Columns

Vanaf juli 2019 schrijft bijna wekeljks op deze plek een jonge, talentvolle columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Het huidige team van columnisten bestaat uit Daniëlle Zawadi, Malika Soudani, Quinten Langes, Willemijn Kranendonk, Rachel Rumai Diaz en Anne Bosveld. Het werk van de andere columnisten is natuurlijk ook terug te lezen.

 

<<Terug
  • Weegbree

    Weegbree

    Ik maak er geen geheim van dat ik al geruime tijd niet meer schrijf. Ik ervaar geen blokkade, maar voel simpelweg niet de behoefte iets op papier te zetten. Op mijn columns voor Awater na. De omvang en ernst van actuele thema’s als klimaat en ongelijkheid verlammen mij. Dat er ogenschijnlijk niets of weinig aan wordt gedaan om die zaken aan te kaarten laat staan verhelpen begrijp ik maar al te goed. Er zijn teveel belangen die structurele verandering in de weg staan. Daardoor voelt het voor mij bijna niet geplaatst om te schrijven over schoonheid in een wereld die dat voor velen niet is, omdat ze iets anders aan hun hoofd hebben. Maar als ik zo redeneer doe ik mezelf en elke schrijver tekort.

    Laat ik in plaats daarvan het tegenovergestelde doen. Laat schoonheid als opmaat dienen om te rebelleren. Ik geloof dat zij hand in hand gaan. Door in het moment te leven kunnen we vergezichten schetsen. Dagdromen. Elkaar ontmoeten. Omarmen. Voeden. Ik geloof dat de behoefte naar tederheid, kameraadschap en zingeving groter zijn dan welke kunstmatige impuls dan ook.

    Het is inmiddels een half jaar geleden dat ik voor het laatst in de pen kroop op mijn terugweg van de supermarkt. Wat ik opschreef werd een gedicht dat ik de titel Vrijdagavond gaf. Een fragment:

     

    Woorden vinden mij terwijl ik ze niet zoek
    neoliberale nalatigheid
    familiebandenbesef
    weegbree
    een zachte bries kust mij
    de wereld sterft
    ik voel mij kalm

     

    Twee weken geleden wandelde langs een begraafplaats toen er iets soortgelijks gebeurde. Toen ik later terugblikte op dat moment realiseerde ik mij dat wat ik nodig had zich op die begraafplaats bevond. Het hart navigeert altijd naar wat het nodig heeft.  Die avond beschreef ik die plek, dat moment en wat er met mij gebeurde.

    Er gaat een oprechtheid uit van personages die ik zie zoeken en twijfelen, omdat ze daarin onverstoorbaar mogen zijn. Zij hebben zich los gemaakt. Dat was ook wat die begraafplaats met mij deed. Ik kon mij losmaken. Gesproken taal doorbreekt voor mij een veiligheid, omdat het dan gaat over verhouden tot een ander en mogelijk verwarring veroorzaakt. Films met weinig dialoog behoren wat mij betreft ook meestal tot de besten.

    Na een van Machtelds spellessen zat ik op een terras met haar en een andere student. Het was al enige seconden stil en geen van ons voelde de behoefte die stilte te doorbreken. We keken elkaar aan zoals we elkaar konden aankijken. Een ondoorgrondelijke grimas verscheen op haar gezicht. ‘’Met Quinten kun je zo goed zijn’’, zei ze tegen mijn medestudent. Ik ervaar zoeken (naar taal) als doel en niet als middel. Wie ook naar taal zocht was Bertus Aafjes. In zijn dichtbundelIn den beginne schrijft hij:

     

    Het onuitsprekelijke maakt ons eenzaam
    Wijl wij het bij de naam niet noemen kunnen;
    Het nameloze maakt ons naamloos droef

     

    De zoektocht is nooit af, omdat zij onverzadigbaar is. Naast de letterlijke betekenis staat er altijd iets tussen de regels geschreven. Machteld liet mij drie bundels van Vasalis na. Ik blader door Parken & Woestijnen en vindt: FANFARE-CORPS.

     

    Een warm en onverwacht verdriet,
    eerbied voor de gewoonste dingen,
    neiging om hardop mee te zingen,
    en dan te huilen om dit lied,
    ontstond in mijn verwend gemoed.
    Ik voelde me bedroefd en goed.

     

    Ondanks het feit dat Machteld daar niet ligt begraven vond ik iets van haar op die begraafplaats. Iets van wat er tussen ons was. Ik kon het bijna aanraken. En voor een kort ogenblik was het voldoende.


    20 oktober 2021