Columns

Vanaf juli 2019 schrijft bijna wekeljks op deze plek een jonge, talentvolle columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Het huidige team van columnisten bestaat uit Daniëlle Zawadi, Malika Soudani, Quinten Langes, Willemijn Kranendonk, Rachel Rumai Diaz en Anne Bosveld. Het werk van de andere columnisten is natuurlijk ook terug te lezen.

 

<<Terug
  • Wat poëzie moet zijn

    Wat poëzie moet zijn

    Lieke Marsman publiceerde vorige week Enkele gedachten over woede, poëzie en politiek op haar website. Ze reageert in die tekst op de mensen die hebben opgemerkt dat zij uitgesprokener is geworden in haar werk. Ze vraagt zichzelf af of een dichter eigenlijk moet proberen om ‘poëzie te schrijven die op universele goedkeuring kan rekenen’ en schrijft daar gelijk achteraan ‘dat elke dichter dat voor zichzelf bepaalt, en dat dichters geen journalisten zijn dus met objectiviteit en onpartijdigheid niets te maken hebben.’ Dat laatste klinkt geruststellend en is zeker waar. Toch merkte ik tijdens mijn schrijfopleiding dat ik, soms ook onbewust, voor eigen scheidsrechter speelde tijdens het schrijven. Ik probeerde onpartijdig te zijn in mijn werk, terwijl schrijven juist een manier kan zijn voor schrijvers om op te gaan in hun verhaal en de wereld die zij schetsen.

    Alhoewel ik mij tegenwoordig steeds meer uitspreek over mijn politieke meningen en mijn idealen voor de maatschappij en de wereld, blijf ik het lastig vinden om daar in mijn werk een stevige positie in te nemen. Het valt mij de laatste tijd op dat ik de afgelopen jaren steeds probeerde zo genuanceerd mogelijk over onderwerpen te praten zodat er in mijn tekst ruimte overbleef voor de meningen van mijn lezers. Een docent vroeg een keer aan mij, ‘Maar wie vertelt mij als lezer dan dit verhaal?’ Met de ruimte die ik gaf aan tegenstrijdige meningen creëerde ik een afstand tussen mijn werk en mezelf. Een afstand waarmee ik hoopte dat ik mensen niet zou afschrikken met mijn poëzie en de onderwerpen die ik daarin besprak. Tegelijkertijd was het een afstand die uiteindelijk alleen maar in de weg heeft gezeten bij mijn artistieke ontwikkeling.

    Marsman keert zich op het einde van haar stuk naar kunstenaars en zegt: ‘Lieve kunstenaars en anderen die in de cultuursector werken, bijt de hand die je voedt, bijt en bijt — net zolang totdat je beter te vreten krijgt.’ Dat had ik eerder moeten lezen. Nu, na vier jaar te hebben gestudeerd aan de kunstacademie, sluit ik mij daar volledig bij aan. Poëzie is kunst en sinds wanneer moet kunst braaf en fatsoenlijk zijn en met de stroom meegaan? Zoals Audry Lorde schreef*:
     

    ‘Poetry is not a luxury. It is a vital necessity of our existence. It forms the quality of the light within which we predicate our hopes and dreams toward survival and change, first made into language, then into idea, then into more tangible action.’

     

    Ik wil de vrijheid voelen om op papier een wereld te creëren waarin mijn regels gelden en waarin ik radicaal kan zijn in mijn mening. Een wereld waarin meningen die afwijken van die van mij mogen bestaan náástmijn gedichten in plaats van erín. Zodat wat ik schrijf voortkomt uit wat ik vind, wat ik denk of wat ik voel. En zodat wat ik schrijf onderdeel kan zijn van de verandering die ik wil zien in plaats van dat het enkel een weergave is van wat we allemaal al weten.

    *Dit citaat komt uit het korte essay Poetry Is Not a Luxory van Audre Lorde. Het essay gaat over de kracht van poëzie en de noodzaak van poëzie vanuit haar perspectief als zwarte, niet-Europese vrouw.    


    2 juni 2021