Recensies

  • Wenteling

    Lies van Gasse
    Wenteling

    Hart van klatergoud

    De bundel Wenteling van Lies Van Gasse (1983) heeft mij niet kunnen overtuigen. De thematiek beweegt zich rond het zoeken naar een vaste kern (ons diepste wezen, onze essentie; helderder dan dit valt het niet te formuleren), een onveranderlijk en bestendig hart (dit woord komt maar liefst 13 keer voor, in 12 van de in totaal 34 gedichten) – gedurende deze zoektocht wordt er heel wat afgewerveld, -gewenteld, -gekanteld en rond een as getold. Om op p. 63, in het slotgedicht, te concluderen: ‘Het midden is onvindbaar,/ het hart schiet alle kanten uit.’ En dat is precies wat deze poëzie doet: alle kanten uit schieten, de beelden buitelen in een wervelwind over elkaar heen, of dwarrelen wat richtingloos rond.

    Daarbij is de toon van Van Gasse tegelijk geëxalteerd en vreemd-formeel, afstandelijk: de protagonist (‘held’) wordt vaak met een algemeen ‘men’ of ‘wij’ aangeduid (ook wel met ‘ik’), of er wordt tot een ‘u’ gesproken; ‘de dingen’ (of wezens?) worden doorgaans aangeduid met een simpel onbestemd ‘het’ of zelfs ‘dat’, zonder nadere toevoeging. Zo opent het gedicht ‘Wenteling II’ met de strofe: ‘Dat is nog jong./ Het speelt.’ Nergens wordt duidelijk waaraan gerefereerd wordt. Of het hier, bijvoorbeeld, om een katje of kind (wezen, ding) gaat – het blijft gissen. Het is allemaal lekker vaag en onbestemd. ‘Raadselachtig’, zal een simpele ziel zeggen. Spannend. Het gedicht vervolgt:


    Dat wentelt zich over daken
    en kantelt avond in nacht.

    Dat strikt de veters argeloos,
    verhangt zich aan ademloos water.

    Dit klinkt allemaal nogal ‘poëtisch’, maar het betekent... precies niets. En zo murmelt en fleemt het gedicht verder.

    Deze poëzie is dweepziek en koket. Ze bevat een overdaad aan, veelal onhandige, als-vergelijkingen. Ze is moeizaam en warrig – een allegaartje, een borrelend brouwsel. Van Gasse heeft een grote ketel genomen, en heeft daarin geworpen: al te gewilde en wat gemakzuchtige ‘mythische’ en ‘archetypische’ beelden, ‘oerbeelden’ als de vogel, de vis, de rivier, de aarde, (barende) katten, de lucht, het water, een schip, de zuil, het meer, het eiland, de oude boom, de stenen tafels; ze heeft wat metaforen ontleend aan de middeleeuwse riddertijd (Dungeons and Dragons), zoals ‘spies’, ‘pantser’ en ‘lans’; er is sprake van meerdere transformaties, metamorfoses (in een vis, in een vogel), tijdens deze zoektocht naar de onveranderlijke kern; er is sprake van de geboorte van een kind of wezen (van dracht, van baren); er is sprake van dreiging, geweld, louterende strijd, een afgewende ondergang, de overwinning; er is sprake van opzichtige tegenstellingen (land-water, licht-duisternis). Maar al de stenen, de wapens, de pantsers, de messen – het blijven niet meer dan props, in dit opzichtige theatertje, dit rollenspel (met natuurlijk een heldenrol voor de ‘ik’).

    Zelfs in het heetst van de strijd wordt het nergens indringend. Sterker: deze scènes deden bij mij het vermoeden rijzen dat er gekoketteerd wordt met het gruwelijke. ‘U dreef een spies in mij,/ zingend trok ik die naar buiten.’ (p. 22) ‘Het lichaam wordt opengereten.’ (p. 27) ‘Een felle lans slaat inwaarts. (...) Wij trekken het vel van onze lijven,/ laten stromen’ (p. 28) Het blijft een spel, een phantasy game.

    Op p. 49 gaat Van Gasse zover om te zeggen:

    Deze nacht, wanneer de regen
    een raadsel in ons legt
    en het raam dreunt.

    En een bladzijde verder:

    Wat u niet horen wil,
    is dat er te winnen valt.

    Dat is het eerste enigma.

    Kennelijk vertrouwt Van Gasse niet op haar eigen vermogen het raadsel of enigma op te roepen, met subtiele en suggestieve beelden – het wordt er maar even uitdrukkelijk bij gezegd: dit is een mysterie!

    Daarom is Wenteling, in laatste instantie, een voorbeeld van edelkitsch – met veel poeha pretendeert de bundel iets (een aura van raadselachtigheid, geheimen diepzinnigheid) wat hij bij lange na niet kan waarmaken.

    UitgeverWereldbibliotheek
    Jaartal2013
    RecensentWillem Thies
    Editie2013-2