Clubkeuze

Elke editie kiest een panel van poëziekenners de meest interessante bundel van het seizoen. Awater-abonnees krijgen deze Clubkeuzebundel automatisch thuisgestuurd. Hieronder vindt u een overzicht.
  • 2026-3

    2026-3

    Imploderende ster 

    De poëzieoogst van de afgelopen maanden toont maar weer eens aan hoe divers het huidige poëzielandschap is: van nieuwe bundels van gevestigde dichters als Paul Demets, Rozalie Hirs en Babs Gons tot sterke debuten, zoals de observerende poëzie van hoogleraar en architect Klaske Havik waarin het licht een hoofdrol speelt in hoe het de emotionele en politieke beleving van ruimten kleurt. Sytske Frederika van Koeveringe rekt de grenzen tussen poëzie en proza verder op, en met Asmae Amaddaou zijn we een vlammend talent rijker dat bekende thema’s als identiteit, diaspora en belonging nieuw leven inblaast. 

    Het was dan ook een lastige klus om uit het aanbod uw Clubkeuze te selecteren. Tussen de taalrijkheid en overvloed viel een tweetal bundels ons extra op, juist omdat ze de precisie en verstilling opzochten: 

    Kreek Daey Ouwens produceerde met Daun een subtiele en prachtig vormgegeven bundel over de levensloop van een persoon met het syndroom van Down. Een uitgebeend coming of age-verhaal dat raakt door wat er precies níet wordt gezegd. Ouwens maakt goed invoelbaar hoe willekeurig, star, wreed of door angst gedreven de leefregels van de ‘grote mensenwereld’ soms zijn door de ogen van de even eerlijke als kwetsbare Daun. 

    In zijn tweede bundel Toen ik je kwijtraakte schrijft dichter Joost Baars over rouw. In bespiegelende poëzie – elders in dit tijdschrift besproken – doet hij verslag van het verlies van zijn moeder. De dichter wordt een wond, zijn moeder een ‘innige, immer imploderende ster’. ‘jezus ma,/ wat ben je weg’ klinkt het rauw. De gedichten zijn helder, ritmisch, klankrijk, en bijna altijd opgebouwd in smalle tweeregelige strofen zonder hoofdletters: 

    de kamer. alles is er 
    zoals je het maakte, 
    de boeken, de platen, 
    het kleed, de merkwaardige 
    stoel die je ooit een keer 
    haalde in zuid (…) 

    Baars’ stijl is eigen en herkenbaar. Hij toont de ontregeling van de dood in soms expres prozaïsche regels en weet de lezer te raken met scherpe inzichten of sterke beelden. Als de dichter bijvoorbeeld voor een festival naar Noorwegen reist en een berg beklimt die uitkijkt over de fjorden, moet hij dealen ‘met het feit dat de planeet blijft draaien/ ook nadat de wereld is vergaan.’ De mooiste gedichten uit de bundel – zoals het gedicht dat begint met ‘het is tijd nu om kleiner te worden,/ niet meer dan een korreltje zand’ – lezen als instant-klassiekers. Daarom delen we deze poëziebundel graag met de lezers van Awater.

    Robin Block en Ineke Riem