Poëzie Live

Awater is meer dan een tijdschrift. We staan met regelmaat op literaire festivals, in boekwinkels en elders op een podium met een poezieprogramma: Awater Live. Hier lees je de verslagen van eerdere edities, vaak met luisterfragmenten.
Daarnaast zoeken we de poëzie op door festivals in het hele land te bezoeken: met een stand of als bezoeker, zoals Poetry International, De Nacht van de Poëzie of Dichters in de Prinsentuin. Hiervan doen we op deze plek ook verslag.

  • Bazarow.LIVE

    24 januari 2024
    Bazarow.LIVE

    De avond voorafgaand aan de Poëzieweek stond de literaire talkshow Bazarow.LIVE in het teken van de Poëzieweek. Awater had samen met Bazarow het programma samengesteld. Roeland Dobbelaer en Liliane Waanders ontvingen in bibliotheek Neude in Utrecht onder anderen Kees ’t Hart, Kiki Coumans en Vrouwkje Tuinman.

    tekst en foto's: Alek Dabrowski 


    Ik schrijf gewoon een mooi gedicht

    Roeland Dobbelaer begon zijn interview met Kees ’t Hart met het uitspreken van zijn bewondering voor het gedicht ‘De eerste schooldag’ uit zijn laatste bundel Het vogelkerkhof. Hierin doet ’t Hart verslag van zijn periode als leraar in Purmerend en somt de namen van een groot aantal leerlingen op. Dobbelaer bekent op internet deze namen opgezocht te hebben en vroeg zich af of de dichter dit ook had gedaan. ’t Hart reageert terughoudend, alhoewel zijn gedichten realistisch lijken wil hij ze niet zo noemen. Ook het etiket verhalend wijst hij af. Vragen over diepere betekenissen of duidingen van zijn werk zijn niet aan hem besteed. Liever vertelt hij hoe een gedicht tot stand komt. De aanleiding van het titelgedicht gaat terug op een opmerking tien jaar geleden van zijn kleindochter over een vogeltje dat tegen het raam vloog: ‘hoe gaan vogels eigenlijk dood?’. Pas onlangs heeft hij er een gedicht van gemaakt en is het in de bundel terecht gekomen, en niet afgevallen zoals veel andere gedichten. Bij proza werkt het voor ’t Hart weer anders. Er is een aanleiding, een woord of een idee en hij gaat daarmee aan het werk. Zijn romanfiguren willen iets, streven ergens naar, waarvan de omgeving zegt: ‘Doe het nou niet.’ Poëzie hoeft niet op deze manier verhalend te zijn. Het uitgangspunt is: ‘Ik schrijf gewoon een mooi gedicht.’ Hoewel het in veel gedichten over de dood gaat zegt ’t Hart dat hij geen verdrietige gedichten schrijft. Zelfs het gedicht dat op zijn eigen overlijden slaat vindt hij niet verdrietig.

       


    Als ik doodga staan er stukjes in de krant
    Van mensen die me nauwelijks hebben gekend
    Hij was schrijver werd geboren en ging dood
    En verder was er niet veel met hem aan de hand


    Opmerkelijk is dat ’t Hart geen komma’s gebruikt in deze bundel. Een gedicht kan door de komma op een andere plek te denken een andere betekenis krijgen. Bij de bundelpresentatie van Het Vogelkerkhof droegen vrienden, collega-dichters en familieleden de gehele bundel voor. Kees ’t Hart genoot er enorm van hoe zij de komma naar eigen inzicht invulden en een gedicht een bepaalde vorm gaven.


    Geen leuke gedichten

    Als tweede onderwerp stond Menno Wigman op het programma: Kiki Coumans en Vrouwkje Tuinman waren uitgenodigd om te praten over het recent verschenen De wereld van Wigman. Het prachtige boek is de neerslag van een zoektocht door het persoonlijke archief van Wigman vol documenten, foto’s, dagboekenfragmenten en meer. Coumans noemt het bewust geen biografie. Daar wordt momenteel door Rob van Essen aan gewerkt en daarom heeft zij ook bepaalde familiefoto’s juist niet opgenomen. Kiki Coumans leerde Menno Wigman kennen in de jaren negentig, in dezelfde tijd als Vrouwkje Tuinman. Na zijn dood in 2018 nam Coumans foto’s van het huis van Menno - en van zijn boekenkasten - om te onthouden hoe het was. Hetzelfde deed Vrouwkje Tuinman bij het overlijden van haar man F. Starik. Zij bracht in 2022 het bijzonder vormgegeven Leven als museum uit, als ode aan F. Starik. Net als De wereld van Wigman fungeert dit boek als monument, zowel voor de samenstellers als voor de lezers.

