Columns

Vanaf juli 2019 t/m februari 2020 schreef iedere week een jonge columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Deze columnisten waren Kevin Amse, Maureen Ghazal, Siham Amghar, Hava Özbas en Willemijn Kranendonk. Vanaf december 2020 start een nieuwe groep jonge columnisten met schrijven over poëzie. Dit zijn Daniëlle Zawadi, Malika Soudani, Maxime Garcia Diaz, Maxine Palit-de Jongh en Quinten Langes. Maureen Ghazal en Willemijn Kranendonk blijven ook columns schrijven. Dus iedere week weer een nieuwe column over poëzie.

 

<<Terug
  • Regels

    Regels

    Tijdens een Poetry Circle workshop sprak Guus van der Steen over het werk van Ernest Hemingway. De focus lag op “zo beknopt mogelijk een verhaal vertellen”. Hierover schreef Hemingway in 1991 het volgende:

    'For sale: baby shoes, never worn.'

    Machtig! Op deze manier schrijven vraagt om een onbetwistbare en strenge houding. Want dit gaat verder dan de 'kill-your-darling' oefening na afloop van het schrijven. Dit is de regel. Binnen zes woorden een verhaal vertellen. Al schijnt het zo te zijn dat dit verhaal van Hemingway voortkomt uit een uitdaging tussen hem en andere schrijvers indertijd.

    Andere concrete voorbeelden van poëzie met structurele spelregels die als eerste in me opkomen zijn sonnetten en haiku's. Sonnetten stammen uit de dertiende eeuw en haiku's uit de zeventiende eeuw. Nog steeds zijn mensen bereid die regels te volgen. En persoonlijk vind ik haiku's cool op diezelfde manier dat rappers ze cool vinden. Of animatie studio's:

    'You think you're so smart,
    with your fancy little words,
    this is not so hard.'


    Dit is één van Sokka's haiku's in Tales of Ba Sing Se, een aflevering in de legendarische animatieserie, Avatar: The Last Airbender uit 2005. Deze voorbeelden van poëzie met spelregels dateren van voor het sociale media tijdperk. Sterker nog, in een Slow Writing Lab workshop vertelde Arie Altena dat we digitale literatuur kunnen opdelen in drie fases. Vanaf het jaar 0 tot 1995, vanaf 1995 tot 2005 en tot slot vanaf 2005 tot nu. 

    Iets van nu is onze collectieve telefoon verslaving. Wie leest deze column vanaf iets anders dan zijn telefoon? Hoe zien we dat terug in de regels van literatuur?

    Een online redacteur vertelde me eens dat ik meer alinea's moet aanbrengen wanneer ik schrijf, omdat dat makkelijk leest vanaf een telefoonscherm.

    En Jack Dorsey, directeur van Twitter, vertelde me dat ik 140 karakters heb voor mijn online poëzie. Maar omdat er niet alleen poëten op Twitter zitten is het aantal karakters inmiddels verhoogd naar 280. 

    Adam Mosseri (lees Mark Zuckerberg), van Instagram, geeft me een 1080 x 1080 px invulopgave. Daar ben ik nog niet aan begonnen. Maar ik zie het wel gebeuren:


    Dit is Fatima Benhaddou's zesde post op haar Instagram poëzie account. Ze zegt in het bijschrift dat we 'soms groeien door te breken.' 

    Wat valt er online nu nog te breken als we kijken naar de regels van poëzie? Zeker als ik ook erken dat ik Dorsey en Mosseri niet terugvind tijdens poëziebijeenkomsten. Hun platforms zijn niet gemaakt voor schrijvers. Schrijvers maken er echter wel gebruik van. 

    Mijn referentiekader kent een gebrek aan nieuwe poëzie met regels zoals sonnetten en haiku's.  Dus welke poëet wil mij nu, in de derde fase van de digitale literatuur, uitdagen met regels zoals ze Hemingway uitdaagde?


    9 juni 2021