Columns

Iedere week schrijft een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Onze vijf columnisten zijn Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk.
<<Terug
  • Poëzie in het antropoceen

    Poëzie in het antropoceen

    Clive Hamilton schrijft in zijn boek De provocerende aarde: ‘Ten eerste zullen we de reële mogelijkheid onder ogen moeten zien dat de mensen in deze eeuw, volledig bewust van waar ze mee bezig zijn, de levensomstandigheden op hun eigen planeet onherstelbaar zullen verslechteren. Ten tweede moeten we erkennen dat het zonder meer mogelijk is dat we zullen uitsterven, of althans dat de beschaafde levenswijzen zullen ineenstorten, en wel ten gevolge van ons eigen handelen. Ten derde is de aarde anders gaan functioneren. Nu ze niet alleen door blinde krachten wordt bestuurd, wordt haar ontwikkelingsgang mede beïnvloed door de inbreng van een ontologisch onderscheiden natuurkracht, een kracht die uitdrukking geeft aan de menselijke wil.’

    Ik ben bang voor alle toekomstperspectieven die Hamilton in zijn boek(en) optekent. Ik heb alvast een evacuatieplan verzonnen voor als de stormen arriveren die onze steden verwoesten, ik ben blij dat ik in een flat woon zodat mijn voeten droog blijven wanneer het water komt.




    Sinds ik me verdiep in de klimaatcrisis, worstel ik met de vraag of erover schrijven genoeg is. Kan ik straks, als het ons niet lukt de opwarming van de aarde onder de 2 graden Celsius te houden, zeggen dat ik genoeg gedaan heb om dit te voorkomen? Is schrijven een daad van verzet waar ik me dan achter mag verschuilen? De vraag die ik mezelf eigenlijk stel, is: kan poëzie echt de wereld veranderen?


    Om hierachter te komen lees ik zoveel mogelijk jonge dichters. In hun werk ben ik op zoek naar zinnen die iets zeggen over de klimaatcrisis, stukken die het reguliere canon doorbreken. Het verbaast me namelijk hoe weinig erover geschreven wordt en ik heb de meeste hoop voor de jongste generatie, voor de jongeren die op het nieuws vertellen dat ze spijbelen voor het klimaat en voor de jonge dichters die durven te schrijven over onderwerpen die anderen ongemakkelijk en zelfs politiekcorrect vinden.


    Wanneer ik zoiets lees, een poging om iets aan de situatie te veranderen die Hamilton schetst, kan ik mezelf daaraan optrekken. Zij schrijven er ook over, dus zij ervaren hetzelfde als ik en streven, net als ik, naar een wereld waarin de noodsituatie erkend en aangepakt wordt. Moya De Feyter schrijft in haar tweede bundel Massastrandingen:

     

    ‘we hebben land bezet dat niet van ons was, koraal laten
    verschrompelen, eilanden aangelegd, bergen uitgegraven, de richting van
    waterstromen veranderd
    we wilden graag iets achter laten dat nooit kapot zou gaan, het is gelukt
    tweehonderdvijftigduizendton kernafval’

     

    Ik werd toen ik dit las opnieuw met mijn neus op de feiten gedrukt. Het is nog niet zo ontregelend en allesomvattend als ik zou willen, maar het komt erbij in de buurt. Ik zoek en lees en schrijf door, hopend dat ik een gedicht vind dat de situatie zo duidelijk maakt dat we er niet langer omheen kunnen.

    Deze column is een oproep. Een oproep om het verhaal over onze wereld die langzaam aan het doodgaan is te vertellen. Op alle mogelijke manieren. 



    28 augustus 2019