Recensies

  • Nieuwe rituelen

    Maarten Inghels
    Nieuwe rituelen

    Tussen houvast en complete onthechting

    We leven in onrustige tijden. We voelen ons wellicht niet helemaal onveilig, maar geheel zeker van onze zaak zijn we sinds de aanslagen in Parijs en de klopjacht op de daders in Brussel niet meer. Maarten Inghels – op het moment waarop deze recensie geschreven wordt, genomineerd voor de Herman De Coninckprijs 2016 die op 26 januari wordt uitgereikt – schrijft in het titelgedicht van Nieuwe rituelen: ‘Het is moeilijk nieuwe rituelen te vinden/ in de slavernij van de tijd.’ In die tijd – onze tijd – strijden diametraal tegenover elkaar staande ideologieën om overwicht. Waar in een door zulke extremen geregeerde tijd vind je houvast? In dit gedicht wordt het antwoord niet gevonden, voor Inghels lijken zowel de Westerse als de Oosters manieren om zin te geven slechts ‘werkbare kletspraat’.

    Wat is werkbare kletspraat? Ik vermoed uiteindelijk toch: rituelen – ook al lijken ze geen waarheid te dienen. Zo schrijft de ik-persoon uit het gedicht ‘welkomstgebeden voor de afwijkende knipperlichten/ van een zonevreemde exoplaneet’; ‘Op oneven dagen mag ik voortaan vlees eten’, volgt het verderop, ‘de derde donderdag van de maand dat blauwe pilletje/ elke migrant moet zeven keer om ons heen marcheren.’

    Leven wij in een Jericho waarvan nieuwkomers de muren moeten laten instorten om binnen te komen, en vernietigen ze daarop iedereen behalve hun helpers? Of gaat het hier om de cultuur die bedreigd wordt? Het gedicht roept associaties op met Michel Houellebecqs Onderworpen, dat de overgang schetst in Frankrijk naar een staat volgens islamitische principes en wetgeving.

    De ik-persoon van het gedicht probeert de bedrukking te bedwingen. Hij schildert het gezicht van zijn hond zwart: ‘zo/ loopt mijn depressie netjes aan de leiband.’ Hij richt zich op zijn telefoontje, een soort tamagotchi met een zaklamp, en zijn vriendin, die waarschijnlijk net uit een zelfontwikkelingssessie komt, sms’t hem dat ze vandaag een berg was.

    Wat te doen in deze tijd met al zijn bedreigingen en onzekerheden, die we wel willen ontduiken, maar waaraan geen ontsnappen mogelijk is? ‘Het is moeilijk balanceren tussen houvast/ en complete onthechting./ Zichtbaar zijn of niet.’

    Niet alleen migranten hebben met dit beladen gedicht de volle aandacht in de bundel, ook wordt verderop expliciet op joden, moslims en christenen gelet. Wie na het lezen van het titelgedicht een rechtspolitieke ondertoon vermoedde, merkt dat het vooral het ontbreken van een algemeen vertrouwen signaleert: iederéén is een potentieel risicovolle ander.

    Hoe dan ook is met het titelgedicht de toon gezet: licht leven is in deze tijd niet meer mogelijk. We hebben behoefte aan zekerheden, ook al zijn ze schijn, we hebben behoefte de bedreigingen te bezweren.

    In de vijf afdelingen waaruit Nieuwe rituelen is opgebouwd, bestrijken Inghels bezweringen een breed scala aan onderwerpen. In de eerste zijn dat ons tijdsgewricht, gewoonten, de dreiging van geweld, lot of toeval, het openbare leven en wantrouwen of hoe men elkaar in de gaten houdt.

    In de tweede afdeling: liefde en hoe je je geliefde jezelf ten diepste te kennen geeft – wat mij tijdens het lezen weer hoop en een beetje geloof in de toekomst gaf. Deze ronkende afdeling kent prachtig zinnen. Neem het eerste gedicht: ‘Lief, jij kent de papiervis in mijn hoofd,/ een tong die zwarte gaten in mij likt.’ De dichter is bezeten van zijn geliefde: ‘Elk onafwendbaar schriel gedicht voor jou/ vreet mij aan, de bacterie zwerft ziek rond./ Je zet een kom melk voor mijn open mond.’

    De derde afdeling staat het onderweg-zijn centraal. Een deel lijkt voortgekomen uit een reis, enkele spelen zich af in de Verenigde Staten. Zo is één daarvan een tocht in Alaska naar de gestrande bus waarin Chris McCandless uit het indringende boek Into the Wild na het breken van zijn been aan voedselvergiftiging overleed – de plek is inmiddels een ‘pretpark van de spiritualiteit’ geworden.

    In de voorlaatste afdeling gaat het over de dood (‘Nu al oefen ik voor mijn houten jas’) en in de laatste afdeling lees je een bewerking van de Icarusmythe, waarin de moderne mens, ondanks zijn satellieten, vliegtuigen, drones, alsnog met een genadeloze smak te pletter slaat. Overleven zit niet in de technologie alleen, lijkt Inghels te zeggen.

    Een goed deel van de gedichten is uit terzetten of een ander vast aantal regels opgebouwd en beslaat één à twee bladzijden. De toon is helder, maar betrokken en daardoor niet koud. De beeldspraak is afgemeten maar krachtig. Waar sommige bundels vrij springerig van aard zijn, merk je bij Inghels dat er rust in zit. Waarmee ik vooral wil zeggen dat het erop lijkt dat de vorm van Nieuwe rituelen de dichter goed zit. Het is, zoals het juryverslag van de Herman De Coninckprijs zegt, een gevarieerde en geëngageerde bundel die nergens prekerig wordt, en een werk dat geworteld is in de wereld van vandaag. Bovenal is het een werk dat tot bezinning uitnodigt, iets dat in deze tijd belangrijker dan ooit is.

    UitgeverDe Bezige Bij
    Jaartal2015
    RecensentMerijn Schipper
    Editie2016-1