Elke editie kiest een panel van poëziekenners de meest interessante bundel van het seizoen. Awater-abonnees krijgen deze Clubkeuzebundel automatisch thuisgestuurd. Hieronder vindt u een overzicht.
2026-2
Rauw-poëtische familieopstelling
Voor dit zomernummer dat eind mei, begin juni verschijnt, boog het Poëzieclubkeuze-panel zich omstreeks internationale vrouwendag over het aanbod van recent verschenen poëzie. Wat meteen in het oog sprong: het sterke karakter van een aantal bundels waarin meer of minder expliciet een krachtig vrouwelijk perspectief wordt geboden. Van de meerstemmige zang die zowel hartstocht als rationaliteit weet te verenigen in Tekstielen van Sarah de Koning tot het collage achtige vrouwelijke evangelie in De geboorte van de Trooster van Anne van Amstel. In Tussen mij van Maria Barnas lezen we over een (w)raakgodin, over iemand die ‘een goed obstakel’ is en iemand die in een schitterende reeks zegt: ‘maar ik houd afstand omdat ik afscheid/ kom nemen (…)’. Verderop, al net zo raak: ‘Ik herken meer in Ghosts and how to see them/ dan in welk geschiedenisboek dan ook. (…) Als ik ghosts/ door vrouwen vervang denk ik ja! dit/ gaat over ons.’ Heel bijzonder en sterk is de bundel Op navelhoogte de kans van Rodante van der Waal, die heel basale en wezenlijke maar weinig beschreven fenomenen als onderwerp kiest: zwangerschap, geboorte, abortus, zorgethiek.
mijn buik is opengebroken mijn bloed is moe mijn placenta’s zijn op
dit lichaam zal voor niemand meer het begin van de tijd zijn
vandaag zal ik maar net niet sterven
niet langer wil ik het land zijn waartegen een nieuwe kracht zich afzet
Niet gemakkelijk om een keuze te maken uit zoveel moois. En toch heeft u nu Projectmedewerkers van Anne Vegter in uw handen. Een bundel die als tijdcapsule fungeert: van verschillende stemmen horen we hoe zij een moment of gebeurtenis beleven. Het perspectief kantelt en kantelt weer, maakt van een hartslag een veldslag. Iemand ‘zou willen antwoorden nu even over mij technisch ben ik/ ontroostbaar’ en iemand (anders?) ‘zal opmerken dat ze zwijgt als iemand die iets wil zeggen’. Projectmedewerkers laat zich lezen als een zeer persoonlijke bundel. In een rauw-poëtische familieopstelling belicht ze de moederrol vanuit verschillende perspectieven, in een razende, bijna gekmakende maalstroom aan woorden. De moederfiguur die uit deze taal oprijst is menselijk, bijna driedimensionaal tastbaar. De moeder is geen madonna, geen onaantastbare Biedermeier spil van het gezin; haar zonen beuken op haar in, worstelen zich los, spreken haar tegen, putten uit een ander taalregister. Vegters poëzie biedt geen quick fix tegen dit onbehagen, ze gooit het op tafel en laat het zijn. En gek genoeg biedt juist dat beeld van die universeel tekortschietende ouder troost. Als mens voldoe je niet, dat maakt je menselijk. Zo creëert Vegter al schrijvende een taaluniversum waarin zij ruimte schept voor dit soort reflecties. Die ruimte delen we graag met u.