Nieuws

<< Nieuws
  • Coronagedicht Vrouwkje Tuinman

    Coronagedicht Vrouwkje Tuinman

    Gepubliceerd: 1 mei 2020

    Coronagedicht. Tot twee maanden geleden bestond het woord niet. Nu barst het van de coronagedichten op social media. Veel dichters grijpen naar de poëzie om deze vreemde tijden te duiden of te bezweren. In het oktobernummer van Awater zal Ingmar Heytze een beschouwing schrijven over gedichten n.a.v. de actualiteit.

    Dit Coronagedicht is van Grote Poëzieprijs-winnaar Vrouwkje Tuinman. Het beeld is een schilderij van de hand van F. Starik, uit ca. 1982:


    Videobellen

    Mijn schoonmoeder is een lucifer van een b-merk.
    Heel even als ze me ziet knettert ze ontzaglijk fel,
    om vervolgens nog voor het gesprek is aangestoken
    uit te doven. Dat ik op een scherm verschijn
    baart nauwelijks opzien, te weinig om voor wakker te blijven.
    Hoe gaat het, vraag ik, en ze zegt: Slecht.
    Wat zal ik daar eens op antwoorden, zonder te liegen
    dat het straks vast beter gaat. Zwaai maar even,
    zegt een stem. Ik raad welke verpleegkundige ik hoor, zeg
    hallo Fahriye, mijn schoonmoeder vraagt wie dat nu weer is.
    We zwaaien allemaal, ik druk ons weg.