Columns

Vanaf juli 2019 schrijft bijna wekeljks op deze plek een jonge, talentvolle columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Het huidige team van columnisten bestaat uit Daniëlle Zawadi, Malika Soudani, Quinten Langes, Willemijn Kranendonk, Rachel Rumai Diaz en Anne Bosveld. Het werk van de andere columnisten is natuurlijk ook terug te lezen.

 

<<Terug
  • Gebalde vuist, liggend op het bovenbeen

    Gebalde vuist, liggend op het bovenbeen


    Ik heb een schilderij op mijn kamer hangen. Iemand zit. Een man. Hij draagt een bruine pantalon. Witte blouse, niet schoon. In een grasveld zit hij op een stoel. Punt van zijn schoen ietwat opgetild, hak op de grond. Suggereert een tikken. Stoel is van hout, linker voorpoot iets doorgezakt. De man helt naar rechts. Angstig gezicht, geheven kin. Zweetdruppels op de slapen en hals. Vuist gebald, liggend op het bovenbeen. Ik keek ernaar vanuit mijn stoel. Maanden. Naar die gebalde vuist, liggend op het bovenbeen. Daar gebeurt mijn taal.

     

    Mijn taal heeft een afgekloven duimnagel. Gebarsten huid rondom de knokkels. Kuiltje tussen de pezen van duim naar pols. Dunne haren op uitpuilende aderen. Aangespannen spieren. Mijn taal houdt zichzelf nog maar net bijeen. Is een tong op degrondmanier. Jagers trekken erin rond. Mijn taal is al lang adem en wacht op wind d d d d. Wrijft telkens ouder over stenen. Huiverig in de gebalde vuist, liggend op het bovenbeen.

     

    Ik schrijf. Gebalde vuist, liggend op het bovenbeen. Niet gebalde vuist. Ze ligt! op het bovenbeen.

     

    Het strijdveld ligt. Ik mag gaan liggen

     

    als taal. Ben ik niet dichterbij?

     

    Omdat ik ritme word. In de gebalde vuist, liggend op het bovenbeen.


    11 oktober 2021