Columns

Vanaf juli 2019 schrijft bijna wekeljks op deze plek een jonge, talentvolle columnist over poëzie in de breedste zin van het woord. Het huidige team van columnisten bestaat uit Daniëlle Zawadi, Malika Soudani, Quinten Langes, Willemijn Kranendonk, Rachel Rumai Diaz en Anne Bosveld. Het werk van de andere columnisten is natuurlijk ook terug te lezen.

 

<<Terug
  • Dat poëzie ademt en spreekt

    Dat poëzie ademt en spreekt

    Soms hoor ik mensen zeggen dat poëzie slechts een bijzaak is. Dat het maar weinig bijdraagt aan de wereld en dat dichters vooral op zolderkamers eindeloos romantiseren. Ik krijg nog weleens de vraag op wat voor manier ik denk dat poëzie bijdraagt aan de samenleving. Poëzie is volgens sommigen enkel weggelegd voor mensen die tijd over hebben en zien het als iets elitairs. Terwijl het juist de poëzie is die in alle lagen van de samenleving bestaat, in welke hoedanigheid dan ook.

    Ik denk aan de poëzie die een stem geeft aan degenen waarvan de stem hen ontnomen is, poëzie die reflecteert op een politiek klimaat, poëzie die te midden van alle hectiek voor stilstand zorgt, de lezer raakt. Het zijn niet enkel dichtbundels waarin poëzie leeft; ze bestaat in een stem die voordraagt in een café, op een kartonnen bord tijdens een protest, afgedrukt op een muur van een appartementencomplex, in een bericht op Instagram.

    Zo werd het gedicht ‘Fuck Your Lecture on Craft, My People Are Dying’ van de Amerikaans-Palestijnse dichter Noor Hindi de afgelopen week meerdere keren op Instagram gedeeld. Het gedicht werd geplaatst in het licht van de huisuitzettingen in de wijk Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem. Het waren niet enkel statistieken die werden gedeeld, maar het was veelal poëzie die ernaar verwees.

    Tijdens de wereldwijde klimaatprotesten in 2019 kwamen regelmatig borden voorbij waarop dichtregels waren geschreven. In het licht van de protesten moest ik denken aan het gedicht ‘Bomen’ van Ai Qing en schreef de eindstrofe op een kartonnen bord:


    Maar onder het dek van de aarde
    spreiden zij wijd hun wortels
    en in de onzichtbare diepte
    knopen zij wortels aaneen.

     

    Sommige dingen kunnen zo groot zijn, zo ver buiten onszelf staan, dat het moeilijk is er een connectie mee aan te gaan. Informatieve teksten kunnen op zulke momenten zorgen voor een nog verdere verwijdering van het onderwerp. Terwijl poëzie juist dichterbij kan brengen; zorgen voor hoop en troost.

    In de blog ‘Climate activism as poetry’ schrijft Anne Selby dat poëzie kan helpen met het opbouwen van connectie en empathie bij grote thema’s als klimaatverandering. Het is nu, meer dan ooit, de tijd om emotie toe te laten in de samenleving en haar uitingsvormen. Selby haalt Jorie Graham aan die in een interview met Earthlines stelt, dat sommige lezers het gevoel hebben dat ze bepaalde informatie al kennen en daarom niet de meerwaarde zien die informatie terug te zien in een gedicht. En juist dat is het punt: ze ‘kennen’ het, maar ‘voelen’ het niet.

    Ik moet denken aan een kennis die ik tijdens een poëzie cursus ontmoette. Ze werkt als manager bij een bedrijf en opent haar vergaderingen altijd met een gedicht. En ook tijdens de vergaderingen zelf leidt ze casussen in met poëzie, opdat de materie invoelbaar wordt. Collega’s laten geregeld weten dat het hen helpt een verbinding te vormen met hun werk.

    Poëzie spreekt de mens op een menselijke toon aan. Waar statistieken afstandelijk kunnen aanvoelen, dicht de poëzie die afstand. In een tijd van verharding, complexiteit en eindeloze nieuwsstromen is er nood aan een menselijke stem die verhalen en situaties invoelbaar maakt. Ik antwoord dan ook dat poëzie broodnodig is. Want zonder poëzie gaat er een bijzondere manier van reflectie en empathie verloren en worden stemmen weggenomen. We hebben poëzie nodig om te kunnen (in) voelen.


    26 mei 2021