Nieuws

<< Nieuws
  • Poetryslam, aflevering 3: Asha Karami

    Poetryslam, aflevering 3: Asha Karami

    Gepubliceerd: 7 mei 2018

    Merlijn Huntjens interviewt tien poetryslammers over poetryslam. Asha Karami werd tweede op het NK Poetry Slam 2018. De jeugdarts, yogadocent en student aan de Schrijversvakschool, vertelt over haar schrijverschap en de poetryslamscene.
    Beeld: Johan van Dijke

    Je hebt een heel eigen voordracht, een die sterk verschilt van die van andere slammers. Zou je dat verschil kunnen duiden?
    Dat mijn gedichten werken op een podium, is ergens wel verbazend. Ik probeer ontwrichtende, vervreemdende, tragische, fragmentarische verhalen te vertellen. Gelukkig blijken mensen erom te kunnen lachen.
    Eigenlijk heb ik weinig controle over mijn voordracht. Ik wil het podium vooral overleven en de gedichten zo rustig mogelijk overbrengen. Ik probeer het voor te lezen zoals ik ben en zoals het geschreven is, bij elke zin te beseffen wat er staat (de beelden weer voor me te zien), duidelijk te articuleren. 
Hoe ik overkom is een ander verhaal, wat ik heb gehoord is dat ik een anti-performance performer ben, dat ik het publiek niet bedien maar ontwricht, laatst zei iemand ‘jij hebt geen flow’. Dit was bedoeld als compliment, geloof ik.

    Wat bracht jou ertoe te gaan poetryslammen, en wat vind je van de scene?
    Ik raakte geïnteresseerd in slam toen ik erachter kwam dat Kira Wuck een winnaar van de NK was. Daarvoor had ik nooit bedacht dat het iets voor mij kon zijn omdat ik dacht dat het dichterbij rap was of dat je elkaar in de grond moest boren zoals bij een rap-battle. Dus Kira was denk ik een van de eerste anti-performance performers waarmee ik me verwant voelde. Verder valt het al jaren mee met het imago, zelfs als er nog dichters zijn die erop neerkijken, ze durven het niet te zeggen. Oh, ik realiseer me nu dat je helemaal niets vroeg over het imago. Er zou trouwens wel een interessante analyse te maken zijn over de twee soorten poetryslammers: de dichters, die het ook op papier goed (willen) doen en de spoken word-artiesten, voor wie de uitvoering het meest essentiële onderdeel is van de kunst. Ik vind het soms niet passend dat deze twee groepen tegenover elkaar staan omdat het om twee verschillende kwaliteiten gaat. Juryleden lijken het hier ook moeilijk mee te hebben. Een oplossing weet ik trouwens niet, ook omdat de grens tussen de twee niet scherp te trekken is. Ik kan van beide vormen trouwens genieten.

    En wat heeft de toekomst voor jou in petto?
    Zoveel mogelijk schrijven en lezen en horen en leren en optreden (niet-competitief). Ik volg de opleiding bij de Schrijversvakschool Amsterdam. Volgend jaar is mijn vierde jaar en hoop ik af te studeren met een dichtbundel.

    Heb je al ideeën voor een bepaald bundelconcept? Of wordt het een ‘The Best Of Asha’?
    Ik ben erover aan het nadenken. Recent moest ik mijn poëtica verwoorden voor ‘Vers van het Mes’ in Perdu. Ik weet wat ik doe en waarom ik het doe. Maar een bundel is zo definitief, daar wil ik mijn tijd voor nemen. Ik zou in ieder geval de gedichten zo willen ordenen, dat er een verhaal door de bundel heen ontstaat. De grenzen tussen de gedichten moeten door ordening wat poreus worden. Hoewel er in plaats van een perfect geconstrueerde bundel ook wel iets te zeggen valt voor een soort ‘white album’, of zoals Roberto Bolano het zegt:

    the great, imperfect, torrential works, books that blaze paths into the unknown (…) real combat, when the great masters struggle against that something, that something that terrifies us all, that something that cows us and spurs us on, amid blood and mortal wounds and stench.’ 

    Misschien is het wel leuk om achterin een reeks te hebben met bloopers, gedichten waarin ik iets probeerde, maar het mis ging.

     

    ik was een bastaard

    ik lig op de bank
    terwijl ik mee moet doen met de revolutie
    open mij alsjeblieft beste
    je bent een aardig persoon geweest

    hebben de mensen dat gemerkt
    en welke culturen zijn dan kwaadaardig

    ik had me voorgenomen dat drie
    van mijn vier gezichten op elkaar zouden lijken
    open mij nu
    binnen zit de verrassing

    goud in de natuur gevonden is altijd geel:
    het is contrast dat ons verbindt aan het verleden

    ik heb hier een ingang gemaakt voor als je er nog in wilt

    ik ga dood dat beloof ik
    jij gaat dood dat beloof ik




    Beeld: Johan van Dijke