Recensies

  • Boomgaarden gevolgd door Walliser kwatrijnen

    Rainer Maria Rilke
    Boomgaarden gevolgd door Walliser kwatrijnen

    Jammer van de rijmdwang

    Rilke vertalen is altijd een uitdaging voor vertalers geweest, dat wil zeggen van moedertaal Duits naar het Nederlands (of welke andere taal ook). Dat Rilke tegen het eind van zijn leven, woonachtig in een Zwitsers gehucht, ook nog Franse gedichten geschreven heeft, weet vrijwel niemand. Frans was zijn tweede taal, hij schreef brieven in het Frans, vertaalde Franse gedichten, woonde een tijdlang in Parijs, kortom zijn Frans zal meer dan voldoende zijn geweest, maar Franse gedichten schrijven, dat is andere koek. ‘Vergers/ suivi des Quatrains valaisans’ is een titel die de goegemeente niks zal zeggen, toch heeft Jan Kuijper deze onbekende gedichten vertaald, of nee ‘herdicht’ noemt hij het, als waren ons tot nu toe grote schatten onthouden: Boomgaarden gevolgd door Walliser kwatrijnen.

    Rilke is voor mij de dichter van Neue Gedichte, de Duineser Elegien, Sonette an Orpheus: grote beeldende poëzie met ook nog eens een ongemene diepgang. Kunnen deze vergeten late gedichten in zijn niet-moedertaal daaraan tippen? Ik geloof het niet. Het Frans, in Jan Kuijpers herdichting niet meegeleverd, klinkt mij weinig soepel en licht schools in de oren

    Het eerste gedicht bijvoorbeeld uit Boomgaarden luidt in het Frans:

     

    Ce soir mon coeur fait chanter
    des anges qui se souviennent....
    Une voix, presque mienne,

    par trop de silence tentée,
     
    monte et se decide

    à ne plus revenir;
    tender et intrépide,
    
à quoi va-t-elle s’unir?

     

    Kuijper vertaalt het als volgt:

     

    Vanavond wekt mijn hart
    herinnerings engelenkoor...

    Eén stem, haast mijn stem, door
    al te lang zwijgen getart,
     
    verheft zich, om te vinden

    dat zij niet terug moet keren –
    waaraan zal zij, die tere

    maar dappere zich binden?

     

    ‘Engelen die zich herinneren’ worden ‘herinnerings engelenkoor’, ‘verheft zich en besluit’ wordt ‘verheft zich, om te vinden’; het zijn fikse door rijmdwang gestuurde transformaties die de toch al niet heel sterke regels mijns inziens geen goed doen.

    Boomgaarden bevat nogal bucolische gedichten waarin de peilende diepte van Rilkes vroegere poëzie (‘Du musst dein Leben ändern’) grotendeels ontbreekt, al voel je nog altijd wel een soort existentiële wijsheid in zijn verzen, bijvoorbeeld in deze woorden uit de cyclus ‘Boomgaard’: ‘Zelfs een god die geen aandacht meer krijgt/ houdt vast aan ruimte en tijd/ en een god die ons bedreigt/ doet dat uit ledigheid’, waarin als het ware ons agnostische tijdperk en passant onder de loep wordt gelegd. Vanwege dat in wezen toch wijsgerige karakter is het jammer dat Jan Kuijper, zelf ook van de vaste vorm, zich zo streng aan de poëtische regels houdt. Eigenlijk gaat het hier wel degelijk om vertalingen, ze zijn alleen maar herdichtingen genoemd om niet te streng beoordeeld te worden. Het zou deze gedichten namelijk goed hebben gedaan als ze echt vrijer waren herdicht.

    Overigens laboreren niet alle verzen aan dat knellende pantser, soms lijkt er een zegen op de hand van de herdichter te rusten, zoals in dit gedicht dat zo te zien een soort emotioneel evenwicht bepleit: ‘Zo’n paard dat drinkt aan de bron, zo’n blad dat ons vallend raakt,/ zo’n lege hand, of zo’n mond/ die aarzelend aanstalten maakt –// zoveel soorten van rustig aanvaarden/ zoveel dromen van woelende smart;/ ach dat ieder tevreden hart/ het lijdende schepsel bedaarde’.

    Al met al ontsluiert Boomgaarden interessante maar niet bepaald grootse poëzie. Dit onbekende werk van een van de voornaamste dichters, is van een meer lyrische dan verstandelijke Rilke. En daarvoor neem ik ietwat moeizame formuleringen als ‘verlangens loden last’ of ‘O muziek van sappen die stromen’ voor lief.

    UitgeverAthenaeum-Polak & Van Gennep
    Jaartal2016
    RecensentRob Schouten
    Editie2016-3