Recensies

  • Ik ga het donker maken in de bossen van

    Tsead Bruinja
    Ik ga het donker maken in de bossen van

    Dat wat meer aandacht verdient

    Kwetsbaar en persoonlijk hoeft niet haaks te staan op nuchter en strijdbaar. Dat weet iedereen die de poëzie van Tsead Bruinja kent. Sinds januari mag Bruinja zich Dichter des Vaderlands noemen, en nu is daar zijn nieuwe dichtbundel: Ik ga het donker maken in de bossen van.

    Het eerste, titelloze, gedicht in deze bundel laat een betrokkenheid zien bij actuele thema’s. Vluchtelingenproblematiek, de kloof tussen arm en rijk en het durfkapitaal worden verweven met huiselijke sores: ‘rubberboten kassa’s kalasjnikovs pampers/ drijven of zinken doorlaten of tegenhouden’. In zijn typerende stijl (geen hoofdletters, geen leestekens) wijst Bruinja ons op de noodzaak eens serieus naar de toekomst te kijken. Want ‘wij hebben het misschien gehaald/ maar onze kinderen nog niet’.

    Nu Bruinja Dichter des Vaderlands is, is het zijn taak om poëzie te verbinden aan nationale gebeurtenissen. Uit Ik ga het donker maken in de bossen van wordt echter niet duidelijk welke gedichten tijdens en in opdracht van zijn ambt geschreven zijn, en bovendien heeft Bruinja altijd de wisselwerking tussen het actuele en het persoonlijke opgezocht.

    Gedichten als ‘het werd’ en ‘wolf in de korf’ illustreren dit. Ze gaan over een ‘het’ dat uitgeleverd wordt, over een groep, ‘ze’, en over de strijd die ze leveren om ergens te kunnen blijven. De anonieme groep verhoudt zich tot het individu, die langsloopt met zijn krantje en het tafereel slechts kort gadeslaat. De verhoudingen en perspectieven worden uit de doeken gedaan in heldere en onomwonden taal, die desalniettemin weinig uitleg biedt.

    Wat wel meteen opvalt is de muzikaliteit, die Bruinja’s poëzie altijd kenmerkt. De ‘uitlevering’ wordt negen keer benoemd in ‘het werd’. Esthetisch valt het een en ander af te dingen op deze herhaling, maar als lezer voel je je meegenomen in een natuurlijk ritme. Het woord beklijft, vormt een zwaartepunt en zet je aan het denken. Het is alsof je Bruinja’s woorden leest terwijl hij ze bedenkt.

    Zo ook in het achtste gedicht, dat slechts een verzameling woorden is die elkaar opvolgen, eindigend met:

     

    licht tast mond zoet zuur beek vlecht
    vlecht man vlecht vrouw mond hand zoet
    vlecht slaap vlecht kruik schep hand zoet
    hand mond hand oog mond hand mond
    hand oog mond oog hand beek hart

    beek beek beek hart beek beek beek
    vrouw man vrouw man oog mond hart


    De zinsopbouw ontbreekt en de woorden staan ogenschijnlijk los van elkaar. Toch lijkt de herhaling ze te verbinden, en ligt er duidelijk nadruk op bepaalde woorden. Of beter gezegd: op bepaalde beelden. Want misschien gaat het hier om een gedicht dat je niet zozeer moet lezen, maar voor je moet zien. Zoals het oog glijdt over het waarneembare en je dit in gedachten benoemt zonder er direct een narratief bij te vormen – totdat je blik blijft hangen aan iets wat meer aandacht verdient, wat je langer in je opneemt.

    Heel anders is ‘het juiste gebint’, een prachtig en persoonlijk gedicht over dromen van de toekomst. Het gaat over de manier waarop we overal een chronologie bij fantaseren, en alvast een verhaal verzinnen bij dat wat nog moet komen. Misschien is dat wel de essentie van hopen: ‘ik schoof een kozijn voor mijn toekomst/ en wilde de ramen wijd opengooien’.

    Ik ga het donker maken in de bossen van is een bundel vol afwisseling. Terwijl je je een weg puzzelt door een gedicht vol doorgestreepte en vetgedrukte woorden, staat een gedicht in stripvorm al klaar om je te verrassen. Een vertaald gedicht van Alexander Hutchison laat zien waar Bruinja zijn liefde voor muzikaliteit en herhaling vandaan haalt. In enkele drie- of vierluiken herkennen we typische Bruinja-thema’s als liefde en dood, en natuurlijk mogen de Fries-Nederlandse gedichten niet ontbreken.

    Subtiele humor komt tot stand door simpele maar bijzondere vergelijkingen, zoals in ‘dus kom in opstand’, dat de democratie en haar vreemde wetten op de hak neemt. Toch is er altijd een schaduwkant te bespeuren. Bruinja heeft genoeg om zich druk over te maken, en de dood ligt altijd op de loer. Waar in het begin van de bundel de collectieve ondergang centraal staat, verschuift het thema langzaam naar particulier leed: een scheiding, de dood van een kind, het rouwen.

    Hierin schuilt de combinatie tussen het kwetsbare en persoonlijke en het tegenwoordige en maatschappelijke. Je leert Bruinja kennen als persoon, en juist daarom vaar je zo goed mee op zijn strijdbaarheid als het gaat om thema’s waardoor we eigenlijk al lang murw zijn geslagen. Wat daarbij helpt zijn het soort pareltjes als in ‘voor volk en moederland:

     

    maar wie op de pof leeft
    van een gesust geweten
    leeft in geleende tijd


    Een concreet staaltje maatschappijkritiek, dat laat zien dat Bruinja zijn taak als Dichter des Vaderlands serieus neemt. Zonder belerend te worden, werpt hij in ‘dartel als een vlinder steek als een bij’ een blik op de wereld van morgen, en grijpt hij terug op zijn oproep uit het begin van de bundel om verantwoordelijkheid te nemen.

     

    geef je kinderen een wereld waarin ze kinderen durven te krijgen
    geef hun zorgen aandacht

    geef hun tijd


    Een bundel waar je doorheen vliegt én die na blijft klinken.

    UitgeverQuerido
    Jaartal2019
    RecensentElske Jacobs
    Editie2019-3