Recensies

  • Pincetbeweging

    Sander Meij
    Pincetbeweging

    Tussen duim en wijsvinger

    Met een rukje ben je verlost van een splinter of een tegenstribbelend haartje: het pincet pakt vast wat je met duim en wijsvinger nét niet kunt vatten. Sander Meij noemt zijn tweede bundel Pincetbeweging; de tekst op de achterzijde belooft dat hij het ‘menselijk tekort’ zal onderzoeken. In werkelijkheid thematiseert hij in eerste instantie vooral het tekort van de taal en de gebrekkigheid van de herinnering.

    Je zou het bijna een Derridiaanse visie kunnen noemen: datgene ‘waar ik naar reik en niet aankom’. Hoe de lyrische ‘ik’ ook zijn best doet, de woorden voldoen niet, zoals in ‘Een mensenleven duurt een vriend’:

     

    ik kan er de hele tijd net niet bij
     
    ik haal zelf de woorden uit mijn mond
    ze hangen tussen ons als vitrage
    
ik zit er de hele tijd naast of achter


    Hetzelfde geldt voor herinnering: ‘Een verleden sleep je mee/ misschien, maar je komt er niet vanaf en je komt/ er niet bij.’ Toch laat Meij een serie jeugdscènes voorbijkomen, alsof hij ‘door de bak met polaroids’ gaat. In dit deel prevaleert de beeldspraak van water dat, in tegenstelling tot nostalgie, ook nooit terugverlangt naar de bron.

    Het tweede deel van de bundel spitst zich meer toe op de tekorten van onze gedigitaliseerde tijd, met displays van arseenvrij glas, toegangscodes en zelf aangemaakte evenementen. De mens als Sisyfus van de beeldcultuur. Heel even lijkt Sander Meij zelf aan het woord te zijn in het gedicht ‘Het hijgt in mij’:

     

    in mijn borstkas woont een boksertje
    ter grootte van een pubervuist

    mijn binnenkant is zijn punching bag


    Jammer genoeg wordt deze puber niet écht volwassen, de stem van de dichter wordt niet manifest. In plaats van zijn strijd voelbaar te maken, blijft hij aan de zijlijn staan om processen te benoemen.

    De bundel is niet thematisch onderverdeeld; alleen de cursieve, titelloze prozagedichten lijken impliciet een ordening aan te geven. Het geheel van het werk blijft daardoor, ondanks de soms treffende observaties, te vlak om volledig waar te maken wat de titel suggereert: een combinatie van nauwkeurigheid en venijn.

    UitgeverNieuw Amsterdam
    Jaartal2019
    RecensentAnneMieke Vulkers
    Editie2019-3