Poëzie Live

Awater is meer dan een tijdschrift. We staan met regelmaat op literaire festivals, in boekwinkels en elders op een podium met een poezieprogramma: Awater Live. Hier lees je de verslagen van eerdere edities, vaak met luisterfragmenten.
Daarnaast zoeken we de poëzie op door festivals in het hele land te bezoeken: met een stand of als bezoeker, zoals Poetry International, De Nacht van de Poëzie of Dichters in de Prinsentuin. Hiervan doen we op deze plek ook verslag.

  • Bekendmaking winnaar De Grote Poëzieprijs 2025

    24 april 2025
    Bekendmaking winnaar De Grote Poëzieprijs 2025

    Ook dit jaar werd de winnaar van de Grote Poëzieprijs bekendgemaakt tijdens een live uitzending van radioprogramma Opium (AvroTros), en ook dit jaar gebeurde dat vanuit Debatpodium Arminius in Rotterdam. Terwijl de genomineerde dichters op de voorste rij zaten, ondervroeg presentator Annemieke Bosman schrijver en medepresentator Martin Rombouts over de genomineerde bundels. Al met al klonken er weinig gedichten, ook omdat twee bundels door een muziekstuk voor het voetlicht werden gebracht, maar dat deed niets af aan de ontlading die na de bekendmaking volgde.

     

    Tekst: Edwin Fagel
    Foto: Amanda Harput

    De variëteit onder de genomineerde bundels was groot, vertelde Martin Rombouts. Van het geëngageerde Decem van Anne Provoost, het abstracte CORPS poreus van Nele Buyst, het persoonlijke Wat wij doen dat heet bewaren van Siel Verhanneman, het speelse Bouwdoos van Han van der Vegt tot de gelaagdheid van de uiteindelijke winnaar De schaamsoort van Paul Demets (uitgegeven door PoëzieCentrum). Dat maakte deze opdracht voor hem mooi, al was het aanvankelijk wel een uitdaging. Zonder iets af te willen doen aan de shortlist, gaf hij aan de bundel Marshmallow van Simone Atangana Bekono wel echt op die lijst te missen.

    Rombouts had uit de genomineerde bundels steeds een kort gedicht uitgekozen, ‘geschikt voor de radio’, om de verschillen te laten horen, en dat deed hij overtuigend. De dichters zelf kwamen tussendoor kort aan het woord, zonder zelf op het podium te komen. Zo kon Han van der Vegt bijvoorbeeld vanaf zijn zitplaats kort reageren op Rombouts opmerking dat hij ‘flarf’ toepast in zijn poëzie. 

    De (naar later bleek) twee winnende bundels, namelijk Decem van Anne Provoost (winnaar van de Publieksprijs) en De schaamsoort van Paul Demets werden niet door Rombouts ten gehore gebracht, maar door het Dudok Quartet. Componist Celia Swart had zich door de bundels laten inspireren en met name Paul Demets gaf op zijn beurt een fraaie typering van de muziekstukken. Hij vond het kloppend dat zijn bundel op een ‘Romantische’ manier naar muziek was vertaald, waaronder toch ook een zekere spanning voelbaar was.

    Toen was het tijd voor de bekendmaking van de winnaars. De jury van de Publieksprijs was samengesteld uit luisteraars van Opium en bestond uit Ronny Lommen, Gerard Saurwalt en Michelle Eleveld. Zij kozen Anne Provoosts Decem als winnaar, omdat ‘[d]e poëzie van Provoost meer [is] dan een vorm; het is een essentiële noodzaak om de gelaagdheid van de thematiek en de fragmentarische aard daarvan te vatten binnen een kader dat recht doet aan de intensiteit en bewogenheid van het overweldigende’. Zelf formuleerde Provoost de noodzaak van de bundel heel wat directer, toen Annemieke Bosman haar om een reactie vroeg. Decem gaat over de schande van wat er aan de grenzen van Europa gebeurt. Ze benoemde hoe zorgwekkend het is dat in Nederland, de Verenigde Staten en wereldwijd extreemrechts aan de macht is gekomen.

    Na nog een muziekstuk werd dan eindelijk bekendgemaakt dat De schaamsoort van Paul Demets de Grote Poëzieprijs had gewonnen. De bundel is opgebouwd uit briefgedichten aan Guido Gezelle. Aan de hand van de zeven hoofdzonden worden de meest uiteenlopende thema’s aangesneden: het dichterschap, het ecologisch bewustzijn, dit tijdsgewricht.  De jury (Barbara Fraipont, Michael Tedja en Elfie Tromp) stelt in het juryrapport dat de bundel ‘de kwetsbaarheid van het mens-zijn in relatie tot de natuur, tot de dieren [treft]. Dit aan de hand van ‘[h]et bijzonder poëtische natuurgevoel van […] Guido Gezelle […]’.




    Het dankwoord van de laureaat werd onderbroken omdat het Opium-uur voorbij was, maar dat werd na een korte pauze goedgemaakt met een kort interview. Demets, eerder voor dezelfde prijs genomineerd met De hazenklager, was duidelijk heel verheugd met de prijs. In het kwartier dat het interview duurde hield hij vurige pleidooien over de staat van de wereld, voor het werk van Guizo Gezelle en Paul van Ostaijen en sprak hij zijn bewondering uit voor de andere genomineerde bundels. Zichtbaar geëmotioneerd droeg hij de bekroning van zijn bundel op aan de eerder dit jaar overleden dichter Esther Jansma.

     

    hoe dikwijls zat ik niet
    nabij den stillen waterboord
    alleen en van geen mens gestoord

     

    Ik droomde dat ik het longkruid de bodem uitkeek
    tot het groen begon te ademen. Bosanemonen
    boden mij een bed met glimmende sterren.
    Ze hadden de kleur van het grondeloze.
    De lucht had plaats gemaakt voor de aarde.
    Ik droomde dat ik mezelf niet vond.

    Ik liep en sliep tegelijk.
    Ik kwam bij een poel en keek naar het water.
    Ze zat op een steen, alleen.
    Wie ben je, vroeg ik.
    Wie ben je, hoorde ik.
    Het lag, dacht ik, in haar natuur dat ze zichzelf herhaalde.
    Toch vroeg ik waarom ze mij negeerde.

    Ik was enkel bezig mezelf in de poel te bekijken
    en zag niet hoe ze kwijnde.
    Ik was het die haar de rug toekeerde.

     

    Paul Demets
    uit: De schaamsoort (PoëzieCentrum, 2024), p.78