Recensies

  • Vruchtwatervuurlinie

    Roberta Petzoldt
    Vruchtwatervuurlinie

    Vanuit een ooghoek en om het hoekje

    Roberta Petzoldt, acteur, beeldend kunstenaar en vanaf nu ook dichter, zei tijdens een vragenrondje na een optreden bij Boekhandel Van Rossum te Amsterdam te willen werken vanuit het on(der)bewuste, die wereld van de droom. Daar kun je natuurlijk niet echt bij, maar ze probeerde het ‘zo vanuit haar ooghoek en dan om het hoekje’ te bekijken. De combinaties of sequenties van beelden in Vruchtwatervuurlinie lijken voor het succes van deze methode te pleiten. Niet zelden bekroop mij bij het lezen van Petzoldts gedichten het gevoel dat het klopt, dat het gedicht helder zegt wat het wil zeggen, zonder dat daar per se in woorden een logische argumentatie voor aan te voeren is.

    Dat levert overwegend interessant werk op. Neem ‘Staartbeen’. Daarin doemt een ‘carnaval’ op uit de mist: een wat haveloze, oudere vrouw. ‘De verregende veren hangen/ slap om haar leeggebaarde buik’. In het gedicht volgen enkel flarden van haar verleden: het kind dat zij was (of een kind dat het contact met haar verbrak), een liefde die ze gekend had, de drank –





    de stoet trok voorbij
    maar als ze halt hielden
     
    de streling langs haar arm
    gleed af

    maar als die hand aan haar huid bleef
     
    de nacht loste op in het ochtendlicht
    maar als het duister bleef.


    Het is een intrigerende omkering: lijkt in eerste instantie een vrouw als een soort carnavalsfiguur uit de mist op te doemen, nu lijkt zij met al haar flarden een voortdurende, wat spookachtig aandoende carnavalsoptocht in haarzelf. En dan die titel: een staartbeen of ander bot komt helemaal niet voor in het gedicht. Associatief valt hij echter wel op zijn plaats: het gaat om de tocht die als een soort staart voorbijtrekt, het is een verwijzing naar de eindigheid; aan dat wat van al onze beslommeringen, behoeften en vergissingen overblijft in het zand, twee spades diep in de aarde.

    Nog een voorbeeld van Petzoldts werkwijze: Vruchtwatervuurlinie – een porte-manteauwoord dat het midden houdt tussen een woordspelletje en een droom waarin twee contrasterende begrippen op onverklaarbare wijzen naadloos in elkaar passen, de scheppende kracht, de maatschappelijke kwetsbaarheid en het strijdmiddel van de vrouw in een feministisch neologisme samengebald.

    Petzoldt houdt het overigens niet alleen bij woorden. In het zes pagina’s beslaande ‘Failure Notice – herrijzenis ø’, dat centraal in de bundel op zijn kant is afgedrukt en het midden houdt tussen Paul van Ostaijens De feesten van angst en pijn en Jeroen Mettes’ N30+, is haar poëzie verrijkt met leestekens en letters die onderste boven zijn afgedrukt. Daarnaast staat er een verwijzende noot in. Sommige letters staan cursief, andere zijn dikgedrukt en weer verderop is bij bepaalde woorden of zinnen de lettergrootte aangepast. Het gedicht lijkt de weerslag van een verblijf in New York, en begint met een wandeling van Brooklyn naar de Bronx. De typografische polyfonie lijkt de veelvoud van indrukken onderweg op te roepen, en is wellicht ook een uitdrukking van de onbekendheid met deze nooit slapende artificiële wereld van afval, neon en steen.

    Een enkele keer overspeelt Petzoldt haar hand. In ‘Jachtseizoen’, dat zich ook in de VS afspeelt, ‘cruisde’ ze ‘met drie verlegen jongens die elkaar “fool” noemden’. ‘Een van die gekken ging naar Afghanistan/ om met de doden zijn opleiding te betalen.’ Het gedicht wordt mooi opgebouwd, beginnend met soldaatje spelen als kind, en het bevat bovendien opnieuw een knipoog naar Van Ostaijen. Maar de overmaat aan toespelingen op aangezegd geweld wordt naar het einde toe een vorm van overkill, wanneer een van jongens vanuit zijn zachte Mexicaanse wangen een wat sleetse blauwe boon wegschiet.

    Dat daargelaten: de rake zinnen en intrigerende beelden roepen het sterke verlangen op naar toekomstige publicaties.

    UitgeverVan Oorschot
    Jaartal2019
    RecensentMerijn Schipper
    Editie2019-2