Recensies

  • Hoe ik een bos begon in mijn badkamer

    Maartje Smits
    Hoe ik een bos begon in mijn badkamer

    Zalmkanonnen swingen me toe

    Ergens in een zeldzaam stuk tropisch nevelwoud in Ecuador staat een vijfsterrenhotel waar het personeel met man en macht vecht tegen de klimatologische omstandigheden. In een reisprogramma was te zien hoe het hoofd huishouding met een groot team aan schoonmakers iedere dag strijdt tegen schimmels, vocht, insecten, dieren en woekerplanten die het hotel proberen over te nemen. Het hotel staat al tien jaar overeind. En toch wist het hoofd huishouding dat het hotel het op den duur zou afleggen tegen de overweldigende natuur.

    Dit voorbeeld sluit aan bij de problematiek die schrijver en videomaker Maartje Smits (1986) schetst in Hoe ik een bos begon in mijn badkamer. In deze tweede dichtbundel onderzoekt ze de ongemakkelijke houding van de mens ten opzichte van de natuur. Ze laat zien hoe de mens de natuur binnen de lijntjes probeert te houden, maar daar niet in slaagt.

    Wat is ‘natuurlijk’, vraagt ze zich af in het openingsgedicht ‘Undercover in eco’: ‘selbstverständlichkeit/ lei ons bloot/ we glommen langs/ ecotonen en braken/ in// es macht mir ein/ schuw diertje/ afstotend im Pelz// “pur pur”// krimp en kwispel ik al/ “natuurlijk” en durf je dat/ woord te herhalen’.


    Op ironische wijze laat ze zien hoe de natuur zich niet laat begrenzen. Door Nederlands en Duits door elkaar heen te gebruiken heft ze de door de mens bepaalde lands- en taalgrenzen op. De natuur houdt zich immers ook niet aan die grenzen.

    Dat Smits de opleiding Beeld en Taal aan de Gerrit Rietveld-academie volgde, druipt van de bundel af. Ze zoekt bewust de vrijheid om te experimenteren en zet alle mogelijke middelen in om de verhouding tussen mens en natuur inzichtelijk te maken in gedichten over onder meer ecoducten, water, de menstruatiecyclus en het fruitgehalte in fruit.

    Dat levert een inhoudelijk en talig zeer spannende bundel op, waarin wat meer verhalende gedichten worden afgewisseld met gedichten met tekstballonnen met redactioneel commentaar, associatieve gedichten en abstracte scripts. Soms doen de gedichten denken aan die van Astrid Lampe en dan weer meer aan Peter Holvoet-Hanssen.

    In de bundel staan foto’s die de kunstmatige ingrepen van de mens illustreren, zoals: een schap in een koopjeswinkel waar echte vetplantjes naast de ‘nep’ vetplantjes staan, de hekken die een natuurgebied afbakenen en de zogenaamde cellphone-trees (zendmasten vermomd als boom). Veel foto’s had ze achterwege mogen laten, aangezien ze in tegenstelling tot de gedichten erg eenduidig zijn en daarmee niet meer dan een ‘plaatje bij een praatje’.

    Dat staat dan weer haaks op de poëtische opera die Smits opvoert in een gedicht als ‘zalmkanonnen oestermeisjes’. De zalm heeft het moeilijk door de barrières die de mens voor hem opwerpt, zoals een dam die hem belemmert om naar de rivier te zwemmen. Een bedrijf genaamd Whoosh innovations, bedacht hier een oplossing voor: het ontwikkelde een viskanon waarmee de zalmen over stuwdammen kunnen worden gelanceerd, zodat zij hun weg naar hun paaigronden weer kunnen vervolgen. Smits dicht vanuit het perspectief van een zalm:

    (...)
    whooshh!
    (zalmkanon)
    whooshh!
    (zalmkanon)
    (...)
    dit noemen ze stroomopwaarts succes
    (kreet)
    succes
    (kreet)

     

    Alle goede bedoelingen ten spijt, loopt het natuurlijk toch slecht af voor de zalm, die eindigt als ‘moot (stukje)’ op een bord: ‘dit is de vrijdagavond van je leven’. Daar treft de zalm ook de oestermeisjes die zwermen over het terras. Smits besluit met: ‘ik zit vast in een potje culinair entertainment/ en zalmkanonnen swingen me toe’.

    In dit gedicht laat ze met humor en verbeeldingskracht zien hoe krachtig taal kan zijn. Maar de onderliggende boodschap is bloedserieus en de taal kan ons niet redden: ‘dit is toch geen plek om uit te sterven/ de laatste mens tekent hokjes in het zand/ om zich thuis te voelen/ ze kent alle namen van de dieren en andere/ begrippen die in onbruik zijn geraakt’.

    UitgeverHarmonie
    Jaartal2017
    RecensentDieuwertje Mertens
    Editie2017-3