Recensies

  • Exclusief

    Michael Tedja
    Exclusief

    Directe vragen

    Eerder dit jaar was in Museum de Fundatie een kunstwerk van Michael Tedja te zien: ‘Out One Big King’. Een enorm ding vol teksten, tekeningen, graffiti, plankjes, figuurtjes en kleuren, met een suggestie van regelmaat waar je niet direct vat op krijgt. Overdonderend: ik was er niet snel op uitgekeken, al kreeg ik nooit helemaal houvast.

    Dit geldt ook voor Exclusief, Tedja’s recentste dichtbundel. Als je naar de inhoudsopgave kijkt, zie je een strakke structuur. Eerst een soort voorafje, ‘Oester’, waarin op een Hans Verhagen-achtige manier de stand van de wereld wordt samengevat: ‘De inclusieve wereld heeft haar relevantie verloren.’ Dat is een duidelijke inzet – en tevens meteen een titelverklaring.

    De kwestie valt vervolgens in vijf delen uiteen; over communicatie, cultuurverschillen, over de werkwijze, er wordt ‘een casus’ behandeld waarna de conclusie volgt: ‘de wereld vreest asociale media’. En Tedja doet wat hij belooft: de bundel laat zich lezen als een staalkaart van manieren waarop mensen zich tot elkaar verhouden. Zo is seks een manier om ‘intellectuele problemen’ op te lossen in het gedicht ‘Tulp’, waarbij die problemen draaien om de Turkse en Nederlandse identiteit: ‘Geef je niet over/ aan het onbegrip. Geef je niet aan/ het begrip’. Een nuttige waarschuwing, want Tedja zet de lezer constant op het verkeerde been. ‘Een skinhead is kaal want zijn hart is leeg’ begint het gedicht ‘Poes’, maar pas op voor snelle oordelen: ‘Skinhead weet niets want/ skinhead dat ben ik.’ Het gaat ook regelmatig over het medium, zowel dat van de poëzie in het bijzonder (‘In het gedicht blijft niets heel./ Ik beveel je dichter’) als taal en communicatie in het algemeen. Bedrieglijk eenvoudig lijkt de oplossing soms: ‘Iedereen is online. Online is iedereen.’ Tot aan de pijnlijke slotregel: ‘Iedereen neonazi.// Liefdevol beeld. Online is iedere één.’ Langzaam maar zeker ontvouwt zich toch een manier om het probleem te benaderen: ‘Weg met de zwaarte’. Maar aan het slot van de bundel is het probleem niet opgelost, het valt slechts in losse lettergrepen uiteen: ‘hel der hei el der hei pro en in zicht.’

    Zo samengevat klinkt het alsof Exclusief als een verzameling puzzelstukjes in elkaar valt, maar daarmee zou ik Tedja onrecht doen. De bladspiegel is rustiger dan die van zijn vorige bundel, Regen, uit 2015, waarin verschillende lettertypes en andere typografische middelen uitstraalden dat er een avant-gardistische energie in de poëzie zit. Maar die middelen boden ook de mogelijkheid om in geval van onbegrip te vluchten in een conceptuele lezing.

    En dat gaat niet langer: Tedja schrijft in korte, zakelijke, duidelijke zinnen, heeft iets te zeggen over de wereld (soms een beetje zoals Nachoem Wijnberg in Van groot belang). Hij stelt directe vragen: ‘Wie zegt regelmatig – ik ben veranderd?/ Wie zegt regelmatig – ik ben gemengd? [...] Wie zegt – ik sluit mijn geheugen uit?’ Exclusief laat je niet de keuze deze vragen vrijblijvend te bekijken, als een interessante kwestie of een specifiek dichterlijk probleem. Tedja nodigt de lezer uit (om niet te zeggen dwingt de lezer) tot nadenken over identiteit, geschiedenis, geheugen – en hoe die in elkaar grijpen. Het effect ervan is niet moralistisch maar daadwerkelijk aansprekend (de scherpe humor helpt daarbij ook).

    De bundel eindigt nog met een ‘Traktatie’: drie bewerkingen/vertalingen. Ze vallen buiten de betoogstructuur van Exclusief maar ze sluiten zowel qua vorm als inhoud naadloos aan. ‘Pauw’ is een vertaling van een gedicht van Edgar Caïro, en het zal geen toeval zijn dat Tedja de lezer juist met deze woorden naar huis stuurt. Want wat daar staat, is wat hij nastreeft: de pauwen die op zichzelf ‘nog geen gedicht’ zijn op de pagina ‘om te toveren in poëzie’. Maar hij laat in het midden of dat genoeg is om inclusiviteit te bewerkstelligen.

    UitgeverIJzer
    Jaartal2019
    RecensentBertram Mourits
    Editie2019-3