Awater is meer dan een tijdschrift. We staan met regelmaat op literaire festivals, in boekwinkels en elders op een podium met een poezieprogramma: Awater Live. Hier lees je de verslagen van eerdere edities, vaak met luisterfragmenten. Daarnaast zoeken we de poëzie op door festivals in het hele land te bezoeken: met een stand of als bezoeker, zoals Poetry International, De Nacht van de Poëzie of Dichters in de Prinsentuin. Hiervan doen we op deze plek ook verslag.
Awater Live in de OBA
5 februari 2025
Awater Live: Amsterdam, OBA, 5 februari 2025
Aan het eind van de Poëzieweek streek Awater Live neer in de OBA, waar Babs Gons, Sterre Meijerink, Djé-rimo Holle, Sabrunnisa Cakmak, Vlinder Verouden, Celes Lauwers en Sasja Janssen het podium betraden. Tijdens een gevarieerd programma dat door Awater – en de OBA en Poetry International - werd samengesteld, werd ook de Awater Poëzieprijs uitgereikt. De presentatie van de avond was in handen van Myrte Leffring, hoofdredacteur van Awater. In korte, informatieve interviews introduceerde zij haar gasten bij het publiek.
Tekst, foto's en opnames: Liliane Waanders
Babs Gons
Babs Gons reist sinds ze Dichter des Vaderlands is, van hot naar her. Voorafgaand aan haar optreden in Awater Live was ze in Assen, waar ze met een lokale dichter optrad in een kringloopwinkel. Alle provincies bezoeken en optreden op ongewone podia is maar een van haar activiteiten als Dichter des Vaderlands. Declameren weer sexy maken, is een ander speerpunt. Samen met Poetry International zette ze een competitie op, waarvoor mensen zich via de website Hardop! aan kunnen melden. En dan is ze ook in gesprek met die andere Culturele functionarissen des Vaderlands – de fotograaf, de componist, de theoloog, de filosoof en de stripmaker –over de vraag of ‘des Vaderlands’ nog wel een naam is om blij mee te zijn. Dat leidde tot een naamsverandering die over twee weken bekendgemaakt wordt tijdens een programma in Spui25.
Maar tijdens Awater Live droeg Babs Gons vooral voor:
Sterre Meijerink
Sterre Meijerink verstripte een deel van Plakboel, het gedicht dat Charlotte Van den Broeck speciaal voor de Poëzieweek schreef. Een echte poëzielezer noemt Sterre Meijerink zichzelf niet, maar ‘er zijn af en toe gedichten die indruk op mij maken.’
Plakboel sprak haar bij eerste lezing direct aan, maar Meijerink vreesde aanvankelijk te veel te associëren en was bang dat ze zich te veel in het gedicht inleefde om nog een tot de verbeelding van anderen sprekende strip te maken.
Meijerink geeft de voorkeur aan analoge materialen. Voor de verstripping van een passage uit Plakboel koos zij voor onderschildering in ecoline met kleurpotlood.
Het eindresultaat is in de wintereditie van Awater te zien, maar in de OBA kreeg het publiek inzicht in de verschillende stadia van ontwikkeling. Bij het maken van haar strip liet Meijerink zich niet leiden door het aantal regels, maar door het ritme van de passage die zij moest verbeelden. In de schetsfase - schetsen doet Meijerink het liefst met een vulpen – experimenteerde ze met de vorm van haar strip. Ze begon met een grote illustratie, waarin ze een aantal kleine taferelen plaatste, maar kwam uiteindelijk toch uit op een ‘gewoon’ stripverhaal. In de volgende fase experimenteerde ze met kleuren. Omdat haar vulpeninkt te uitgesproken was voor de sfeer die haar voor ogen stond, koos ze uiteindelijk voor ecoline.
Met woorden in de kantlijn reageerde ze vervolgens op haar eigen tekeningen, om zichzelf scherp te houden, en haar beelden nog beter te laten aansluiten bij de tekst.
Ogenschijnlijk ontspannen beantwoordt Sterre Meijerink de vragen van hoofdredacteur Myrte Leffring over haar werk in wording. Toch was het afstaan van haar schetsen niet vanzelfsprekend. Met het geven van een inkijkje in haar hoofd was ze bang dat anderen haar zouden betrappen op momenten waarop ze wellicht onvoldoende had nagedacht over het transformeren van de tekst van het gedicht. Anderzijds: ‘kun je aan de schetsen zien hoe leuk ik het vond om met deze opdracht bezig te zijn en met hoeveel plezier ik eraan gewerkt heb.’
Sinds haar afstuderen tekent Meijerink vooral in opdracht. De komende tijd wil ze meer tijd wijden aan autonoom werk. ‘Mijn wens is om ook zelf een keer iets te vertellen. Die kant heb ik nog niet zo nadrukkelijk verkend. Misschien komt er wel een eigen beeldverhaal.’
Djé-rimo Holle en Sabrunnisa Cakmak
Ze namen beiden deel aan de Poetry Class-workshops van dichter Gershwin Bonevacia: Djé-rimo Holle en Sabrunnisa Cakmak. De één – Djé-rimo: schrijver, performer en spoken word artiest, hij debuteerde recent met de bundel Vuurvlieg – reikt zijn publiek een hand en verbindt al pratend zijn gedichten met de realiteiten waaraan ze zijn ontleend.
De ander – Sabrunnisa: ‘the rebel poet’ – vindt dat je als dichter niet te veel moet zeggen over wat je geschreven hebt. Het is aan de lezer haar woorden te interpreteren.
Vlinder Verouden en Ceres Lauwers
Voordat ze samen het podium op stapten in de OBA hadden dichter/performer Vlinder Verouden en celliste Ceres Lauwers elkaar nog niet ontmoet. Ze spraken elkaar via de chat en repeteerden ook alleen via een scherm. Daar is tijdens hun optreden niets van te merken: ze lijken perfect op elkaar ingespeeld. Vlinder Verouden vangt in woorden net zo makkelijk de schittering van het trans zijn als die van het platteland. En Ceres Lauwers hult die woorden in klanken, maar neemt ook de ruimte om met haar cello het voortouw te nemen.
De Awater Poëzieprijs: Sasja Janssen
Aan redacteur Vicky Francken dit jaar de eer om het juryrapport van de Awater Poëzieprijs voor te lezen en de bijbehorende koffiemok aan de winnaar uit te reiken. Van de zevenendertig Nederlandse en Vlaamse beroepslezers (poëziecritici, -docenten en -bloemlezers) die uit het poëzieaanbod van het afgelopen jaar de bundel die zij het meest waardeerden kozen, noemden negen recensenten de bundel Mijn vader zegt entropie mijn moeder logica van Sasja Janssen. ‘Zo virtuoos. Uitblinkend in een verrassend perspectief en bijzondere formuleringen. Wonderlijk zoals Sasja Janssen schrijft over tijd en taal, en hoe ze grip probeert te krijgen op het heden. Iedere bundel van Sasja verschilt sterk van de vorige, aan meer van hetzelfde doet zij niet. Tegelijkertijd is ze altijd herkenbaar.’
Janssen is na Mustafa Stitou de tweede dichter die de Awater Poëzieprijs voor de tweede keer in ontvangst mag nemen. Ook haar vorige bundel Virgula werd bekroond.