       

    Wigman kenden zij niet als kind, maar Coumans vertelt dat hij al heel jong gefascineerd was door taal. Zelfs toen hij als kleuter nog niet kon schrijven wilde hij al schrijven. Het is bewaard gebleven, een fonetisch gekrabbel, waar de wil om je uit te drukken in te lezen is. Later, op de middelbare school in Santpoort, bracht hij een gestencilde bundel uit die niet onopgemerkt is gebleven. De gedichten handelen over heimwee en de dood, constante thema’s in zijn latere werk. Hij was achttien jaar en Boudewijn Büch interviewde hem voor de radio. Met dit fragment opent het item bij Bazarow.LIVE. Büch vraagt hem naar het waarom van deze sombere gedichten. Hij krijgt weinig waardering van zijn medescholieren voor dit werk, maar zijn leraar Nederlands is geïnteresseerd en kritisch. Daar zegt hij wat aan te hebben, anders dan mensen die zeggen zijn gedichten leuk vinden. ‘Ik schrijf geen leuke gedichten.’

    Menno Wigman leefde volledig voor de literatuur; het onderscheid werk en leven is moeilijk te maken. Als drummer kwam hij in en ander circuit terecht, waar mensen zijn werk als dichter niet kenden. Het waren twee gescheiden werelden. Coumans en Tuinman benoemen de zachte kant van Wigman, zijn oog voor mensen die niet gezien werden, voor dingen die geen aandacht kregen. Niet voor niets was hij een van de dichters van de Poule des Doods, dichters die voordroegen bij eenzame uitvaarten van overledene zonder nabestaanden. Over dit onderwerp schreef Tuinman een stuk in De wereld van Wigman. Hoewel hij geen dichter was die snel een gedicht in elkaar zette, sprak dit werk Wigman enorm aan. Op de vraag van Liliane Waanders of deze gelegenheidsgedichten echt onderdeel zijn van zijn verzameld werk antwoordden Kiki Coumans en Vrouwkje Tuinman met een volmondig ja.


    Zit er een mecenas in de zaal?

    Na de poëzie was het tijd voor De Kwestie, een vast onderdeel van Bazarow.LIVE Deze keer was de kwestie hoe het komt dat het zo moeilijk is in Nederland om schrijversmusea geopend te houden. Simon Mulder van het Louis Couperus Genootschap was aanwezig. En van het Multatuli Museum schoof Jurjen Pen aan. Beide clubs verkeren in zwaar weer. Het aan het Louis Couperus Genootschap gelieerde museum in Den Haag gaat naar alle waarschijnlijkheid binnenkort dicht. Het Multatuli Museum in Amsterdam is ook verbonden met een genootschap en heeft het eveneens zwaar te verduren. Zij betalen geen huur voor het pand, maar voor het onderhoud moeten zij geheel zelf zorgen. Ze zijn afhankelijk van giften, maar de vervanging van het dak is daarmee niet op te brengen.



    De twee geven aan dat subsidieaanvragen vastlopen op bureaucratisch obstakels. Zo wordt er uitsluitend geld geschonken voor projecten en niet voor vaste kosten om het voortbestaan van de musea te verzekeren. En voor een renovatie van het dak is een onderzoek nodig dat al gauw tienduizend euro kost, geld dat er niet is en onderhoud dat dus niet gedaan kan worden. Terwijl we het hier hebben over twee van Nederlands allergrootste schrijvers. Sommige politici geven de waarde ervan aan, maar verwijzen naar subsidiemogelijkheden is niet de oplossing. De conclusie die Simon Mulder trekt is dat Nederland slecht omgaat met ons erfgoed en dat dit al eeuwenlang zo is. De enige mogelijkheid om het Couperus Museum te redden is geld van particulieren. Lachend, maar met een serieuze ondertoon, vraagt Mulder of er een mecenas in de zaal zit. Jurjen Pen is evenmin positief over gemeentelijke of landelijk steun voor zijn museum, vooral gezien de nieuwe politieke wind die er waait. Maar ook zonder musea blijven de genootschappen actief, op scholen bijvoorbeeld. Met de laatste tentoonstelling in het Couperus Museum stond de schrijver weer volop in de belangstelling. Ook de talloze publicaties die dit jaar verschenen naar aanleiding van zijn honderdste sterfdag stemmen positief. Het werk van Louis Couperus kan veel hebben, is de conclusie van Simon. Hetzelfde geldt voor het werk van Multatuli, beaamt Jurjen Pen.


    Een saluut geven

    Tot slot schoven wij (Alek Dabrowski en Myrte Leffring) aan om de wintereditie van Awater te presenteren en om onze leestips te geven. Hoofdredacteur Myrte is vooral erg blij met nieuw (teken)werk van Neeltje Maria Min en met de verstripping door Aimée de Jongh van het gedicht ‘Houdbaar’ van Edward van de Vendel, de schrijver van het Poëziegeschenk 2024. Als leestip gaf Alek het nieuwste boek van de Poolse Nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk, Empusion. Lees hier meer over de roman. Myrte besloot de mooie avond met het prachtige gedicht ‘Poging tot een afscheidsrede’ van Lans Stroeve, uit haar laatste bundel Sterkteleer:


    Deze dinsdag dan, een dag als vele.
    Vandaag zouden we afscheid van je nemen
    met dit zwerfgedicht en grijze wolken
     
    vlogen over, onder de bomen regende
    het weer toen de bui al was vertrokken
    om een saluut te geven aan een van ons,
     
    je was hier een gegeven. (…)

     


    Deze editie van Bazrow.LIVE is hier terug te zien.