Recensies

  • Oorlogspaarden tot in de buitenwijken

    Marwin Vos
    Oorlogspaarden tot in de buitenwijken

    De Tao van Google

    Jeroen van Rooijs poëziedebuut Niemand had er enig idee van wat er aan de hand was wekt volgens de achterkant van de bundel de indruk ‘dat iemand het internet door elkaar heeft geschud en vervolgens ondersteboven heeft gehouden boven een stapel papier.’ Recensent Maarten Buser schrijft erover op Literairnederland.nl: ‘Het beste werkt het om “Wat er aan de hand was” in één keer te lezen en het bombardement van informatie te ondergaan, inderdaad zoals dat in de moderne samenleving gebeurt.’ Ik moest eraan denken door de wonderlijke tweede bundel van Marwin Vos: Oorlogspaarden tot in de buitenwijken.

    Waar het internet nodig is bij het maken van een flarf-bundel als die van Van Rooij, lijkt datzelfde internet bij Oorlogspaarden... juist onontbeerlijk bij het lezen ervan. Op haast elke pagina staat wel een begrip dat me naar Google of Wikipedia drijft om me kortstondig te verdiepen in bijvoorbeeld geologie, kosmologie, economische studies of wereldpolitiek. De ‘notities’ die door Vos bij een aantal reeksen worden bijgeleverd, bieden nauwelijks toelichting, eerder uitbreiding: ze verschillen niet noodzakelijk van toon of vorm, zijn eigenlijk voortzettingen van de tekstgedeelten waar ze bij horen. Waarom ook deze bundel niet gewoon à la Buser in één ruk lezen en ‘het bombardement van informatie ondergaan’?

    om te ontkomen aan deze sliert verhalen en geschiedenissen nemen we de zinnen heel letterlijk op en noemen al het andere zinloos najagen van schaduwen, we zeggen het heeft geen zin ze te ontrafelen want de meren en rivieren veranderen voortdurend en zijn niet te definiëren, we trekken de grens en worden weer meester in eigen huis, we lijden geen honger of pijn en kunnen ons bezighouden met alles wat wij wensen, wij poelieën vrij en blij in ons met water gevuld meer en kunnen elkaar vergeten en begrijpen wel dat zij dat ook willen in het opgedroogd Haïtimeer, Afrikazee

    Gaandeweg in het leesproces voltrekt zich een interessante ontwikkeling: het waden door de overvloed aan informatie maakt plaats voor een gericht meelezen met het subject, waarbij de laptop in slaapstand raakt en de ezelsoren en kantlijnaantekeningen op het papier van de bundel talrijker worden. Is het de lezer die steeds meer samenhang creëert en daardoor meer richting krijgt, of is het de dichter die een doelmatige informatietrechter voor de lezer ontwierp? Is het uiteindelijk toch juist een uitermate retorische bundel?

    de ideale drager is leeg
    loopt door, kijkt niet om

    En die drager beschrijft aardlagen, diepzee, oneindige ruimte, al het menselijk gekrioel, alle informatie die niet verloren gaat maar muteert, in een wereld van metamorfoses en – onder druk van de groeihonger van de vrije markt – continue expansie. Tegen een decor van oorlogen, migratiestromen en een stijgende zeespiegel. Het subject, of het nu enkelvoudig ik of meervoudig we is, registreert zo veel en breed mogelijk, maar probeert ook onderweg steeds gevolgtrekkingen te noteren, houvast te krijgen door aan feitelijkheden de implicaties ervan te koppelen. Hoe veelvuldig het ook lijkt te lukken om vanuit zeer specifieke data en observaties algemene ‘waarheden’ te formuleren, het beeld dat eruit opstijgt is vooral diffuus, versnipperd, desperaat. Elke houvast is een quasi-houvast. De enige echte geruststelling zou het besef kunnen zijn dat we er, met alles wat we verkeerd doen, allemaal niets aan kunnen doen. Hoe destructief we ook zijn, en hoe funest onze invloed op onze omgeving ook, uiteindelijk zijn we maar kleine deeltjes in een oneindig groter geheel van informatie, en dat oneindig grotere geheel ondervindt nauwelijks hinder van onze (zelf )vernietigende expansiedrift.

    het meeste van wat we weten van de zee
    weten we sinds de oorlog

    Vos ontleende haar titel aan een citaat van de Chinese wijsgeer Laozi (6e eeuw v.Chr.): ‘Als de wereld de Tao heeft,/ worden paarden alleen nog maar gehouden vanwege de mest.// Als de wereld geen Tao heeft,/ fokt men oorlogspaarden tot in de buitenwijken’. Laozi zegt ook: ‘De essentie van Tao is dat het niet uitgedrukt kan worden. Als men denkt het wel te kunnen uitdrukken, dan is het niet Tao.’

    UitgeverLeesmagazijn
    Jaartal2015
    RecensentThomas Möhlmann
    Editie2015-2