Columns

Vanaf juli 2019 schrijft bijna wekeljks op deze plek een jonge, talentvolle columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Het huidige team van columnisten bestaat uit Daniëlle Zawadi, Malika Soudani, Quinten Langes, Willemijn Kranendonk, Rachel Rumai Diaz en Anne Bosveld. Het werk van de andere columnisten is natuurlijk ook terug te lezen.

 

<<Terug
  • Lijdende vrouwen

    Lijdende vrouwen

    Vorig jaar las ik de nieuwe biografie van Sylvia Plath geschreven door Heather Clark:Rode komeet, het korte leven en de vlammende kunst van Sylvia Plath. Sindsdien denk ik veel aan haar, aan wie ze was, aan haar gedichten, haar roman. Ik ben een van de velen; een volgende vrouw die geobsedeerd is geraakt door Plath.

    Wat maakt dat mensen ervan houden om over lijdende vrouwen te lezen en naar ze te kijken? Dat vraag ik me soms af als ik in de boekhandel sta, de synopsissen lees van de pas uitgekomen boeken. Of als ik naar de bioscoop ga en het voorstukje van Spencer te zien krijg. Over een geteisterde Diana, de laatste kerst bij de Windsors.

    Sylvia was natuurlijk niet enkel een lijdende vrouw. Ze was zoveel meer dan dat. Maar ze heeft wel degelijk geleden. Onder haar omstandigheden, onder haar psychische ziekten, onder de kou in Engeland. En vast ook onder de keuzes van Hughes.

    De biografie laat mij zien dat je geen gemakkelijk oordeel over iemand moet vormen. Een mens bestaat uit zoveel facetten, zoveel gebeurtenissen, zoveel samenkomsten van cultureel-historische omstandigheden. Misschien geeft kijken naar leed een gevoel van superioriteit. Via romans en films over lijdende vrouwen kunnen andere vrouwen zich dan voor korte duur uit hun eigen gemarginaliseerde positie ontworstelen; ze hoeven even niet aan hun eigen ellende te denken. De vrouw met haar hoofd in de gasoven wordt dan de ultieme vorm van schijncontrole: ‘Zíj ging dood, maar ik lééf.’

    Toen er in 2003 sprake was van een film over het leven en de dood van Sylvia Plath, schreef dochter Frieda Hughes een schrijnend gedicht over de fascinatie voor de dood van haar moeder. De filmmakers hadden Frieda gevraagd of ze Sylvia’s gedichten in de film mochten gebruiken. Frieda schreef:

     

    They are killing her again.
    She said she did it
    One year in every ten,
    But they do it annually, or weekly,
    Some even do it daily,
    Carrying her death around in their heads
    And practising it. She saves them
    The trouble of their own;
    They can die through her
    Without ever making
    The decision.

     

    Frieda toont in dit gedicht dat de dood van haar moeder een token is geworden, een houvast voor de besluitelozen. Ik ben nu zo iemand geworden, een vrouw die zich aan de strijd van een andere vrouw optrekt. Lijdende vrouwen eer je door ze bij te staan en niet door je te vergapen aan de ruïnes van hun ellende. Door te denken: Laat haar rustig doodgaan, en laat haar dan met rust.


    24 november 2021