Recensies

  • Een tijdelijk onderdak

    Lut de Block
    Een tijdelijk onderdak
    Tell, don’t show

    Een tijdelijk onderdak begint met ‘Bewogen jaar’ dat de twaalf maanden bespreekt. Die cyclus opent met de constatering: ‘We hebben ons jaren/ rijker gewaand dan we waren en/ zitten nu bouche bée op de blaren.’ Maar: ‘Er is nog hoop dat de wereld iets wordt.’ Het tweede gedicht begint met deze zin als vraagzin.

    Dit kan wat worden, maar zinnen als ‘Spijt is wat de geit schijt’ leiden af: spreektaal, te nadrukkelijke assonantie. Ook kreten als ‘versteend verleden’ en ‘Hebben we schrik van deze schrikkeltijd de nieuwe ijstijd...’ storen: cliché, opzichtig klankrijm. De thematiek (de worsteling tussen enerzijds spijt en onzekerheid, en anderzijds de toekomst in te willen, te moeten) wil daarbij maar niet pregnant worden. Regels als ‘vlucht je de toekomst in met lege handen/ terwijl de rivier de sporen wist bij elke stap’ liggen te dicht bij de gemeenplaats. In het tiende gedicht staat: ‘Hoe oktoverend de lome oudewijvenzomer’. Enzovoorts. Jammer, want er staan ook leukere regels: ‘Met het verkeerde seizoen uit bed gestapt/ en hoe dat resoneert in mensen’, mooie woorden als ‘ijskelderdagen’ – deze hebben meer potentie maar komen helaas niet tot hun recht.

    Dan volgt de cyclus ‘Met vrucht’, gedichten die een appel of peer uitbeelden. Ook hier guitige vondsten (zoals in ‘Appel’: ‘Onder in de emmer/ nog een jeruzalemmer’) die bij gebrek aan quasi-ernstig thema minder storen. Deze gedichten hebben gelukkig iets meer schwung en ironie.

    Op z’n best blijven de gedichten in, niet onaardige, 
    beschrijvingen steken. Zoals de zee in ‘Winter aan zee’: ‘Hoe hij zijn zilte woorden in mijn oren slist met ijzige lippen mijn huid beroert.’ Een bescheiden hoogtepunt vormen enkele gedichten rond de Eerste Wereldoorlog, over de IJzer en Passendale – en, van een heel ander kaliber, ‘Instructies voor het drukken van handen’.

    De context van assonanties en woordgrapjes suggereert een zekere ernst, maar de inhoud om die serieuzere aspiraties aan te staven, schiet tekort. De bundel valt daardoor tussen de wal en het schip: het blijft in Een tijdelijk onderdak bij beschrijven, het wordt nergens een ervaring.

    UitgeverArbeiderspers
    Jaartal2015
    RecensentRoel Weerheijm
    Editie2015-3