Poëzie Live

Awater is meer dan een tijdschrift. We staan met regelmaat op literaire festivals, in boekwinkels en elders op een podium met een poezieprogramma: Awater Live. Hier lees je de verslagen van eerdere edities, vaak met luisterfragmenten.
Daarnaast zoeken we de poëzie op door festivals in het hele land te bezoeken: met een stand of als bezoeker, zoals Poetry International, De Nacht van de Poëzie of Dichters in de Prinsentuin. Hiervan doen we op deze plek ook verslag.

  • Mensen Zeggen Dingen, Gr8 Den Haag

    30 april 2026
    Mensen Zeggen Dingen, Gr8 Den Haag

    In het sfeervolle Gr8 in Den Haag vond op 30 april 2026 een nieuwe editie van Mensen Zeggen Dingen plaats: een programma rond het woord in de breedste zin van het, ja, woord. Spoken word, poëzie, stand up comedy, muziek – het krijgt allemaal een plek op het podium van Mensen Zeggen Dingen. Het programma wordt inmiddels in diverse steden in Nederland georganiseerd. Binnenkort staan de edities in Rotterdam, Utrecht en Nijmegen op het programma. De Haagse editie wordt nu voor het tweede seizoen samengesteld en gepresenteerd door Dean Bowen. Het leverde een avond met memorabele poëtische performances op van dichters en performers als Marilou Klapwijk, Amber Arif, Douwe Hovingh en Sophia Blyden.

    Tekst en foto's: Edwin Fagel

    De avond begon met een muzikaal optreden van het Rijswijkse Mye_Taai, een trio dat (kort gezegd) elektronische punk brengt. Het collectief (‘Rik, Mike en Barry’) combineert muziek, performance en beeldende kunst. De complexe beats en baslijnen vormden een wonderlijk geheel met de woedende, beweeglijke stem van de zanger, die de ritmiek van de taal perfect bracht, bijvoorbeeld in de naam Zinédine Zidane. Ook visueel was het mooi: met de energieke dansbewegingen van de zanger, de ritmische bewegingen van de dj die aan allerlei knoppen draaide en (achter de tribune) het derde bandlid dat er een geheel van maakte. Een prachtige, bevlogen opening van de avond.

     Marilou Klapwijk beweegt zich eveneens op het grensvlak tussen beeldend, muzikaal en poëtisch. Trad ze tot voor kort vooral naar buiten met haar beeldende werk, tegenwoordig staat ze op de podia met haar gedichten, die het best tot hun recht komen met soundscapes, beats en bassen op de achtergrond. Haar geconcentreerde optreden maakte indruk door de combinatie van een zekere onschuld (‘Is er liefde aan de overkant?’) en kritische distantie (‘Je kunt veel zeggen maar weinig bedoelen’), die ook naar voren kwam in de combinatie van de voordracht en de soundscapes.
    Tussen de voordrachten nam Dean Bowen de ruimte om zijn visie op dit soort poëzieavonden uiteen te zetten. ‘Met poëzie plaats je een deel van jezelf in de ander,’ zei hij, iets dat juist in dit tijdsgewricht ontzettend belangrijk is. In zijn aankondiging van spoken word-artiest Amber Arif benadrukte hij de verwantschap die hij voelt in de zeggingskracht en performance van haar werk. Inderdaad bracht Arif bevlogen werk dat slim gebruikmaakt van de muzikale eigenschappen van taal en vooral herhaling. Een frase als ‘de baarmoeder van het collectief’ kwam in het lange slotgedicht steeds op strategische plaatsen terug, waardoor je gedwongen wordt erover na te denken.

     

    Douwe Hovingh kan niet alleen goed schrijven en voordragen, hij kan ook heel verdienstelijk mondharmonica spelen. In zijn bluesy opening bracht hij een ode aan ‘opa Kerouac’ en zijn gedicht ‘McDonalds’ heeft alles om een klassieker te worden: ‘McDonalds ik geloof niet dat ik je begrijp/ ik geloof niet dat je mij begrijpt’. Hovingh gooide ziel en zaligheid in zijn voordracht, waardoor het niet alleen een knappe, maar ook ontroerende performance was.
     

    Deze editie van Mensen Zeggen Dingen werd afgesloten door Sophia Blyden. Ze liet haar sterke debuutbundel Dobberen vrijwel helemaal links liggen door voornamelijk recent werk te brengen, grotendeels geschreven in opdracht. Zoals bijvoorbeeld een gedicht dat is gepubliceerd in de recente bloemlezing Tongval van het verdwijnen van de Klimaatdichters, waarin ze vanuit een bedreigde kikker schrijft: ‘Wat denk je dat ik denk, dichter? Wat denk je in godsnaam te weten?’ Een ander gedicht, bij een beeldend werk over peren, werd met behulp van Dean Bowen gebracht (die het mannelijke perspectief vertegenwoordigde).

     

    Bowen zelf rondde de avond af met de aantekeningen die hij tijdens de avond had gemaakt, een gedicht dat was opgebouwd uit flarden uit de verschillende performances en die, zo samen, een prachtig geheel vormden. Zoals de avond dat zelf was. Gelukkig komen er al snel nieuwe edities van Mensen Zeggen Dingen.