Recensies

  • Lief slecht ding

    Frank Keizer
    Lief slecht ding

    Politieke poëzie in een onttoverde wereld

    Politiek en poëzie lijken twee lastig te verenigen domeinen. Al was het maar omdat poëzie het moet hebben van gelaagdheid, terwijl idealisme en activisme vragen om een concreet geformuleerde boodschap. Dat heeft Frank Keizer (1987) donders goed door, maar dat weerhoudt hem niet een poging te wagen. In zijn tweede bundel lief slecht ding probeert de protagonist zichzelf te motiveren tot zelfactualisatie en zoekt naar houvast.

    ‘(..) er is geen/ huis meer, geen kamer in de geschiedenis, alleen nog/ een telefoon voor de affecten, een diaspora in plaats/ van een internationale, er valt niet veel te zingen, echt/ te zingen, mompelen, nee mompelen, dat kun je wel’, dicht Keizer in het openingsgedicht. De verteller maakt zich direct kenbaar als zoekende en hevig teleurgestelde socialist; iemand die het politieke landschap met lede ogen beziet, maar ook niet zonder zelfverwijt is (‘het is al laat. en jij hebt het laat gemaakt’), vandaar ook het ironische ‘lief’ in de titel.

    De bundel bestaat uit drie delen ‘lief’, ‘slecht’ en ‘ding’ en eigenlijk ook uit drie lange prozagedichten die zijn opgehakt in delen (die geen strofes mogen heten) en vervolgens zijn verdeeld over zestig pagina’s. Keizer doet zijn best om zo onpoëtisch mogelijk te zijn. Toch speelt hij ook met poëtische kenmerken: hij vermijdt het gebruik van kapitalen, wat in wezen erg socialistisch is: alle letters zijn gelijk en waarom zou je een letter, omdat hij toevallig vooraan staat in de zin meer inkt geven dan de andere letters? Ook zet hij de lyrische ‘o’ op ironische wijze in: ‘o stijl die in de hemelen zijt’.

    Hij reflecteert op zijn eigen gedichten; de boodschap, de vorm: ‘je draait steeds in hetzelfde kringetje rond, maar het is een kringetje waar je in gelooft. Het geeft je een ritme en in/ dat ritme begin je te praten, eerst tegen jezelf en dan tegen/ anderen, en dat wordt poëzie of het wordt proza, of gewoon/ een verzameling zinnen. en ook al blijft het een aan elkaar geplakt zooitje, het klopt.’ Gebrek aan samenhang kun je Keizer inderdaad niet aanrekenen.

    In ‘slecht’ staat het slapende activisme van de verteller centraal. Die ingedutte toestand gaat samen met een liefdesrelatie. Denk aan het stel dat als ‘de buit’ eenmaal binnen is, geleidelijk aan verslonst en chips etend uitdijt op de bank. De wereld trekt op de televisie aan hen voorbij, de beddendood ligt op de loer. Keizer laat zijn stel veel praten over ‘de strijd’. Het is het soort slap geouwehoer dat kortstondig bevredigt (we zijn immers ‘bewust’), maar uiteindelijk zowel lezer als verteller verveelt: ‘ik snakte naar lucht, hoopte dat ik zo door kon, een nieuw forum vond’.

    Het motto van het laatste deel – ‘ding’ – is van science fiction auteur Ursula K. Le Guin: A book hold words. Words hold things. In de wereld die Keizer schetst en die post-apocalyptisch aandoet, komt hij tot de conclusie dat zijn politieke ideeën gedateerd zijn ‘als droom, verloren toekomstigheid uit een al/ verouderde wereld// ja het was waar dat we elkaar nodig hadden// zoals communisme en kapitalisme ooit (...) ik moest ze allebei onttoveren.’

    Dat doen de twee geliefden. En ergens op deze ‘opgewarmde aarde’ in de ‘vervuilde lucht’ ziet hij ‘aanwijzingen’ in ‘het slijm’ dat ze ophoesten. Het is geen oplossing, maar het eindeloos filosoferen over een oplossing brengt hen dichter bij elkaar.

    Een groot deel van de bundel bestaat in wezen uit pretentieus en cynisch geklets. Maar wat lief slecht ding toch interessant maakt, is dat Keizer dat niet ontkent in zijn gedichten: het illustreert hét probleem dat hij de lezer voorlegt: hoe kun je als individu in deze tijd van politieke betekenis zijn? Hij scheert langs de randen van de poëzie en is volstrekt authentiek.

    UitgeverPolis
    Jaartal2019
    RecensentDieuwertje Mertens
    Editie2019-2