuut komt de Vlaamse dichter Michaël Vandebril met een tweede bundel die de op het eerste gezicht ambitieuze titel New Romantics draagt. De bundel trekt de aandacht, zoals de op het voorplat poserende dichter de aandacht trekt. De titel doet vermoeden dat er een nieuwe stroming in de dichtkunst op de kaart wordt gezet, een hedendaagse versie van de aloude romantiek wellicht – iets dat bij nadere inspectie wel mee blijkt te vallen.

    Met de opkomst van de romantiek als stroming werd in de moderne tijd gebroken met het dogma van het absolute schoonheidsideaal. Kunst werd een zoektocht naar de allerindividueelste expressie. Een wildgroei aan avant-gardes was het gevolg. Elke nieuwe avant-garde brak met de vorige om zich te bevrijden van de vastgeroeste expressiemiddelen. Generaties avant-gardes later staat dat ene paradigma nog altijd overeind: het romantische streven naar de expressie van de kunstenaar. Als de kunst zich nog altijd zo in het grote vaarwater van de romantiek begeeft, roept dat de vraag op wat de nieuwe romantiek van de so-called New Romantics zo nieuw maakt.


    Na de pose op het omslag, vangt het eerste hoofdstuk van New Romantics aan met vijf poses. Als we op de titels af mogen gaan, passeren in dit hoofdstuk respectievelijk een dichter, een flaneur, een leugenaar, een veerman en een dubbelganger de revue. De dichter neemt de vorm aan van een langstengelige plant in het bos. De flaneur glijdt het uniform van een dichter in. De leugenaar stelt zich voor als Michaël. De veerman ontdoet zich van zijn dandyeske overjas, plukt varens en ziet zijn gewicht in de oppervlakte spiegelen. En de dubbelganger legt zichzelf op het keienstrand en roept uit volle kracht naar de horizon, ‘die antwoordt in gebarentaal’. Achterin lezen we dat de gedichten geïnspireerd zijn op vijf personen: Maurice Gilliams, Charles Baudelaire, David Bowie, Brian Ferry en Jean Cocteau. Knappe lezer die dat er zonder deze informatie uit had gehaald.

    Na het lezen van het titelhoofdstuk, het tweede van New Romantics, zijn we weinig wijzer wat betreft de vraag wat er nieuw aan de ‘Romantics’ is. Ja, er zijn flarden met beelden die romantisch aandoen. Zo is er een stad waar dichters met ‘zachte geraamtes’ en doorzichtige huiden doorheen ‘glijden’ en er wordt zo nu en dan als dandy geposeerd. Maar dat lijkt toch allemaal eerder clichématig traditioneel.

    In de gedichten zelf wordt interpunctieloze zin op interpunctieloze zin gestapeld. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar de relatie tussen de zinnen blijft in de regel totaal onduidelijk. De woordkeuze van Vandebril is daarom verrassend, maar zeker niet virtuoos, omdat de zinnen vaak inwisselbaar zijn.
Meerdere keren ook is de woordkeuze knullig te noemen. Neem het gedicht ‘India’ dat even na dit citaat eindigt met een fade out in de ogen van de ik-figuur:

     

    er is geen beginnen
    aan de beste uren
     
    van de dag filteren
    licht tot anjelieren
     
    stappen met blote
    voeten door ons
     
    zaad zetten onze
    dood in scène

     

    Het ontregelende effect van deze ongrammaticale constructie is zonneklaar: het dwingt de lezer te zoeken naar zin. Maar om het zoeken zin te geven moet er ook iets te vinden zijn. Meer dan dat we, gadver, het staat er echt, ‘met blote/ voeten door ons zaad’ stappen.

    Het is een grote misvatting te denken dat ontregeling in een gedicht bereikt wordt door dichtregels van de rails te laten lopen. Ontregeling moet in de kunst de toeschouwer de existentiële stuipen op het lijf jagen! Een gedicht moet zodoende meer zijn dan een kruiswoordpuzzel. Meer ook moet het zijn dan de rangschikking van glossen als vers opgedolven edelstenen.
Een aardige vondst is er her en der in New Romantics dan

    ook wel te vinden. Zo dicht Vandebril op een zeker moment: ‘als een dandy spuw ik kwik/ zilveren gedichten in mijn hongerige hand’. Een aardig beeld. Maar in een zin als ‘in de spiegel ben ik dichter/ dan in werkelijkheid’ blijft het spel met de regelafbreking een spelletje. Dit soort ‘vondsten’ blijven in de bundel veelal op zichzelf staan. En zo is het, helaas, zelfs gesteld met de bundeltitel, waarvan de pretentie niet wordt ingelost. In de notities leren we dat Vandebril voor de titel uit een songtekst van Duran Duran citeert.

    Een lichtpunt in New Romantics is het vers over Belgrado uit het hoofdstuk met reisgedichten. Hier lijkt de dichter de pose voorbij te zijn en echt met eigen ogen naar de wereld te kijken.

    Maar de lezer weet dan ook al lang dat ‘New Romantics’ (op de voorpagina met een op zichzelf staand enjambement en zonder streepje geschreven als ‘New Rom Antics’) naar weinig meer verwijst dan een dichter die omwille van het effect voor de coverfoto in dandyeske klederdracht poseert in een antiekwinkel. Nieuw was wellicht het retro Instagram-filter dat later op de smartphone werd geselecteerd.

    UitgeverPolis
    Jaartal2016
    RecensentPim te Bokkel
    Editie2016-3