Recensies

  • Dit is hoe het ging

    Froukje van der Ploeg
    Dit is hoe het ging

    De filter die ervoor zorgt dat alles zacht lijkt

    Dit is hoe het ging is de derde bundel van Froukje van der Ploeg en bouwt voort op haar eerdere werk. De lezer wordt in vijf cycli op intieme wijze deelgenoot gemaakt van een familiegeschiedenis. Die is, zoals elke familiegeschiedenis, uniek, maar niet te buitenissig. Wat onconventioneel is aan deze familie is wat er conventioneel aan is. Dat geldt ook voor de poëzie die Van der Ploeg erover schrijft, die maximale herkenbaarheid nastreeft: Familiepoëzie, met een hoofdletter.

    Voor deze bundel liet Van der Ploeg een element van samenwerking toe: zoals uit de aantekeningen achterin blijkt, heeft ze haar eigen familieleden en mensen uit andere families om verhalen gevraagd, die ze vervolgens verwerkte tot gedichten. Interessant, maar toch leidt deze werkwijze niet tot meerstemmigheid. Daarvoor zijn de verschillen niet uitgesproken genoeg, wordt de poëzie te veel geplaagd door clichés (‘Niemand sterft met haar mee’, schrijft de dichter bij het overlijden van de moeder) en soms triviale anekdotes. De bundel suggereert één verhaal. In de eerste afdeling, de titelafdeling, worden de verhoudingen geschetst. Zoals in elke familie zijn er spanningen, geheimen, zaken waar niet over gepraat wordt. Er is een stervende vader, een stervende moeder, een huwelijk dat uit elkaar valt, buitenechtelijke relaties. Er schemeren collectieve gebeurtenissen op de achtergrond, zoals een oorlog. Maar dat blijft achtergrond.

    In de titel kun je een afrekening lezen met het verleden dat zich steeds weer herhaalt: zo moeder zo dochter en zo vader zo zoon. Dit is hoe het, keer op keer, ging. Maar de titel duidt ook op het verraderlijke, selectieve karakter van het geheugen, de filters waarmee we naar de wereld kijken en die we nodig hebben om staande te blijven. Neem het gedicht ‘Opslagruimte’, met deze regels:

     

    (...) en zo schuift

    het steeds meer, schuiven stapels polaroids
    over elkaar tot je alleen het beeld onthoudt
    dat op dat moment boven ligt.

     

    De titel heeft nog een derde betekenislaag: hij leest ook als een poging het verleden te veranderen, een toekomst mogelijk te maken. Dit is hoe het ging – maar nu gaan we het anders doen. Hoe kun je het verleden loslaten, ontsnappen uit het familietheater, met zijn geheimen, zwijgzaamheid en harde blikken? In het gedicht ‘Onthechten’ staat het zo:

     

    We zitten dezelfde tijd uit, wachten tot
    lichaamsdelen weer helen, weken
    viltstifthartjes van onze armen, gooien
    lijnen uit naar de wereld naast ons

     

    Van deze betekenismogelijkheid veerde ik op, omdat ze de bundel, die op bekend terrein blijft, zou kunnen verruimen naar de ‘wereld naast ons’. Helaas cirkelt Van der Ploeg meteen terug naar de familie, waarvan de leden als één lichaam zijn, die dezelfde tijd delen. Er is geen bewustzijn dat de familie doorsneden wordt door een andere tijd, waar ze geen grip op heeft, zoals geschiedenis, of door andere vormen van collectiviteit. Er bestaan immers niet alleen affectieve relaties tussen mensen die verwanten zijn.

    Zo overheerst de intense fascinatie van het persoonlijke drama in deze bundel. De transformatie die de titel lijkt te beloven, blijft uit. Daardoor mist de bundel spanning. ‘Wij hebben anderen nodig/ om bij elkaar te blijven’, lezen we in ‘Slot’. De lieve vrede moet bewaard, in naam van het geluk:

     

    Ken je dat laagje tussen geluk en gelijk? De filter
    die ervoor zorgt dat alles zacht lijkt

     

    Naast het zelfgenoegzame gelijk is er dus ook het zelfgenoegzame geluk, dat genoeg heeft aan zichzelf. Tautologisch geluk, precies zoals de bundel eindigt, met de gemeenplaats aller gemeenplaatsen: ‘We zijn geworden wie we zijn’. Maar voorbij dat geluk is een ander geluk mogelijk, en ik lees graag poëzie die rusteloos naar dat geluk op zoek gaat. Het lijkt daarentegen wel alsof Van der Ploeg tegen elke prijs complexiteit heeft willen vermijden en slechts uit is op zo groot mogelijke emotionele transparantie.

    Een ongefilterde blik had kwetsbaardere, intiemere, minder quasi-universele poëzie op kunnen leveren, die echt iets weet te zeggen over familie. Geen familie met zomaar een geschiedenis, maar een geschiedenis waar we niet omheen kunnen
    UitgeverNieuw Amsterdam
    Jaartal2016
    RecensentFrank Keizer
    Editie2016-3